Recensie

Meesterlijke opera van Andriessen

Nederlandse première voor ‘Theatre of the World’ van Louis Andriessen.

Het leven van de 17de-eeuwse geleerde en fantast Kircher zijn een excuus om de verbeelding als een lsd-trip te maken in de opera Theater of the World.

Is er in het universum van Louis Andriessen plaats voor het tedere sentiment? Het lijkt in de context van zijn nieuwste muziektheater Theatre of the world een vreemde vraag. Andriessen verafschuwt immers het pathos en de rijkelijk gevibreerde lyriek van de traditionele opera, zoals met hortende mamboritmes, stotende synthesizer-akkoorden en ijselijke strijkersklanken andermaal wordt onderstreept.

Daarmee componeerde Andriessen overigens een meesterlijk eclectische partituur en een van de allerbeste werken van zijn late periode. Dat de wereldpremière van Theatre of the world vorige maand door de Los Angeles Philharmonic werd verzorgd, is dan ook licht ongepast: de Nederlandse première van de – nog flink gereviseerde – partituur door het rockende ensemble ASKO|Schönberg onder leiding van Reinbert de Leeuw maakte zaterdag weer duidelijk hoe Andriessen vaak dichter staat bij de bigband dan het symfonieorkest.

Wetenschapper en fantast

Ook de eigenzinnige keuze voor een soort biografie van de 17de-eeuwse wetenschapper en fantast Athanasius Kircher ondermijnt de mogelijkheid een fatale tenor-sopraan-baritonverhouding uit te spelen. Kirchers leven is vooral een excuus om de verbeelding als in een lsd-trip te laten stromen. Met deze uitvinder, hiërogliefenoplichter, polyglot, illusionist en vulkaanklimmer wordt door de makers een reis in vervoering afgelegd.

Regisseur Pierre Audi laat Kircher bij aanvang uit zijn graftombe kruipen: de lijkwitte man (een veeltalige glansrol van Leigh Melrose) blikt op aandringen van een duiveltje terug op zijn leven. Het decor is zoals het dit onderwerp betaamt schitterend. De parterrestoelen werden geofferd voor een groot voortoneel waar een toren van Babel ten hemel reikt. Het achterliggende podium wordt door een gaasdoek afgeschermd en suggereert een immense ruimte: met geanimeerde 3D-patronen, poppetjes, teksten en kaarten visualiseren de Quay Brothers de fantasie van Kircher die zo groot blijkt als het heelal. Bij monde van de uit duizenden herkenbare tenor Marcel Beekman wordt de arme paus Innocentius XI door Kircher meegezeuld op een Danteske tocht naar onder meer Egypte en China, terwijl ook Kirchers Amsterdamse uitgever en drie heksen met Jeroen Bosch-uitdossing zich met de handeling bemoeien.

Dat Audi blijft steken in een warrige regie waar personages te vaak doelloos ronddolen, is niet onbegrijpelijk.

Ontroerend klein gecomponeerd

Andriessen laat zich door het doorwrochte libretto van Helmut Krausser echter niet ontregelen. Gecontroleerd bouwt hij aan filmische climaxen maar zoomt ook in op fraaie texturen. Als een muzikale Kircher vervlecht hij Renaissance-koper met Stravinsky en minimal music. Een pastoraal duet tussen Romeo en Julia (koortsdroom van Kirchers onvervuld verlangen?) is ontroerend klein gecomponeerd: een kant van Andriessen die je veel méér wilt horen.

Natuurlijk wordt op dergelijke naïviteit ironisch ingehakt met een beukend drumstel. Toch is bemoedigend hoe vaak de melancholie ongegeneerd de boventoon mag voeren. En de onverwachte triomf van de liefde wordt in de enscenering handig benadrukt: telkens als Kirchers verre penvriendin Sor Juana Inés de la Cruz een brief voordraagt, verschijnt zij in de verte in een rode gloed die Kirchers grijstintenheelal doet oplichten. Andriessen laat haar zijn opera ook zachtjes beëindigen; blijkt hij toch nog een prominent sentimentele kant te hebben.

    • Floris Don