Legende als Puskás is niet te koop

Portret Hongarije Voor het eerst sinds 44 jaar doen de Hongaren mee aan het EK. Geld is er genoeg, maar helden zoals vroeger Puskás zijn ver te zoeken.

Het oude Ferenc Puskás Stadion in Boedapest, vroeger het Nep-stadion, dat 1 juni 2016 werd gesloopt. Foto’s Ferenc Isza/AFP

„Jullie eerste keer in een Hongaars voetbalstadion?”, vraagt Daniel Róna, fan van MTK Boedapest, terwijl het handjevol meegereisde medesupporters zich uitspreidt over de tribune. „Dat wordt een ontgoocheling!” Inderdaad: wanneer de 5-0 82 minuten later onder het been van de MTK-doelman binnen geschoven wordt, zijn de schaarse kreten ‘Hajrá MTK’ (komaan MTK) al lang uitgestorven. De fans van tegenstander Videoton juichen nog wel, maar ook dat voelt niet echt feestelijk aan.

Doodse sfeer

Met zijn gevlochten houten dakspanten, afgeronde vormen en schubachtige zwarte dakpannen houdt het uitzicht van de ‘Pancho Arena’ in Felcsút het midden tussen voetbalkathedraal – maar dan letterlijk– en een fabelachtig groot gordeldier. En toch: het architecturale spektakelwerk is een schrale compensatie voor de doodse sfeer in het halflege stadion, genoemd naar het Hongaarse icoon Ferenc ‘Pancho’ Puskás.

Zestig jaar nadat hij met het ‘Aranycsapat’ (‘gouden team’, bij ons bekend als de ‘Magische Magyaren’) de ene na de andere grote voetbalnatie overrompelde, verkeert het Hongaarse voetbal niet in blakende vorm. Dat is ook te merken aan het palmares van het nationale elftal, dat er dinsdag voor de eerste keer in 44 jaar weer bij is op een EK. De laatste WK-deelname dateert van 1986.

De wedstrijd van de eeuw

Bij gebrek aan hedendaagse helden blijft Puskás ook nu de talisman van een natie die steeds verder ging teren op haar nostalgie. Zijn naam is de populairste opdruk op de shirts van Hongaarse voetbalfans en het beste verkoopargument in EK-promotiecampagnes voor likeur. Het hele jaar door herinneren namen van kroegen in het hele land, net als een ontzagwekkend fresco in het centrum van Boedapest, steeds aan Pancho en de ‘wedstrijd van de eeuw’: de 6-3 overwinning van de tactisch superieure gouden Hongaren op de Engelsen in hun eigen Wembley.

Renaissance

Het creëert een ontspannen klimaat dat de verwachtingen laag houdt maar vernieuwing niet altijd in de hand werkt, zegt Steven Vanharen, het Belgische voormalige hoofd van de afdeling fysieke training bij MTK. „Je botst nogal vlug op de melding dat ze in het land van Puskás wel weten hoe het moet.” En dus kostte het Vanharen enige moeite om meer training met de bal aan de voet af te dwingen en eetgewoonten onder de spelers aan te passen: „De liefde voor vettige pizza van de meest ongezonde ketens bleek erg sterk.”

Maar de Hongaarse premier Viktor Orbán, notoir voetbalfan, zou zichzelf niet zijn als hij geen levensgrote rol opeiste in de renaissance van de sport. Ook dat belichaamt de Pancho Arena: de bouw-woede onder zijn leiding. Videoton, de favoriete club van Orbán, hoort eigenlijk in het naburige Szekesfehérvar te spelen. Maar hun stadion wordt nu even omgebouwd tot moderne voetbaltempel. Net zoals die van tegenstander MTK. En van zoveel andere clubs.

