Hoe kon de dader door het net van de FBI glippen?

Omar Mateen werd drie keer ondervraagd door de FBI en kon toch de aanslag in Orlando plegen. Zijn er fouten gemaakt?

Of hij voorkwam op de zogenoemde watchlist, de geheime lijst met potentiële terreurverdachten die wordt bijgehouden door Amerikaanse inlichtingendiensten, is onduidelijk. Daarop staan naar schatting een miljoen namen van mensen die door de FBI in meer of mindere mate in de gaten worden gehouden.

Maar al stond Omar Mateen, de dader van de grootste schietpartij uit de Amerikaanse geschiedenis, op de lijst, dan nog is de vraag of de schietpartij in Orlando had kunnen worden voorkomen. Want ook mensen die voorkomen in de terrorist screening database, zoals de lijst officieel heet, kunnen in de VS legaal een wapen kopen. Bovendien zegt de lijst niets over de intensiteit waarmee de FBI potentiële daders in de gaten houdt.

Het is een pijnlijke constatering, die veel vragen oproept over de effectiviteit van terrorismebestrijding in de VS. Mateen, die zeker 49 doden en 53 gewonden op zijn geweten heeft, werd in 2013 en 2014 door de FBI in totaal drie keer ondervraagd wegens vermeende connecties met terroristen, verklaarde Ronald Hopper, FBI-agent, zondagmiddag tegen lokale verslaggevers in Orlando.

In 2013 was de aanleiding dat collega’s bij beveiligingsbedrijf G4S hadden geklikt, omdat Mateen zou hebben gezegd dat hij banden met terroristen had. De dader werd twee keer ondervraagd en tijdelijk onder toezicht geplaatst. Maar de FBI kon geen verbanden leggen en Mateen werd van de lijst gehaald.

Een jaar later kwam Mateen opnieuw in beeld, wegens vermeende banden met de eerste Amerikaan die een zelfmoordaanslag pleegde in Syrië, Moner Mohammad Abu Salha. „We stelden vast dat het contact minimaal was, dat het geen substantiële relatie betrof en dat er geen dreiging van uitging indertijd”, aldus FBI-agent Hopper tegen lokale media.

Mateen behield zijn baan. En zijn wapenvergunning. In de 12 dagen voor de schietpartij kocht hij twee wapens in een vuurwapenwinkel bij hem in de buurt.

„Het is ook onmogelijk iedereen onbeperkt te monitoren”, zegt Karen Greenberg, directeur van het Center on National Security, een Amerikaanse denktank, telefonisch. Het probleem is volgens Greenberg eerder dat de nadruk van veiligheidsdiensten in het post-9/11-tijdperk ligt op kwantiteit. „Hoe meer mensen ze monitoren, hoe beter. Maar de capaciteit om zulke grote hoeveelheden mensen intensief in de gaten te houden, ontbreekt.”

Dat Mateen mogelijk van de lijst verdween, twee jaar na zijn laatste contact met de FBI, vindt Greenberg daarom niet vreemd. „Er was geen aanwijzing dat hij een terroristische daad zou plegen. Het is waarschijnlijker dat hij op een zeker moment is doorgedraaid en dit heeft gedaan.”

Uiteindelijk is de werkwijze van de inlichtingendiensten ook niet de kern van het probleem, betoogt Greenberg. „Dat is de toegang tot wapens”, zegt ze. „Als individuen, met of zonder ideologie, een aanval willen plegen uit haat en ze hebben toegang tot moordwapens, dan is het niet gek dat er zo veel slachtoffers vallen. Had Mateen geen vuurwapen maar een mes gehad, dan was het aantal slachtoffers nooit zo hoog geweest.”

    • Floor Boon
    • Bas Tooms