Opinie

    • Carolien Roelants

Oorlogsmisdaden?

Afgelopen april publiceerde Human Rights Watch een rapport waarin zij na eigen onderzoek ter plaatse Saoedi-Arabië en zijn coalitie beschuldigde van een luchtaanval op een markt in het Jemenitische dorp Mastaba op 15 maart. Daarbij vielen zeker 97 burgerdoden, van wie 25 kinderen, aldus HRW, dat sprak van een mogelijke oorlogsmisdaad. Waarom meld ik dit? Omdat de nasleep zo’n aardig voorbeeld is hoe Saoedi-Arabië met kritiek omgaat.

Er was helemaal geen HRW-team ter plaatse geweest, zo veegde de Saoedische legerwoordvoerder de beschuldigingen van tafel. Maar Belkis Wille van het HRW-team antwoordde per kerende post dat ze er zeker wel was geweest: „We hebben zelfs een video opgenomen op de verwoeste markt. Voor de camera zeg ik: ‘Ik sta hier op de resten van de markt van Mastaba.’”

Eerder had al de Jordaanse Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens van de VN, Zeid Raad al-Hussein, de Saoedische coalitie verantwoordelijk gesteld voor de aanval. Hij zei dat de Saoedische coalitie in haar campagne tegen de Houthi-rebellen consequent naliet onderscheid te maken tussen militaire en civiele doelen. De coalitie was „verantwoordelijk voor tweemaal zo veel burgerslachtoffers als alle andere strijdende partijen samen.” In totaal gaat het om meer dan 3.200 burgerdoden sinds de oorlog vorig jaar maart begon. Voor wie de Saoediërs het voordeel van de twijfel wil geven: Mastaba was vanuit de lucht aangevallen, en de Houthi’s hebben geen luchtmacht.

Iedereen weet dat de coalitie of opzettelijk burgers doodt of heel slechte piloten heeft. Maar niemand mag het zeggen. Vorig jaar moest Nederland een oproep tot een onafhankelijk onderzoek naar oorlogsmisdrijven in Jemen inslikken. Vorige week dwong Riad VN-chef Ban Ki-moon door ordinaire chantage om de coalitie te verwijderen van de zwarte lijst van schenders van kinderrechten in gewapend conflict. Het dreigde, aldus Ban, om zijn financiële steun aan VN-hulporganisaties op te zeggen.

Wat waren zoal de Saoedische argumenten? Dat de informatie afkomstig was van de Houthi’s (niet waar, aldus de VN). Dat de coalitie in Jemen actief is om het Jemenitische volk te beschermen, inclusief kinderen, tegen de Houthi’s. Dat de zwarte lijst „in strijd is met de resoluties van de VN zelf”. En, ook erg interessant, dat vorig jaar Israël eveneens van de lijst is gehaald, na zware Israëlische en Amerikaanse druk. Allemaal non-argumenten dus.

De Saoedische VN-ambassadeur ontkende dat druk was uitgeoefend op Ban Ki-moon. Tegen The New York Times zei hij dat „dit niet onze stijl is. Wij gebruiken geen dreigementen of chantage.” Arme Ban. Boze mensenrechtenorganisaties vinden hem slap. Volgens de Saoediërs liegt hij ook. Nog armere Jemenieten. Want al meer dan 14 maanden oorlog en niemand die zich om hun lot druk maakt.

    • Carolien Roelants