Leven wij in een videogame?

Is de werkelijkheid die wij waarnemen niets meer dan een illusie gecreëerd door een hypergeavanceerde computer? Ondernemer Elon Musk is lang niet de enige ‘believer’. Wetenschappers, filosofen en nerds discussiëren al jaren over deze theorie.

De wereld die u waarneemt met uw zintuigen bestaat hoogstwaarschijnlijk niet. Die opmerkelijke uitspraak deed Elon Musk, de baas van elektrische auto-producent Tesla en ruimtevaartbedrijf SpaceX, begin deze maand in een interview. Volgens hem is de kans minder dan een op een miljard dat wij de ‘echte’ werkelijkheid zien.

Is Musk helemaal gek geworden? Nou nee. Hij bekende zich alleen tot een kamp in een actueel filosofisch debat rond de zogenoemde simulatiehypothese. Weliswaar tot het meest extreme kamp. Hoe komt hij erbij dat alles om ons heen niet meer is dan een extreem realistische computersimulatie?

Miljarden werkelijkheden

De redenering van Musk: ons universum telt waarschijnlijk een groot aantal beschavingen. Een flink deel daarvan heeft wellicht het peil bereikt waarop ze een uiterst waarheidsgetrouwe simulatie kunnen creëren. Er bestaan dus waarschijnlijk miljarden virtuele werkelijkheden – en maar één echte, de base reality. Dus is de kans zeer groot dat u zich in een van die miljarden gesimuleerde werkelijkheden bevindt.

De simulatiehypothese heeft een respectabele filosofische stamboom. De jonge Belgische filosoof Maarten Boudry wijdt er in zijn recente boek Illusies voor gevorderden een hoofdstuk aan. „Scepsis is de grondhouding van wetenschap”, schrijft hij in een reactie. „Onze zintuigen kunnen ons bedriegen, ons redeneervermogen kan uit de bocht vliegen, onze intuïties kunnen ons misleiden.”

Maar de veronderstelling dat wij ons bevinden in een extreem realistische computersimulatie, is volgens Boudry ‘bijzonder onwaarschijnlijk’. „Het is logisch mogelijk, net zoals het logisch mogelijk is dat God de wereld vijf minuten geleden schiep, met al onze herinneringen aan een schijnbaar oudere wereld intact.”

Drie hypotheses

Het argument dat Musk noemt, is waarschijnlijk geïnspireerd op een academisch paper van Cambridge-filosoof Nick Bostrom. Die is, misschien niet toevallig, ook de auteur van Superintelligence (2014), een boek waarin hij waarschuwt voor de gevaren van artificiële intelligentie. Ook van dat idee is Musk een bekende aanhanger.

In 2003 schreef Bostrom ‘Are you living in a computer simulation?’ Ook hij gaat uit van het idee dat een voldoende geavanceerde beschaving gesimuleerde werelden kan creëren. Volgens Bostrom zijn er drie mogelijke hypotheses, waarvan er minstens één waarheid is. Ofwel: beschavingen sterven doorgaans uit alvorens ze de bekwaamheid ontwikkelen om een universum te simuleren. Ofwel: beschavingen hebben niet de neiging om zulke universums te maken, ook al hebben ze die capaciteit. Ofwel: wij leven hoogstwaarschijnlijk in zo’n gesimuleerd universum. Omdat er meer mensen in gesimuleerde werkelijkheden leven dan in de echte.

Bostrom zegt dat, bij gebrek aan meer informatie, elk van zijn drie hypotheses ‘ongeveer even geloofwaardig’ is. Dat geeft ons toch nog twee kansen op de drie dat we in de echte wereld leven.

Al meer dan tweeduizend jaar spelen denkers met het idee dat wat wij waarnemen niet de werkelijkheid is. Volgens Plato (vierde eeuw voor Christus) zien wij slechts een afspiegeling van de echte wereld. Hij maakte dat inzichtelijk met zijn befaamde allegorie van de grot, waarin wij slechts de schaduwen zien.

