Recensie

Straatschoffie Jake Bugg laat nu zijn Dylan-hart spreken

De populaire Britse singer-songwriters werken aan hun imago. Beth Orton heeft nu een bonte stijl, Jake Bugg zingt over de liefde.

De 22-jarige Jake Bugg trad vorige week op in de Amerikaanse talkshow Late Night With Seth Meyers.

Britse singer-songwriters werden de afgelopen jaren populair, van de romantische Ben Howard, tot de diepdoorvoelde James Morrison of de straat-hymnes van Jake Bugg. Sommigen verdwenen weer uit beeld (denk aan James ‘You’re Beautiful’ Blunt), anderen wortelen zich steeds dieper en groeien uit tot veelzijdig artiest.

De 22-jarige Jake Bugg heeft zich inmiddels ontdaan van het stereotype van straatschoffie uit Nottingham dat zijn frustraties uitspuwt in bijdehante tirades – zoals hij ten tijde van zijn titelloze debuut-album, in 2012, werd ingeschat. Binnen drie albums heeft Bugg zich ontwikkeld tot ‘Britse Amerikaan’, die zijn muziek opneemt in Californië en, getuige de teksten, zijn liefdes ontmoet in Memphis of New York. Buggs stem heeft de scherpe rand van die van Roy Orbison, en zijn huidige stijl leunt op de onschuldig klinkende rock ’n’ roll uit de begintijd van het genre: met knerpende solo’s en een metalige galm.

Voor zijn nieuwe album On Me One - Nottinghams voor ‘on my own’ - schreef hij vooral romantische nummers, veelal in ballade vorm, met nog altijd zijn straffe akoestische gitaar als drijvende motor. ‘Love, Hope & Misery’ bijvoorbeeld, met zijn effectieve strijkers en lieflijk gitaarthema, is zo’n melancholisch nummer. Er zijn ook nummers waarin hij zijn Dylan-hart laat spreken, zoals het akoestische, opwindende ‘Put Out The Fire’. Gevaar bij Bugg is dat hij voorspelbaar wordt. Dat ligt aan de melodieën, die vaak bekend lijken - alsof hij covers speelt van knappe, maar reeds bestaande liedjes.

De Britse Beth Orton (45) musiceert in de luwte; Orton maakte zeven albums in 23 jaar. Ooit zong ze eenvoudige folk-achtige liedje bij haar akoestische gitaar, maar op het nieuwe Kidsticks koos Orton voor een bonte stijl, waarbij het soms lijkt alsof meerder opnamen door lopen: een met Afrikaanse bongo-ritmes, een met Hongaarse vrouwenstemmen, en een met haar eigen dwarse intonatie. Daar draaft een drumbeat langs, improviseert een gitarist zijn akkoorden, en bloeit Ortons stem op in schelle euforie. Orton is bepaald niet behaagziek, ze peurt haar liedjes uit ongewone structuren. Dat leidt tot fragmentarische maar intrigerende liedjes.

De jonge Tom Odell (25) daarentegen heeft van behagen zijn levensdoel gemaakt. Al sinds zijn eerste hit ‘Another Love’ (2012) was duidelijk dat de blonde pianist zoveel mogelijk melodische verrassingen in zijn liedjes verwerkt. Op de nieuwe, tweede cd Wrong Crowd blijkt Odell in nummers als ‘Concrete’ en ‘Sparrow’, opnieuw verwant aan aloude songschrijf-talenten als Carole King en Laura Nyro. De overdaad aan harmonische akkoorden doet ouderwets aan, maar dat wordt op Wrong Crowd gecompenseerd met hier en daar een aanzwellende beat die zich tussen de pianoakkoorden dringt. Met zijn gulle stem, Elton John-achtige pianoflair, en meezingmomenten zal Odell deze zomer menig festival behagen.

    • Hester Carvalho