Luisteren: dit zijn de albums die NRC deze week bespreekt

Britse singer-songwriters werken aan hun imago: Beth Orton heeft nu een bonte stijl, Jake Bugg zingt over de liefde.

  • ●●●●

    Brad Mehldau Trio: Blues and Ballads

    brad

    Jazz: Na zijn opwindende elektronische duoavontuur met drummer Mark Guiliana is jazzpianist Brad Mehldau terug bij akoestische jazz. Met zijn trio (bassist Larry Grenadier en drummer Jeff Bellard) bewerkt hij weer een mooie bundel jazzstandards, zoals Charlie Parkers blues ‘Cheryl’, en popliedjes als ‘And I love Her’ van de Beatles. Hoewel dat herinterpreteren een inmiddels beproefd recept is – al vele popsongs (Radiohead, Nirvana) kregen een jazzbehandeling van Mehldau – maakt dat het album er niet minder om. De mineur die een titel als Blues & Ballads impliceert blijkt misleidend. De herkenbare melodieën zijn juist startpunten voor teugelloze, sierlijke zoektochten. Zoals het jonge liefdesliedje van Paul McCartney, ‘My Valentine’, dat opgerekt wordt tot een lange ode met een elegante groove. Amanda Kuyper

  • ●●●●

    Gallowstreet: Battleplan

    battle-1

    Pop: Koperkoningen zijn het. Blaasbazen. Niet omdat het allitereert, maar omdat Gallowstreet bromt zoals een brassband hoort te brommen: vol zuurstof en overgave. De twaalf Amsterdamse gasten staan in de traditie van straatbands uit New Orleans die al jaren meer hiphop en funk in het spel brengen dan traditionele jazz. Maar Gallowstreet heeft een eigen stijl die al op veel festivals te horen was en nu eindelijk op een volwaardige plaat staat. Tussen het bombastische blaaswerk weten ze ook spanning in te bouwen. De songtitels verraden mythische strijdlust: ‘Achilles’, ‘Battleplan’, ‘Asterix’. Het artwork refereert aan de krakersrellen in de hoofdstad, die plaatsvonden voor hun geboorte. Twee van de blazers spelen ook in Jungle By Night en in die hoek moet ook de sound gezocht worden: onbegrensd, instrumentaal, grootsteeds. Brass met branie. Leendert van der Valk

  • ●●●●

    Goeyvaerts String Trio: Whispers of Titans

    goeyvaerts

    Klassiek: Henryk Górecki scoorde begin jaren 90 een onvervalste wereldhit – zeldzaam voor een hedendaagse componist. Górecki’s populariteit is onlosmakelijk verbonden met zijn Derde symfonie, gecomponeerd in een spiritueel minimalistisch idioom. Wie zijn Elementi (1962) voor strijktrio opzet met die muziek in het achterhoofd schrikt zich wezenloos: dit is hardcore avant-garde van het type eerst-schieten-dan-vragen. Kermende strijkers, een rauw en ongedurig verloop. Trage glissandi wijzen vooruit naar Górecki’s latere klanktaal, maar voor je het weet hakken de strijkstokken weer in de snaren. Dit klinkt wat je noemt urgent. Het uitstekende Goeyvaerts Trio maakt een dappere keuze met dit weinig kietelbare, intens uitgevoerde repertoire. Bij de kalme drones van ‘In honour of Alfred Schnittke’ van Nikolai Korndorf kun je even bijkomen. Joep Stapel

  • ●●●●

    G.W. Sok: Listen To The Painters

    painters

    Pop: Zanger en dichter G.W. Sok (Jos Kleij) dacht dat hij na dertig jaar bij punkjazzfenomeen The Ex klaar was met muziek. Na een toneelrol kreeg hij de smaak van performen weer te pakken en begon hij los-vaste samenwerking met Chapi Chapo (Brest), Detective Instinct (Middlesbrough) en Cannibales & Vahinés (Toulouse). Projecten bleven zich aandienen en Sok stelde zelf een verzamelalbum samen, dat in al zijn krakende voegen laat horen hoe hij uit kronkelige ideeën en esoterische muziek een fascinerende collage boetseert. Dat varieert van subtiel bluesy in ‘The Heart of Everything’ tot apocalyptische punkpoëzie in ‘The World’s Still Here’, met opzwepende bands als King Champion Sounds en Action Beat. Listen To The Painters opent een wereld van muziek die nog volmondig dwars durft te zijn. Jan Vollaard


