Opinie

    • Jutta Chorus

De methode-Marian van Rooijen

In de Rotterdamse Afrikaanderwijk heerst een rattenplaag. Kort voordat Marian van Rooijen naar het ziekenhuis ging, had ze erover gebeld met de wijkagent. Vanachter haar keukentafel zag ze ratten door de botanische tuin lopen. „Mensen gooien hun etensresten van het balkon”, rapporteerde ze.

Ik leerde Marian van Rooijen tien jaar geleden kennen als een van de laatste autochtone Nederlanders in de wijk. Een arbeiderswijk op Zuid, 9.000 inwoners. Eén op de vijf volwassenen heeft een baan. De rest komt rond van een uitkering, sommigen van drugshandel of geluk bij het gokken.

Marian, oudste dochter uit een groot katholiek gezin, groeide op in een tijd dat iedereen in de wijk nog in de haven werkte, de kerk het dagelijks leven bepaalde en de gemiddelde levensverwachting zestig jaar was. Haar vader, stukwerker in de haven, stierf op zijn veertigste. Sindsdien, vertelde ze, herkende ze lotgenoten op school aan hun jassen van de bedeling. Zo lang geleden is dat niet: in 1970 trouwde ze. De huwelijksfoto hangt achter de keukentafel.

Alle oorspronkelijk Rotterdamse bewoners trokken weg uit de wijk, naar Barendrecht of Ridderkerk. Zij zag nieuwe mensen met koffers de straten in lopen, maar uiteindelijk, zei ze, veranderde er niet zoveel. „Pleurt op”, zei ze tegen iedereen die beweerde van wel.

In haar verloederde straat besloot zelf iets aan de buurtruzies te doen. Ze belde aan bij de Marokkaanse vrouw die dag en nacht stond te jodelen op haar balkon en harde rai-muziek draaide. Die bleek jarenlang door haar man te zijn mishandeld en met de kinderen onder de arm weggelopen. De vrouw was vanwege de verloren eer niet uitgenodigd op het huwelijk van haar dochter. „Ach wijffie”, zei Marian. „Had ik dat geweten.”

Ze belde aan bij de achterbuurman die zijn kinderen door de kamer smeet. Toen hij Marian in het gezicht sloeg, rolde ze als een tank over hem heen. „Maat, je houdt je handen thuis.” Vanaf die dag werd ze ‘moeder van de wijk’ genoemd.

Alles wat Marian van Rooijen vanachter haar keukentafel zag en haar niet beviel, rapporteerde ze aan de politie. Hennepplantages in de straat en recent: diefstal van verwarmingsketels uit nieuwbouwpanden. „Ik kan het niet uitstaan als mensen onverdiend een dikke auto onder hun reet hebben, terwijl anderen moeten sappelen.”

Vorige week overleed ze aan de gevolgen van tientallen buikoperaties.

„Ze keek niet zoals een gewoon mens kijkt”, zegt wijkagent Jan Pots. „Ze kende de regelmaat van de straat en keek naar de afwijkingen.” Hij spreekt van de methode-Marian van Rooijen. Sinds kort heeft hij twaalf van zulke informanten in de wijk. „Maar geen van hen heeft haar oog.”

    • Jutta Chorus