Homo’s VS voelen opeens weer de haat

Legalisering van het homohuwelijk was in 2015 een hoogtepunt voor de LHBT-beweging in de VS. Maar de discriminatie en haat zijn niet weg.

Door de bloedige aanslag op een gayclub in Orlando is bij veel Amerikaanse homo’s een schrikbarend besef doorgedrongen: ondanks grote vooruitgang bij de erkenning van homorechten in de Verenigde Staten zijn discriminatie en haat tegen de LHBT-gemeenschap springlevend. De schietpartij herinnert vooral oudere homo’s aan de periode dat de acceptatie van homoseksualiteit niet zo vanzelfsprekend was als het nu lijkt.

„Ik ga mijn leven niet laten bepalen door angst, zoals toen ik jong was”, zei Abel Alan Fingurs in reactie op de aanslag tegen de krant The Los Angeles Times. De 52-jarige toeschouwer bij de jaarlijkse Gay Pride-parade in West Hollywood werd bij het nieuws uit Orlando teruggevoerd naar de angst voor zijn veiligheid die hij ervoer als jonge homo. Maar, zei hij: „We zijn niet bang.”

De aanslag tijdens Pride Month, waarbij zaterdagnacht vijftig mensen omkwamen en meer dan vijftig anderen gewond raakten, is een schokkende tegenslag na jarenlange, ongekende vooruitgang voor de Amerikaanse LHBT-beweging – met als hoogtepunt, een jaar geleden, de legalisering van het homohuwelijk door het Amerikaanse Hooggerechtshof. Een meerderheid van de Amerikanen (55 procent) steunt het homohuwelijk inmiddels, bleek vorige maand uit een opiniepeiling. Vijftien jaar geleden was 57 procent nog tegen.

De juridische erkenning van het homohuwelijk, die vorig jaar uitbundig werd gevierd met regenboogvlaggen op sociale media, was de kroon op een jarenlange strijd voor gelijke rechten voor homoseksuelen in de VS. Homostellen hebben nu recht op federale uitkeringen als er iets met hun partner gebeurt. Bovendien schafte de regering-Obama het omstreden Don’t ask, don’t tell-beleid af, waardoor homoseksuelen nu kunnen dienen bij de Amerikaanse strijdkrachten zonder hun geaardheid te hoeven verbergen.

De omslag in het voordeel van homo-emancipatie is snel verlopen. In de jaren negentig deinsde Bill Clinton, ondanks een reputatie van homovriendelijkheid, er als president nog voor terug om gelijke rechten voor homoseksuelen volledig te omarmen, uit angst dat dat stemmen zou kosten onder gematigde kiezers. Zelfs Obama, die in 2012 als eerste president het homohuwelijk volmondig steunde, zei vier jaar eerder nog dat het huwelijk voorbehouden moest zijn aan een man en een vrouw.

In de context van afkeer van homoseksualiteit was geweld tegen homo’s jarenlang niet ongewoon – van aanvallen in steden met grote LHBT-gemeenschappen als New York tot de brandstichting bij een homoclub in New Orleans in 1973, met 32 doden. In 1998 waren velen geschokt door het geweld tegen Matthew Shepard, een 21-jarige student uit Wyoming die werd mishandeld om zijn geaardheid en overleed aan zijn verwondingen. Dergelijke voorvallen leken tot dit weekeinde tot het verleden te behoren – al komen incidenten nog altijd voor.

Tegelijkertijd roept de beweging voor gelijke rechten voor de LHBT-gemeenschap felle weerstand op onder conservatieven. Dit jaar verbood North Carolina als eerste staat het gebruik van toiletten en kleedkamers in overheidsgebouwen door transgenders, mensen die zich niet identificeren met hun geboortegeslacht. Het was aanleiding voor een polariserende nationale discussie. De regering-Obama wil dat transgenders toegang krijgen tot het toilet van hun keuze. Ook in andere staten staan homorechten onder druk; zo krijgen bedrijven in Mississipi het recht om diensten aan homo’s te weigeren.

Die tegenslagen doet homoactivisten beseffen dat de strijd nog niet is gestreden. Lorri L. Jean, hoofd van het Los Angeles LGBT Center was geschokt door de aanslag in Orlando, zei ze tegen The Los Angeles Times. „Toen werd ik snel boos dat dit nog gebeurt in de Verenigde Staten”, aldus Jean. „Als we ons met deze zinloze en hatelijke daden laten terugdringen in de kast, dan winnen ze.”

    • Frank Kuin
    • Huib de Zeeuw