Vogelslimheid komt uit een compact brein

Per gram bevatten vogelhersenen veel meer zenuwcellen dan zoogdierhersenen. Hoe slimheid vleugels kreeg.

Grijze roodstaartpapegaai. Foto Getty Images

Zoogdieren hebben grotere hersenen dan vogels, maar bij vogels is de grijze massa veel compacter. Dat schrijven neurobiologen onder leiding van Pavel Nemec van de Univerzita Karlova in Praag dinsdag in een studie in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS. Het is voor het eerst dat het verschil in hersenbouw tussen deze diergroepen systematisch wordt bekeken. De verrassende uitkomst: het aantal neuronen in de voorhersenen van vogels is per gram gemiddeld twee keer zo groot als die in zoogdierhersenen. De voorhersenen zijn cruciaal voor cognitie.

Het kleinste vogeltje van Europa, het goudhaantje, telt in zijn kleine koppie wel 64 miljoen neuronen in de voorhersenen, vijf keer zoveel als een muis die ongeveer even grote hersenen heeft. De blauwgele ara heeft wel 1,9 miljard voorhersenneuronen, meer nog dan de resusaap met een vergelijkbare hersengrootte.

„Opmerkelijke getallen, maar eigenlijk verbaast me dit niet”, zegt neuroloog Johan Bolhuis van de Universiteit Utrecht, die zelf niet bij het onderzoek betrokken was. „We weten al enige tijd dat vogels vaak net zo slim, zo niet slimmer, zijn dan apen of andere zoogdieren.”

Kraaiachtigen en papegaaien zijn in wetenschappelijk onderzoek verbluffend intelligent gebleken. Beroemd was de grijze roodstaartpapegaai Alex (850 miljoen neuronen in de voorhersenen) die niet alleen kon praten, maar ook kon rekenen en abstracte begrippen hanteren. Of de Nieuw-Caledonische kraai Betty die met zelfgemaakte gereedschappen zoals haakjes en hevels voedsel wist te bemachtigen.

„Voorheen moesten we maar aannemen dat hersengrootte er niet toe doet voor intelligentie”, zegt Bolhuis, „En dat het vogelbrein bij bepaalde soorten anders georganiseerd is waardoor ze cognitieve problemen kunnen oplossen. Of, in het geval van zangvogels, dat ze auditief-vocaal kunnen leren zoals mensen. Maar nu is er een neuraal equivalent gevonden van die superioriteit van vogels.”

Dat de hersenbouw compacter en mogelijk efficiënter is bij vogels in vergelijking tot zoogdieren verklaart het team van Nemec uit evolutionaire krachten. Omdat vogels hun intellectuele vermogens moesten combineren met vliegen, zat er een plafond aan het maximum van volume en gewicht. Zelfs de ‘domste’ vogels van de 23 soorten die Nemecs team onderzocht – de emoe en de kip – hebben nog altijd een neuronendichtheid in hun voorhersenen die vergelijkbaar is met die van apen.