Hier komen de meest getraumatiseerde vluchtelingen terecht

Asiel In Wolfheze is de enige kliniek in Nederland specifiek voor vluchtelingen met ernstige psychische problemen. Het is vaak hun laatste strohalm.

Het terrein van Phoenix in Wolfheze, de enige kliniek in Nederland specifiek voor vluchtelingen met ernstige psychische problemen.

In een Amsterdamse politiecel hoorde hij in 2007 voor het eerst stemmen in zijn hoofd. De politie had hem, vluchteling uit Tsjaad, slapend gevonden in het Oosterpark en opgepakt. De stemmen komen daarna steeds vaker terug. Hij begint zichzelf te verwonden, wil voor de tram springen, springt op auto’s en maakt dingen stuk. Maar het zal nog jaren duren voordat hij professionele hulp krijgt.

Nu verblijft de 33-jarige man bij Phoenix in Wolfheze, de enige kliniek in Nederland specifiek voor vluchtelingen met ernstige psychische problemen. Het is vaak hun laatste strohalm. „In laatste instantie zijn wij er nog. Hierna zijn er geen andere opties meer”, zegt psychotherapeut en hoofdbehandelaar Hanneke Bot.

Van de groep vluchtelingen die naar Nederland komt, heeft naar schatting 13 tot 25 procent een posttraumatische stressstoornis (PTSS) of een depressie, schreef de Gezondheidsraad in februari. Ter vergelijking: van de Nederlanders heeft 2,6 procent PTSS en 6 procent een depressie.

De raad verzocht het ministerie van Volksgezondheid prioriteit te geven aan de geestelijke gezondheidszorg voor vluchtelingen, gezien de grote asielinstroom van de laatste tijd. Volgens de raad is er „een grote klus” te klaren. Goede gezondheid is een voorwaarde om te kunnen participeren en integreren, zoals het kabinet dat graag wil, stelt een woordvoerder.

Over het algemeen sta ik versteld van de veerkracht van veel vluchtelingen

Hanneke Bot, hoofdbehandelaar

Bij Phoenix merken ze voorlopig niet veel van de vluchtelingenhausse. Bot: „Pas over een jaar of vier zal duidelijk zijn wie er zulke ernstige psychische problemen hebben dat een opname nodig is. Nu zijn ze druk bezig iets op te bouwen. Pas als ze een beetje gesetteld zijn, komen de psychische moeilijkheden. En dan komen ze eerst bij de ambulante hulpverlening. De meeste klachten kunnen daar worden behandeld.”

Tegen die tijd hoopt Bot dat de ambulante zorg (zorg zonder opname in een instelling) zo goed op orde is, dat de kliniek het met de huidige 32 bedden aankan. „Eigenlijk is de behandeling van vluchtelingen niet heel anders dan die van alle andere Nederlanders. Behalve dan dat er meestal sprake is van een taalbarrière. Je moet meer moeite doen en tijd nemen om te begrijpen wat er aan de hand is. Daar kan een tolk voor nodig zijn. Het is ook belangrijk dat je je probeert voor te stellen wat het betekent; vluchten naar een ander land. Daar moet je aandacht voor hebben. Je moet als hulpverlener net een stapje harder lopen.”

Phoenix is 35 jaar geleden opgericht voor Vietnamese vluchtelingen. Nu verblijven er asielzoekers uit Oost-Europa, Afrika en Azië. Ze zijn verwezen door instellingen uit het hele land, soms voor een diagnose en een behandeling, soms voor diagnose of behandeladvies. Deze patiënten kunnen daarna door hun eigen behandelaar verder worden geholpen.

Bot, die 21 jaar bij Phoenix werkt, ziet een verschil tussen toen en nu. „Vietnamezen waren nog heel welkom, bij mensen uit de Balkan was dat ook nog wel zo, maar inmiddels is de stemming anti, zie het verzet tegen azc’s, de varkenskoppen. Dat speelt ook een rol bij hoe veilig vluchtelingen zich hier voelen. Als je vijandig wordt bejegend, is het lastiger om je te binden aan je nieuwe land.”

De man uit Tsjaad verblijft sinds 2014 in Phoenix, met tussenpozen. „Het is hier beter dan in een azc”, vindt hij. Hij wil niet met zijn naam in de krant. Zijn familie mag niet weten dat hij is opgenomen. Minimaal één keer per week praat hij anderhalf uur met zijn behandelaar. De rest van de tijd luistert hij naar muziek, computert hij en doet hij aan sport. Hij is ook „bijrijder” op een bus die pakketjes wegbrengt naar de verschillende locaties van Pro Persona, de instelling waar de kliniek onder valt. En hij rijdt op een ‘witkar’, die personen en goederen over het instellingsterrein vervoert.

‘Zonder wiet kan ik niet slapen’

Als hij niet blowt, blijven de stemmen weg. Maar het is moeilijk, van de wiet afblijven. Zodra hij buiten de kliniek woont, gaat het mis, heeft hij ervaren. Hij kent zijn zwakte. En als hij niet blowt, kan hij niet zo goed slapen: „Mijn ziel is moe, mijn lichaam is moe, mijn hersens zijn moe.”

De man heeft last van „religieuze wanen”, zo heeft een behandelaar hem verteld. „Want ik heb ontdekt dat de liefde voor God de enige pure liefde is, niet die voor een man, een vrouw of een kind.” Hij spreekt behoorlijk Nederlands. Geleerd door goed op te letten.

Sinds 2006 verblijft hij in Nederland, zonder verblijfsvergunning. Zijn uitzetting is opgeschort omdat hij in een kliniek zit. Waarschijnlijk kan hij ook na zijn eventuele ontslag niet worden uitgezet omdat hij geen papieren heeft. De man vloog – na een jarenlang verblijf in Frankrijk met zijn moeder – vanuit Italië naar Schiphol met een geleend paspoort. Gelokt door „melk en kaas van goede kwaliteit”, zoals hij zegt. „Als peuter hoorde ik over Nederland, over koeien, lekkere melk en kaas, en dat is waar je dan van houdt: melk en kaas.” In Nederland zwierf hij van hot naar her. Hij verbleef in een bijna ontelbaar aantal azc’s.

Hoe lang zijn behandeling duurt, is onduidelijk. Een verblijf in de kliniek is altijd tijdelijk, benadrukt Bot. „Over het algemeen sta ik versteld van de veerkracht; vluchtelingen die hun halve familie zijn kwijtgeraakt, in hun eentje zijn aangekomen en dan toch nog blijheid uitstralen. Maar er zijn ook mensen die ernstige chronische psychiatrische problemen hebben en niet meer opknappen. Als ze stabiel zijn, zoeken we voor hen een vorm van beschermd wonen.”

    • Annette Toonen