De jonge Amerikaan die het golf voor altijd wil veranderen

Bryson DeChambeau Bryson DeChambeau (22) is misschien wel de interessantste golfer van het moment. Vanaf morgen speelt hij op de US Open.

Bryson DeChambeau, de wetenschapper van het golf, in actie tijdens het Wells Fargo Championship vorige maand.Foto Jeff Gross/AFP

Golfballen komen niet allemaal perfect uit de doos, dat weten golfers. Hoe minuscuul ook, een fabriek maakt fouten. Hoort erbij, gewoon mee spelen. Bryson DeChambeau wil er niet aan. Hij legt zijn golfballen in een bad met magnesiumzout zodat ze gaan drijven. Dan draait hij ze rond. Hij weet precies hoe een bal hoort te draaien als het zwaartepunt in het midden ligt. Als dat niet zo is, dan speelt hij er niet mee. Zijn er meestal vier per dozijn. „Je kunt tegenwoordig beter de tijd besteden op de green”, zei de Amerikaanse Golffederatie er al eens over. De winst die je eruit haalt is met de huidige technologie te verwaarlozen. Maar DeChambeau is een perfectionist. Hij is de gekke wetenschapper onder de golfers, de baan is zijn laboratorium.

De 22-jarige valt op zonder dat hij ook maar een bal heeft geraakt. Nog even los van hoe hij eruitziet op de baan, met zijn typerende Ciske de Rat-achtige petten, zoals Ben Hogan, onder meer winnaar van twee Masters-titels, ze ooit droeg. DeChambeau is net een stockfoto uit een golfmodecatalogus.

DeChambeau studeerde natuurkunde aan Southern Methodist University in Dallas. Hij raakte geobsedeerd door de combinatie van zijn studiegebied en het golfen. Hem in interviews horen praten over de sport, is alsof je bij een hoorcollege zit. Over balsnelheden, hoeken, positionering van het lichaam. Ja, hij liep een goede ronde, maar waarom liep hij een goede ronde?

Het opvallendste, meest besproken aspect aan het spel van DeChambeau, zijn zijn clubs. Waar die vrijwel altijd verschillen in lengte – een 3-ijzer is langer dan een 4-ijzer en ga zo door – zijn die van hem allemaal even lang, de lengte van een gemiddeld 7-ijzer. Het enige verschil is de loft, de hoek ten opzichte van de shaft, daar waar je de golfclub vastpakt. Zo kun je met de verschillende clubs toch verder slaan.

Houding

Het idee kwam uit The Golfing Machine, een boek dat ruim twee keer zo oud is als DeChambeau zelf. Zijn coach gaf het aan hem toen hij 15 was. Het boek biedt golfers de kans om zelf hun swing te ‘bouwen’. DeChambeau koos voor een swing waarbij hij zijn club rechthoudt. „De reden dat mensen zich blesseren, is omdat ze hun houding veranderen en hun lichaam in andere hoeken bewegen. Daarom hebben ze een favoriete club. Als je de hoeken blijft veranderen, ben je minder efficiënt en geeft je lichaam op een gegeven moment op”, zei hij in april tegen NBC. Hij kwam zelf tot de conclusie dat dat het makkelijkst ging, als de clubs dezelfde lengte hadden. Een rondje in 2011, toen hij met zijn speciaal gemaakte 5-ijzer verder wist te slaan dan hij had durven denken, bevestigde wat hij dacht: dit kan het golf veranderen.

Zijn ijzers hebben allemaal dezelfde lengte, en hij gaf ze allemaal een naam.

Het lijkt een gimmick. Als DeChambeau tijdens toernooien speelt met de gevestigde toppers, gluren ze vooral verbaasd in zijn golftas. Naar die clubs, die allemaal hun eigen naam hebben. Het 3-ijzer heet Gamma, de derde letter van het Griekse alfabet. Het 6-ijzer Juniper, de naam van baan zes op het heilige Masters-gras van Augusta.

Nicklaus en Woods

Maar het werkt, voor hem althans. DeChambeau is een groot talent. Vorig jaar werd hij zowel college-kampioen als nationaal amateurkampioen. Maar vier anderen deden dat eerder, drie van hen illustere namen: Jack Nicklaus (1961), Phil Mickelson (1990) en Tiger Woods (1996).

Geen spoor van zenuwen ook bij zijn debuut op de prestigieuze Masters in april: als amateur bleef hij lang in het spoor van de besten. Uiteindelijk werd hij 21ste, wel genoeg voor de prijs voor de beste amateur in het toernooi en een plek tussen de kampioen van 2015, leeftijdsgenoot Jordan Spieth, en diens opvolger Danny Willett. Specialer voor DeChambeau was wellicht nog wel het moment dat in hij een prijzenkast op Augusta zag dat een van zijn idolen, medeoprichter van de club Bobby Jones, ook enkele van zijn clubs dezelfde lengte had gemaakt. „Het inspireerde me alleen nog maar meer”, zei hij toen.

Op de banen van Oakmont, waar de US Open, de tweede major van het jaar, gehouden wordt, staat vanaf donderdag een andere DeChambeau. Geen amateur meer, maar prof. Geen privileges meer die je als amateurkampioen krijgt, hij moet vechten voor zijn plek. Zijn profdebuut leek al meteen verder vooruit te lopen op een succesvolle toekomst; hij werd vierde. Het profdebuut van Woods was lang niet zo goed.

Daarna volgde een reeks toernooien waar DeChambeau de cut niet eens overleefde. Voer voor sceptici. Mensen die wellicht nog steeds denken dat hij een typetje is. Maar het talent is er. En de bewijsdrang. Dat is hoe hij het golfen benadert, dat zijn benadering serieus genomen moet worden. Zoals hij vorig jaar zelf al zei. „Als ik goed blijf spelen, verzeker ik je dat veel mensen het ook willen proberen.”

    • Frank Huiskamp