De persoonlijke betrokkenheid van de premier

In het hele land verrijzen voetbalarena’s: van Boedapest tot in onooglijke provinciestadjes en zelfs gehuchten zoals Felcsút. Wie het lintdorp van 1.800 inwoners binnenrijdt, ziet het gordeldier met zijn 3.500 zitjes pontificaal liggen tussen de weiden met koeien en lage huizen. Een van die huizen, net naast het stadion, is van de familie-Orbán zelf. Het reguliere thuisteam, Puskas Akademia, is het elftal van de voetbalacademie die hij zelf oprichtte.

Regeringsgezinde stemmen loven de persoonlijke betrokkenheid van de premier. Op een UEFA-congres begin mei in Boedapest beschreef hij wat hij zelf aantrof in de wanhopige jaren na 1986: „Winkelcentra gebouwd op de locaties van voetbalvelden. Overheidssteun werd ingetrokken, infrastructuur raakte in een staat van onttakeling en de toevoer van jong talent viel terug tot een louter minimum.”

Geld vloeit rijkelijk

Dankzij subsidies en een maatregel die bedrijven toelaat belastingvrij te doneren aan sportclubs, vloeit het geld nu rijkelijk. Alleen al de laatste maatregel injecteerde meer dan 100 miljard forint (3,2 miljard euro) in het Hongaarse voetbal. Een groot succes volgens het ministerie van sport: honderden nieuwe sportfaciliteiten werden gebouwd, het aantal geregistreerde sporters nam met tienduizenden toe.

Maar tegenstanders zien vooral de gebruikelijke mix van megalomanie en nepotisme die Orbáns Hongarije zou kenschetsen. Dat een topwedstrijd als Videoton-MTK – op dat moment de nummer twee en drie van de Hongaarse eredivisie – geen klein stadion kan vullen, zet de enorme overcapaciteit in de verf.

Corruptie

Terwijl supporters overal in het land wegblijven, lijkt één soort fan steeds talrijker te worden: politici en zakenlui uit de entourage van Orbán. Ze zitten niet alleen rond de premier in de dure business seats, steeds vaker staan ze ook aan de roer van een club. Volgens tabloid Blikk staat bijna de helft van de eerste liga onder controle van mensen die lid zijn of aanleunen bij de regeringspartij.

Tel daarbij het ondoorzichtige financiële kader en je zet de deur open voor corruptie en competitievervalsing, aldus corruptiewaakhond Transparency International (TI). Zo krijgt de tweededivisieclub in de thuishaven van een van Orbáns ministers – een stadje met nauwelijks meer dan 16.000 inwoners – – met een nieuw stadion wel een erg flinke duw in de rug, bemerkte TI-onderzoeker Gyula Mucsi. En Puskas Akademia haalde ondertussen meer dan 11 miljard forint op sinds 2011. Mucsi: „Acht procent van alle schenkingen.” Die donaties verlopen anoniem. „Dat maakt de kanalen voor financiering bijna staatsgeheim.” Dat geld – privégeld volgens de overheid, gederfd belastingsgeld volgens Mucsi – „kan vervolgens ongemerkt in de zakken van individuen belanden en er bestaat een risico op witwassen”. De verdeling van de fondsen gebeurt „op professionele gronden door de federaties van de sporttakken”, zo pareert een woordvoerder van het ministerie de kritiek.

Politici en zakenlui uit de entourage van Orbán staan vaker aan roer van een club

Maar de fans hebben intussen een eigen reactie klaar. „Een legende kan je niet kopen”, zingt de aanhang van Honvéd, de club waar Puskás zijn voetbaljaren in Hongarije sleet, bij elk bezoek aan Puskas Akademia.

Biedt het nationale elftal met een topprestatie op het EK voer voor andere gespreksonderwerpen dan nepotisme en vergane glorie? Het zou weleens mogen, is de stemming in Hongarije. „Want dat we het na al die jaren nog steeds over Puskás moeten hebben”, zegt MTK-fan Róna: „dat is toch wel een beetje pathetisch.”

    • Roeland Termote