  • ●●●●

    Eva van Grinsven: Rendez-vous Russe

    russe

    Dance: Saxofonisten moeten creatief zijn. Al bestaat het instrument reeds een dikke 170 jaar, de grootste componisten liepen er meestal met een beleefde boog omheen. Wat Rostropovitsj voor de cello deed (tientallen populaire meesterwerken laten componeren) heeft nog niemand voor de saxofoon kunnen bereiken. Russen als Sjostakovitsj, Prokofjev en Rachmaninov gaven het hooguit een leuke bijrol. Dus is Eva van Grinsven op haar album Rendez-vous Russe maar met arrangementen, deels haar eigen, aan de slag gegaan. Op prettige wijze rekent haar spel af met de clichématige verwachting dat de liederen en kamermuziek zo sonoor mogelijk de Russische ziel dienen te verklanken: Van Grinsven laat haar altsaxofoon meestal soepel en helder zingen. Goebaidoelina’s Duo voor fagotten mag nu op twee baritonsaxofoons mysterieus gonzen en steunen. Floris Don


  • ●●●●●

    Jake Bugg: On me one

    jake

    Britse pop: De 22-jarige Jake Bugg heeft zich inmiddels ontdaan van het stereotype van straatschoffie uit Nottingham dat zijn frustraties uitspuwt in bijdehante tirades – zoals hij ten tijde van zijn titelloze debuut-album, in 2012, werd ingeschat. Binnen drie albums heeft Bugg zich ontwikkeld tot ‘Britse Amerikaan’, die zijn muziek opneemt in Californië en, getuige de teksten, zijn liefdes ontmoet in Memphis of New York. Buggs stem heeft de scherpe rand van die van Roy Orbison, en zijn huidige stijl leunt op de onschuldig klinkende rock ’n’ roll uit de begintijd van het genre: met knerpende solo’s en een metalige galm.

    Voor zijn nieuwe album On Me One - Nottinghams voor ‘on my own’ - schreef hij vooral romantische nummers, veelal in ballade vorm, met nog altijd zijn straffe akoestische gitaar als drijvende motor. ‘Love, Hope & Misery’ bijvoorbeeld, met zijn effectieve strijkers en lieflijk gitaarthema, is zo’n melancholisch nummer. Er zijn ook nummers waarin hij zijn Dylan-hart laat spreken, zoals het akoestische, opwindende ‘Put Out The Fire’. Gevaar bij Bugg is dat hij voorspelbaar wordt. Dat ligt aan de melodieën, die vaak bekend lijken - alsof hij covers speelt van knappe, maar reeds bestaande liedjes. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Beth Orton: Kidsticks

    beth-1

    Britse pop: De Britse Beth Orton (45) musiceert in de luwte; Orton maakte zeven albums in 23 jaar. Ooit zong ze eenvoudige folk-achtige liedje bij haar akoestische gitaar, maar op het nieuwe Kidsticks koos Orton voor een bonte stijl, waarbij het soms lijkt alsof meerder opnamen door lopen: een met Afrikaanse bongo-ritmes, een met Hongaarse vrouwenstemmen, en een met haar eigen dwarse intonatie. Daar draaft een drumbeat langs, improviseert een gitarist zijn akkoorden, en bloeit Ortons stem op in schelle euforie. Orton is bepaald niet behaagziek, ze peurt haar liedjes uit ongewone structuren. Dat leidt tot fragmentarische maar intrigerende liedjes. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Tom Odell: Wrong crowd

    tom

    Britse pop: De jonge Tom Odell (25) daarentegen heeft van behagen zijn levensdoel gemaakt. Al sinds zijn eerste hit ‘Another Love’ (2012) was duidelijk dat de blonde pianist zoveel mogelijk melodische verrassingen in zijn liedjes verwerkt. Op de nieuwe, tweede cd Wrong Crowd blijkt Odell in nummers als ‘Concrete’ en ‘Sparrow’, opnieuw verwant aan aloude songschrijf-talenten als Carole King en Laura Nyro. De overdaad aan harmonische akkoorden doet ouderwets aan, maar dat wordt op Wrong Crowd gecompenseerd met hier en daar een aanzwellende beat die zich tussen de pianoakkoorden dringt. Met zijn gulle stem, Elton John-achtige pianoflair, en meezingmomenten zal Odell deze zomer menig festival behagen. Hester Carvalho

    • Lisa Vos