Soms kan het heel nuttig zijn, als de juf bij het kind thuis is geweest

Onderwijs

Docenten komen bij een kwart van de kinderen thuis kennismaken. Heel nuttig, vaak. „Ineens snap je een kind.”

Zo, dus dít is jouw slaapkamer, vraagt kleuterjuf Janneke van Vliet. „Mooi, hoor meid”, zegt ze tegen Aniek Telleman, 4 jaar oud uit Woerden. Vandaag is Van Vliet op „thuisbezoek”. Leerkrachten komen bij gezinnen over de vloer, om elkaar beter te leren kennen.

Docenten komen bij een kwart van de ouders met kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs thuis op bezoek, zo blijkt uit onderzoek van TNS Nipo. Veel meer ouders hebben daar behoefte aan; de helft van de ouders zou het op prijs stellen als de juf of meester langskwam.

Het onderzoeksbureau ondervroeg ruim 1.400 ouders, schoolleiders en docenten over het nut van thuisbezoeken, op verzoek van Verus. De vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs is groot voorstander van de thuisbezoeken.

Want een goede band tussen ouders, leerlingen en school is cruciaal, zegt Wim Kuiper, voorzitter van Verus. Het zorgt voor wederzijds begrip en ouders zoeken sneller contact met de school als er iets aan de hand is, of vice versa. „Als iedereen betrokken is, zie je dat leerlingen het goed doen; ze voelen zich gezien en gewaardeerd.”

Kuiper mist de school als gemeenschap. Mensen zijn individualistischer, de omgang is zakelijk, zegt hij. „Ouders lijken steeds vaker op consumenten, ze zien de school als een product. En ze willen het beste product zodat hun kind optimaal presteert.” Maar zo werkt het niet, zegt hij. „De menselijke relatie, dáár gaat het om. Samen zorgen we ervoor dat de kinderen het goed doen.”

De thuisbezoeken zijn ook belangrijk om dingen te ervaren die je anders niet meekrijgt, zegt Ellis Swagerman. Ze was jarenlang directeur van basisschool De Verrekijker in Den Helder. Waar de leerkrachten elk schooljaar, in alle groepen, op thuisbezoek gaan. Als je bij een gezin komt, dan kan ineens het kwartje vallen, zegt ze. „Een kind dat met broertjes en zusjes op één kamer slaapt en waar thuis altijd de tv aanstaat, dan denk je: vandaar dat jij je huiswerk nooit afkrijgt.”

Ze vertelt over een jongen die in de klas zo ongeveer in de gordijnen hing. Zijn oma, bij wie hij het merendeel van de tijd woonde, gaf geen grenzen aan, vertelt Swagerman. Daar tekende hij op de muren. „Tja, dan snap je waarom een kind is zoals hij is.” En dat is belangrijke informatie. „Je kunt beter rekening houden met leerlingen of je onderwijs aanpassen”, zegt Swagerman.

Maar lang niet alle scholen in Nederland doen aan thuisbezoeken. Onderwijsinstellingen vinden het tijdrovend, zo blijkt uit het onderzoek van TNS Nipo. Maar er is nog een ander belangrijk bezwaar, zegt Liesbeth Verheggen, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb). „Kun je de veiligheid van je leerkracht garanderen?” Ze vertelt over haar eigen ervaringen als docent jaren geleden in de Kinkerbuurt in Amsterdam, waar zij en haar collega’s stopten met thuisbezoeken omdat ze zich „onveilig en opgelaten” voelden. Een aantal ouders zat niet op ons te wachten, vertelt ze. Die voelden zich gecontroleerd. „Er kwamen onaangename reacties of ouders zetten demonstratief de televisie hard aan. En een écht gesprek werd niet gevoerd.”

Op veel scholen zijn er tips over hoe leerkrachten (moeilijke) gesprekken kunnen voeren met ouders, zegt Verheggen. Het is overigens wel ontzettend belangrijk; goed contact met ouders en informatie over de thuissituatie van een kind, zegt de AOb-voorzitter. „Maar kijk of een thuisbezoek kan en past.”

Een goede band hoeft niet per se in de huiskamer van de scholier opgebouwd te worden, meent pedagoog en lector Mariëtte Lusse, werkzaam aan de Hogeschool Rotterdam. Als het thuis is, kan dat van toegevoegde waarde zijn, zegt ze. Maar liever een goed gesprek op school dan enkel een gezellig koffiepraatje thuis.

Lusse onderzocht voor haar promotieonderzoek hoe het contact tussen ouders en scholen kan bijdragen aan de preventie van schooluitval. Contact bleek cruciaal. Ze schreef daarom een handreiking voor scholen over samenwerken met ouders. „Want hoe betrek je ze en hoe bouw je iets op?” Haar tips: heb contact met álle ouders, bedenk wat de bespreekpunten zijn, zorg voor een positieve sfeer, benoem ook vooral wat goed gaat en laat de ouders ook aan het woord.

Terug naar Woerden. Waar de vader van Aniek, de kleuterjuf en zijn dochter teruggaan naar de woonkamer. In het trapgat blijft de juf staan bij drie geboortetegeltjes aan de muur. „Hebben jullie drie dochters”, vraagt ze verbaasd.

Vader Jacco zegt dat hun eerste kindje is overleden tijdens de zwangerschap. Het is even stil. Belangrijk om te weten, zegt Van Vliet dan. „Stel dat er een opa van een leerling in de klas overlijdt. Dan weet ik dat Aniek daar wellicht op een bepaalde manier op zou kunnen reageren.”

    • Juliette Vasterman