Uit naam van IS, niet dóór IS

Aanslag Orlando Islamitische Staat moedigt sympathisanten aan op eigen houtje aanslagen te plegen en eist ze daarna op.

Savannah en Ricky, twee vrienden van dodelijke slachtoffers van de aanslag op homonachtclub Pulse, zaterdagnacht, houden elkaar vast tijdens een wake in de stad Orlando, Florida. Er vielen vijftig doden. Foto Adrees Latif/Reuters

De terreurbeweging Islamitische Staat (IS) heeft zondag de verantwoordelijkheid opgeëist voor het bloedbad in de homoclub Pulse in Orlando, waarbij zeker vijftig doden vielen. Maar Amerikaanse opsporingsdiensten hebben geen concreet bewijs dat de Amerikaanse dader, Omar Mateen, zoon van Afghaanse immigranten, banden had met IS.

De vraag is of Mateen wel werd aangestuurd vanuit het zogenoemde ‘kalifaat’ van IS in Syrië en Irak, zoals de daders van de recente aanslagen in Parijs en Brussel. Vooralsnog lijkt de aanslag het werk van een lone wolf, iemand die weliswaar geïnspireerd is door IS maar in zijn eentje en op eigen initiatief handelt.

IS eiste de verantwoordelijkheid op via zijn officiële persbureau Amaq, twaalf uur na de aanslag. „Bron tegen Amaq: de aanslag die was gericht tegen een nachtclub voor homoseksuelen in Orlando, Florida, en waarbij meer dan honderd doden en gewonden zijn gevallen, is uitgevoerd door een strijder van Islamitische Staat.”

De verwijzing naar een „bron” is opmerkelijk. Dat heeft IS bij eerdere claims nooit gedaan. Het lijkt erop dat IS eerst nog bevestiging moest krijgen dat de dader trouw had gezworen aan Amirul al-Mumineem, de Emir van de Gelovigen, zoals IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi wordt genoemd. Zondag bleek dat Mateen dit inderdaad had gedaan, in een telefoongesprek met het alarmnummer 911.

De aanslag past volledig in de strategie van IS. Via propaganda spoort de groep al jaren sympathisanten aan op eigen houtje aanslagen te plegen. Dit begon in september 2014 met een audioboodschap van Abu Muhammed al-Adnani, woordvoerder van IS en leider van de afdeling buitenlandse aanslagen. „Vraag niemand om toestemming”, zei Adnani, die sympathisanten aanspoorde om op welke manier dan ook ongelovigen te doden. „Sla zijn hoofd in met een steen, slacht hem af met een mes, of rijd over hem heen met je auto.”

Sindsdien zijn in diverse landen aanslagen gepleegd door lone wolfs, zoals in Frankrijk, Australië en ook al verschillende keren in de VS. De laatste vond plaats in San Bernardino, Californië, waar een echtpaar het vuur opende in een gehandicaptencentrum. Er vielen 14 doden. De daders zworen vlak voor de aanslag in een Facebookbericht trouw aan IS.

Vorige maand riep Adnani aanhangers op om tijdens deze ramadan aanslagen in het buitenland te plegen, waarbij hij de Verenigde Staten met name noemde als doelwit. „De kleinste actie die jullie uitvoeren in het hart van hun land is ons dierbaarder dan de grootste actie van ons.”

Het voordeel van lone wolves is dat er geen directe link is met de organisatie. Dit voorkomt ontdekking in een tijd van grootschalige surveillance. Het is voor opsporingsdiensten namelijk enorm moeilijk om dit type aanslagplegers tijdig te identificeren, aangezien ze geen banden hebben met extremistische groepen die in de gaten worden gehouden.

Mateen was wel bekend bij de FBI. De dienst had hem twee keer ondervraagd in 2013 en 2014 nadat hij „opruiende uitspraken” had gedaan tegen een collega bij de beveiligingsfirma G4S waar hij sinds 2007 werkte. Hij werd zelfs voor enige tijd onder surveillance geplaatst. Maar de FBI kon geen verdachte banden vinden en het onderzoek werd gesloten.

    • Toon Beemsterboer