Bescherm de yezidi’s, anders vergaat het ze als de Armeniërs

OpinieGebrek aan erkenning van de Armeense genocide heeft een eeuw later een soortgelijke volkenmoord mogelijk gemaakt: die op de yezidi’s door IS. We moeten ons nu voor hen inzetten, meent Ugur Ümit Üngör.

Yezidi’s op de vlucht voor IS in het Sinjar-gebergte in Noord-Irak. Foto Getty Images

Het slaperige Oost-Syrische stadje Der el-Zor aan de Eufraat staat eigenlijk nergens bekend om. Grijze betonnen flats leunen tegen elkaar aan, stof is alomtegenwoordig, de zon schijnt er genadeloos en de rivier stroomt loom door het centrum. Voor Armeniërs wereldwijd is de stad van belang: daar werden ze namelijk in 1915 heen gedeporteerd door de toenmalige Turkse overheid om in de woestijn te sterven.

In Der el-Zor stond daarom ook het belangrijkste herdenkingsmonument van de Armeense genocide. Dit complex bevatte naast een kerk, een museum, een monument, een archief, en een sarcofaag met de stoffelijke resten van veel slachtoffers van die genocide. Elk jaar op 24 april, de herdenkingsdag van de genocide, kwamen Armeniërs bijeen om de massale vernietiging van hun voorouders te gedenken. Een half jaar voor de honderdste herdenking, op 21 september 2014, omsingelde IS het complex en blies het op.

Deze obscene daad symboliseert goed het gebrek aan historische rechtvaardigheid en rechten van minderheden in het Midden-Oosten. De Armeense genocide lijkt ver weg, maar een eeuw erna ontvouwde zich een proces in Noord-Irak dat er erg op leek. Op vrijdag 1 augustus 2014 begon de Islamitische Staat aan een groot militair offensief in Noord-Irak. Binnen tien dagen had de extremistische beweging een omvangrijk nieuw gebied veroverd, waaronder ook Sinjar en Qaraqosh, waar grotendeels yezidi’s en christenen woonden. Degenen die wilden en konden vluchten, vluchtten.

Alle anderen vielen in handen van IS, dat deze minderheden meedogenloos begon te vervolgen. Christenen kregen als ‘Mensen van het Boek’ drie keuzes: bekeren tot de soennitische islam, sterven, of speciale belasting betalen om te mogen blijven leven onder IS-bestuur. De yezidi’s, een niet-islamitische oude godsdienst, werden nog ernstiger door IS aangevallen. De mannen werden op grote schaal vermoord; de vrouwen werden als slaven verkocht. In het dorp Kocho werden alle mannen, inclusief de yezidi-sjeik, samengedreven in de dorpsschool. Een IS- militant verkondigde luidkeels dat ze zich moesten bekeren tot de islam. De sjeik weigerde, waarop hun geld, mobiele telefoons en waardevolle spullen werden afgenomen en de mannen, volgepakt in pick-up trucks, werden afgevoerd naar de woestijn. Daar werden ze in groepjes van veertig langs greppels geëxecuteerd.

De 32-jarige Khalid Murad werd met zijn zeven broers doorzeefd, maar hij overleefde door zich dood voor te doen. Na een paar uur onder de lijken gewacht te hebben, liep hij richting de Sinjar-berg, waar de Koerdische YPG (Syrische tak van de PKK) hem naar het ziekenhuis bracht. Zijn broers waren dood.

De yezidi-vrouwen verging het ook slecht: door onnavolgbare exegese van de Koran verklaarde IS dat het legitiem was om yezidi-vrouwen tegen hun wil te trouwen en te verkopen als ‘slavinnen’. Op internet verschenen videoclips van IS-leden die lachend yezidi-meisjes verkochten op markten, een onverbloemde verkrachtingscampagne. Vele honderden vrouwen leven na bijna twee jaar nog steeds als seksslavinnen in het ‘kalifaat’. Tienduizenden anderen vluchtten de bergen in, waar de zwaksten omkwamen door ontberingen.

Honderden vrouwen leven na twee jaar nog steeds als seksslavinnen

Waarom was dit een schoolvoorbeeld van genocide? De echo’s van het verleden luiden lang door. Het gebrek aan erkenning van de Armeense genocide en het gebrek aan besef in het Midden-Oosten dat zulke misdaden niet meer mogen voorkomen, maakte een eeuw later een soortgelijke genocide mogelijk. De combinatie van massa-executies, gedwongen bekering en seksueel geweld om een kwetsbare religieuze minderheid uit te roeien, komt regelrecht uit het boekje van de Armeense genocide.

Ook de vernietiging van de yezidi’s was duidelijk een geval van genocide en wel om ten minste twee redenen. Allereerst was dit een systematisch, vooraf geplande campagne die ideologisch openlijk gerechtvaardigd werd en logistiek grondig georganiseerd was. Ten tweede richtte de vernietiging zich op de abstracte groepsidentiteit. Het ging IS niet om wat de yezidi’s deden, maar om wat ze waren: alle yezidi’s, ongeacht hun gedrag of politieke voorkeur, waren doelwit en potentieel slachtoffer. De vernietiging ontwikkelde zich in snel tempo: binnen twee maanden was de yezidi-gemeenschap ontheemd, onteigend en bijna uitgeroeid.

Het werd daarom ook vrijwel meteen als genocide erkend door het Holocaustmuseum in Washington, vakorganisaties van genocide-onderzoekers, en door de VN. Of er ooit rechtvaardigheid komt voor de slachtoffers is nog maar de vraag. Onderzoek naar massaal geweld suggereert sterk dat de kwetsbaarheid van een minderheid bijdraagt aan het slachtofferschap van die minderheid. Men hoeft immers geen serieuze wraak te verwachten, het ontbreekt aan bescherming van een onpartijdige staat en er valt altijd wel iets te halen: land, bezit, vrouwen, kindsoldaten.

De internationale gemeenschap moet zich daarom sterker inzetten om een groep als de yezidi’s te beschermen, door fysieke en culturele veiligheid te bieden en aan te dringen op rechtspraak en restitutie. De yezidi&aposs zullen dan niet eindigen als de Armeniërs, die nooit rechtvaardigheid hebben mogen ervaren en een eeuw moesten wachten op erkenning.

    • Uğur Ümit Üngör