De Franse filosoof René Descartes vreesde dat een kwaadaardig demon hem voor de gek hield met valse zintuiglijke waarnemingen, maar bewees zijn eigen bestaan met de uitspraak: ‘Ik denk, dus ik ben’. Latere denkers trokken ook deze redenering in twijfel. Wat als onze hersenen eigenlijk in een vat zitten, aangesloten op apparatuur die al onze waarnemingen aanlevert? We zouden het verschil niet merken.

The Matrix

Als een 44-jarige internetmiljardair met de simulatiehypothese speelt, dan haalt hij zijn inspiratie allicht niet bij Plato of Descartes, maar eerder bij de sciencefictionhit The matrix (1999). Deze film speelt zich af in een verre toekomst, waarin de mens door zijn machines is verknecht. De wereldbevolking wordt in leven gehouden als biologische batterij om machines van energie te voorzien. Maar de mensen zijn zich van dit trieste lot niet bewust, zij zien alleen een gesimuleerde versie van het jaar 1999, de Matrix.

Inmiddels zijn er betaalbare VR-brillen op de markt en zien videogames er steeds realistischer uit. Dat iemand ooit een wereld zal creëren die door onze zintuigen niet van de echte kan worden onderscheiden, lijkt steeds aannemelijker. En dan is het niet zo’n grote sprong om te geloven, dat iemand anders al zo’n simulatie heeft gemaakt en dat wij erin leven.

Maar een videogame is nog wat anders dan een volledige reconstructie van het heelal. „Een computer die zo’n virtuele wereld tot in de kleinste details tot leven kan wekken, op dusdanige manier dat we er ook nog eens mee kunnen interageren, zou ingewikkelder zijn dan het hele universum”, schrijft Maarten Boudry. En zou ook – zoals filosoof Daniel Dennett al eerder betoogde – meer energie vragen dan het universum bevat. „De waarschijnlijkste en eenvoudigste hypothese om onze complexe ervaringswereld te verklaren, is dat er een echte wereld aan ten grondslag ligt”, meent Boudry.

Geen bewijs

Toch blijft de simulatiehypothese moeilijk te weerleggen, constateert natuurkundige Thomas Hertog. „We beschikken tegenwoordig over een behoorlijk precieze wetenschappelijke beschrijving van de evolutie van het heelal, en zelfs over modellen van de oerknal die het ontstaan van ruimte en tijd beschrijven. Maar we hebben geen enkele aanwijzing dat er een fysische realiteit moet beantwoorden aan onze wiskundige modellen.”

Tegelijk betekent die wiskundige beschrijving dat het niet ondenkbaar is om een universum te simuleren, aldus Hertog. „Het is tenslotte een vrij beknopte code.” Hertog stipt aan dat we de vorming van een melkwegstelsel al in detail kunnen simuleren.

Maar hij wijst ook op een zwak punt in de redenering van Musk, namelijk diens vooronderstellingen. „Hij gaat ervan uit dat er bijzonder geavanceerde vormen van buitenaards leven bestaan, die zichzelf niet uitroeien en die dan na verloop van tijd over een wetenschappelijke en technologische capaciteit beschikken die de onze mijlenver overstijgt”, zegt Hertog. „Dat kan, maar daarvoor zijn geen aanwijzingen, en dus is het veel te vroeg voor krasse uitspraken.”

De vraag of we in een simulatie leven is kortom niet definitief te beantwoorden. Bij gebrek aan een manier om sluitend te bewijzen dat we in een simulatie leven, blijven we hangen bij de probabilistische benadering die Musk en Bostrom aanhangen.

De waarschijnlijkheid dat u lezer een gesimuleerd wezen bent is „heel klein”, vindt Boudry. Thomas Hertog gooit er ook een emotioneel argument tegenaan. „De werkelijkheid lijkt me te mooi om gesimuleerd te zijn”, zegt hij. „Maar ik vind het geweldig dat mannen als Musk stilstaan bij deze vraag.”

    • Dominique Deckmyn