Peruanen keren niet terug naar Fujimorismo

Pedro Pablo Kuczynski, nieuwe president Peru Uit de fotofinish blijkt: een 77-jarige econoom en ex-zakenbankier wordt president van Peru, niet weer een Fujimori.

Foto Reuters

De 77-jarige Pedro Pablo Kuczynski, ex-zakenbankier en ex-premier, mag zich sinds vrijdag de nieuwe president van Peru noemend. PPK, zoals hij in eigen land genoemd wordt, bleek vrijdag na een dagen durende telling de presidentsverkiezingen met 50.000 stemmen verschil gewonnen te hebben, op een totaal van ruim 17 miljoen stemmen.

Hij kreeg steun van kiezers die geloven in zijn belofte van economische groei en stromend water in iedere stad. Maar Kuczynski lijkt vooral te hebben gewonnen door kiezers die wilden voorkomen dat zijn rivaal Keiko Fujimori aan de macht zou komen. Dat is de dochter van ex-president Alberto Fujimori, die een celstraf van 25 jaar uitzit wegens corruptie, banden met de georganiseerde misdaad en doodseskaders.

De rechts-populistische Fujimori had beloofd de harde hand van haar vader terug te brengen in een land waar veel kiezers zich zorgen maken over de stijging van de criminaliteit. Alberto Fujimori, president in de jaren negentig, kreeg veel respect voor de keiharde hand tegen guerrillabeweging Sendero Luminoso (Lichtend Pad) en voor hoe hij de hyperinflatie onder controle wist te krijgen.

Kuczynski waarschuwde ondertussen dat Peru „een narcostaat” dreigde te worden. Sinds Colombia hard optreedt tegen de cocateelt is Peru ’s werelds grootste cocaïneproducent geworden. Tijdens de campagne lekte uit dat tegen twee prominente medestanders van Keiko Fujimori in de VS een onderzoek loopt van de drugsbestrijdingsdienst DEA.

Hij beloofde zijn kiezers economische groei en stromend water in iedere stad

Econoom Kuczynski, zoon van een Pools-Joodse immigrant en opgeleid aan het Britse Oxford en het Amerikaanse Princeton, pendelt zijn hele leven al heen en weer tussen de Peruaanse politiek en de internationale zakenwereld. Hij werkte bij de Wereldbank en het IMF, leidde de centrale bank van Peru, en was al eens minister van Mijnbouw en van Financiën. In de verkiezingen van 2011 eindigde hij als derde, achter de nu vertrekkende president, Ollanta Humala.

In de jaren tachtig woonde Kuczynski in de VS, waar hij aan de top stond van internationale investeringsfondsen en een mijnbouwbedrijf. Zijn tegenstanders zijn dat niet vergeten: zij schilderen Kuczynski af als een vertegenwoordiger van Peru’s blanke zakenelite, die geen aandacht heeft voor inheemsen en armen.

Opmerkelijk genoeg kreeg Kuczynski in de tweede ronde steun van de linkse leider Verónika Mendoza, die hem in april nog „de minste van twee kwaden” noemde, maar later zei koste wat kost het ‘Fujimorismo’ te willen tegenhouden. Mendoza voerde campagne met de belofte de zakenvriendelijke grondwet te veranderen, maar verloor in de eerste ronde van Fujimori en Kuczynski.

De politieke overtuigingen en belangen van de linkse, aan inheemse groepen gelieerde Mendoza en de sterk aan de zakenwereld gebonden Kuczynski liggen mijlenver uiteen. Maar omdat Fujimori&aposs partij een absolute meerderheid heeft in het Congres, zal Kuczynski vaak samenwerking met onder meer Mendoza’s partij moeten zoeken.

De recente protesten rond mijnbouw, een van de voornaamste inkomstenbronnen van Peru, zullen tot de grootste problemen van de nieuwe president behoren.