Kennedy’s briefje

Column Kennedy stond op het punt het te versturen, maar zag er om onbekende redenen vanaf. Er smeult een uitdovend liefdesvuur onder dit briefje.

Voor minstens 30.000 dollar is binnenkort op een veiling in Boston een briefje te koop van John F. Kennedy. Een hoop geld, maar het is dan ook een bijzonder briefje, vooral omdat het nooit verstuurd is. Kennedy stond op het punt het te versturen, maar zag er om onbekende redenen vanaf. Er smeult een uitdovend liefdesvuur onder dit briefje.

fritsabrahams0

Kennedy schreef het in oktober 1963, een maand voor hij in Dallas vermoord werd. Het was gericht aan Mary Pinchot Meyer, een van de vrouwen met wie hij in die jaren een buitenechtelijke relatie had. De tekst van het briefje neem ik omwille van de authenticiteit onvertaald en integraal over uit The New York Times.

„Why don’t you leave suburbia for once – come and see me – either here – or at the Cape next week or in Boston the 19th. I know it is unwise, irrational, and that you may hate it – on the other hand you may not – and I will love it. You say that it is good for me not to get what I want. After all of these years – you should give me a more loving answer than that. Why don’t you just say yes.”

Je zegt dat het goed voor me is om niet te krijgen wat ik wil.

RR Auction

Dat is voor mij de fascinerendste zin uit dit briefje. Mary heeft John kennelijk vermanend toegesproken. Hij wilde haar binnenkort graag zien, maar zij kreeg aarzelingen. Ze had gemerkt dat hij er nog meer vrouwen op nahield dan haar en Jackie. Werd het niet onverstandig en irrationeel? Zij had altijd een hekel gehad aan zijn onvoorzichtigheid, maar John was juist gehecht aan de spanning die erbij hoorde; het was zijn belangrijkste afrodisiacum.

Waarom zeg je niet gewoon ja?

John begon een beetje ongeduldig te worden. Had hij niet wat meer toeschietelijkheid mogen verwachten van zijn minnares, was ze dat na al die mooie jaren niet aan hem verplicht?

John moet getergd aan zijn bureau hebben gezeten toen hij dat briefje schreef. Hij wilde met haar naar bed, maar zij had er niet meer zoveel zin in. Al schrijvend maakte hij haar steeds meer verwijten. Kom op, Mary, doe niet zo preuts opeens, zo ken ik je niet, wat is er aan de hand? Hij wilde zijn verwijten nog liever niet uiten, maar voor hij het wist stonden ze toch op papier.

Hij keek er nog eens goed naar. Ging hij niet te ver? Dreigde hij haar nu niet voorgoed van zich te vervreemden? Bovendien, stel dat dit briefje in vreemde handen viel – wat dan? Hij vermande zich en legde het opzij in een map die hij diep in zijn bureau wegborg. Nog eens goed over nadenken.

Zo kan het zijn gegaan. Mary was niet zomaar een vriendinnetje van John, zij was de (inmiddels gescheiden) schoonzuster van zijn journalistieke vriend Ben Bradlee, later hoofdredacteur van The Washington Post. Mary had een poosje naast John en Jackie in Georgetown gewoond, ze was ook goed bevriend met Jackie.

Bradlee wist niets van hun affaire af, hij kwam er pas achter nadat Mary op 13 oktober 1964 langs een kanaal in Georgetown door een onbekende dader was doodgeschoten. Bij haar thuis vond Bradlee haar dagboek. Daarin las hij voor het eerst dat ze een affaire met de president had gehad. Hij hield het geheim en gaf het dagboek door aan de CIA, die het al via een inbraak had proberen te bemachtigen. De CIA vernietigde het dagboek.

Amerika had er weer een geheimzinnige, onopgeloste moord bij.

    • Frits Abrahams