Airbnboos

Amsterdam is Airbnboos op zijn burgemeester Van der Laan, en zó keek mijn vrouw ook toen ze hoorde wat haar sociaal-democratische voorman van plan was met de vakantieverhuur. Uitbreiden, suggereerde Van der Laan, de sociale huurders moeten ook kunnen profiteren van Airbnb.

Ik trof haar ontsteld aan toen ze deze uitlating aantrof in het plaatselijke avondblad. „Dat kan hij toch niet menen”, zei ze, „als je ziet hoe de stad nu al ontwricht wordt door het toerisme.”

„Hij heeft het een gedachtegang genoemd”, probeerde ik de onvoorzichtige burgervader nog te verdedigen.

„Als Van der Laan zoiets zegt, zit er meer achter”, strafte ze me onmiddellijk af, „dit moet hij met de Amsterdamse PvdA-fractie en bepaalde instanties hebben besproken.”

Haar politieke radar was niet slecht afgesteld, want enkele dagen later liet ook de topman van de Amsterdamse woningcorporatie De Key weten, dat vakantieverhuur via Airbnb voor zijn huurders – veel studenten – mogelijk moest zijn. „Daar gaan we”, zei mijn vrouw toen ze dat ook gelezen had, „hoe kunnen ze zo stom zijn?”

„Waar is je linkse hart?”, plaagde ik, „waarom zou jij als huiseigenaar wel mogen profiteren van Airbnb en die sociale huurders niet?”

„Ik wil helemáál niet profiteren van Airbnb”, blies ze, „ik moet er niet aan denken, zo’n vreemde toerist in mijn bed en op mijn wc. Dat hele Airbnb had er nooit mogen komen, de stad gaat eraan kapot.”

„Airbnb kwam hier dankzij de steun van jouw partij toen ze nog in Amsterdam regeerde.”

„Dat weet ik, en dat is erg genoeg, maar dan hoef je het toch niet nóg erger te maken?” Ze las een passage voor uit een artikel van Bas Blokker in NRC: „Vorig jaar werd zo’n 5 procent van alle Amsterdamse huizen via Airbnb verhuurd. Alleen al via dit aanbod werden 2 miljoen toeristische overnachtingen geboekt.” „Als Van der Laan en De Key hun zin krijgen”, voegde ze eraan toe, „wordt Amsterdam één grote rolkofferfabriek waarin de eigen bewoners verdwalen. Als dat gebeurt, stem ik niet meer op de partij.”

Er viel een korte stilte. Ik heb nooit geweten dat er ook onhoorbare explosies bestaan, maar heus, ze zijn er, al komen ze misschien alleen in panden met sociaal-democratische bewoners voor. Toen de geluidloze knal was uitgestorven, vroeg ik geschrokken: „Niet meer stemmen op de partij?”

„In Amsterdam, bedoel ik”, zei ze na enige aarzeling.

Het was een verzachting, maar als ik Spekman was zou ik er toch niet helemaal gerust op zijn. Als er één schaap over de (Amster)dam is, kunnen er wel eens meer volgen, waarmee ik niet wil suggereren – ik zou niet durven – dat dissidenten in de PvdA met schapen zijn te vergelijken.

„Op wie zou je dán willen stemmen?”, vroeg ik. „De VVD? Daar hebben ze Van der Laan en De Key al ‘Amsterdamse mafkezen’ genoemd.”

„Laat de VVD naar zijn eigen mafkezen kijken, keus genoeg”, snibde ze, „gelukkig is ook die Amsterdamse SP-wethouder tegen dit plan.” Hoewel het alweer lang geleden is dat Jan Marijnissen met Mao op één kussen sliep, is zijn partij bij ons nooit salonfähig geworden. Daarom vroeg ik ongelovig: „De SP?”

„Ach”, zei ze met een lachje, „het is maar een gedachtegang.”

    • Frits Abrahams