De kust verdient bescherming

Economische groei zie je weerspiegeld zich in het uiterlijk van een land. De glazen kantoorpaleizen die overal zijn verrezen, en die ook tegenwoordig weer gebouwd worden, zijn hier een voorbeeld van. Zo verandert sluipenderwijs het landschap.

Ruimtelijke ordening is het instrument om ontwikkelingen in goede banen te leiden.

nrcvindt
De PvdA’er Jan Pronk liet zich als minister van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening eind jaren negentig kennen als één van de laatste centrale inrichters van het land. „Wethouder van Nederland”, was de bijnaam die teleurgestelde projectontwikkelaars hem gaven, toen ze hun ambitieuze bouwplannen vanuit Den Haag gedwarsboomd zagen door Pronk.

Eén van de discussies die in die tijd speelde was in welke mate gemeenten door konden gaan met het onbelemmerd opzetten van bedrijfsterreinen langs snelwegen. Aan deze horizonvervuilende lintbebouwing diende een eind te komen, was het idee. Betere planning vanuit het Rijk en de provincie moest de neiging van elke gemeente om een eigen bedrijfsterrein te „realiseren” intomen.

Wat van dat voornemen terecht is gekomen ziet iedereen die over de grote weg van de ene stad naar de andere stad rijdt. Zeker in de Randstad maar ook steeds vaker daarbuiten is het een lange tocht door een bedrijvenpark. Het is politiek in beeld: de gevolgen van verleende voorrang aan de markt en decentralisatie.

Een weliswaar kleinschaliger maar soortgelijke ontwikkeling speelt zich af langs de Nederlandse kust. De houten keet van weleer die in de zomermaanden op het strand stond voor de verkoop van versnaperingen is vervangen door grote loungegelegenheden die steeds vaker een permanente status krijgen. En daar blijft het allang niet meer bij. De kust wordt jaarlijks uitgebreid met diverse recreatieve voorzieningen die variëren van simpele strandhuisjes tot complete vakantie-resorts inclusief jachthavens.

De vereniging Natuurmonumenten heeft een inventarisatie gemaakt van wat er de afgelopen jaren langs de kust is gebouwd en wat er nog aan plannen bestaat. Dat is vooral veel en ongeremd. De parallel met de bedrijventerreinen dringt zich op: onderlinge afstemming van de diverse projecten is ver te zoeken, het is elke gemeente voor zich.

Bij de ontwikkeling van de ruimte zit niemand meer te wachten op verstikkend dirigisme vanuit Den Haag. Maar volledige decentralisatie is het andere uiterste. Minister Schultz (Infrastructuur en Milieu, VVD) wil met alle partijen nog voor de zomer met een „kustpact” komen, waarmee duidelijk wordt wat wel en niet kan. Dat pact komt geen moment te vroeg.

    • NRC vindt