‘De EU moet wel zaken doen met Afrikaanse dictators’

Han ten Broeke, Kamerlid VVD Hoe erg is het dat de EU zaken gaat doen met Afrikaanse dictators om de migrantenstroom tegen te houden? Het zal wel moeten, schrijft VVD-Kamerlid Han ten Broeke in een manifest. Liever realistisch buitenlandbeleid, dan geen invloed kunnen uitoefenen, zegt hij.

Mark Rutte en de Chinese premier Li Keqiang (2015) Jerry Lamen/ANP

‘De moraliserende vinger van links heeft gezelschap gekregen van de populistische middelvinger. Als dat ons buitenlandbeleid is, komen we niet ver. Zeker niet wanneer, zodra het buitenland terugpraat, beide vingers in de oren gaan.”

Beeldende oneliners. Tweede Kamerlid Han ten Broeke bedient zich er graag van. Niet voor niets was hij in 2014 campagneleider voor de VVD bij de verkiezingen voor het Europees Parlement. Vorige maand maakte het kleine Nederlandse wereldje dat zich bezighoudt met het debat over buitenlandse politiek kennis met een andere Han ten Broeke. In het door Instituut Clingendael uitgegeven ‘clubblad’ Internationale Spectator schreef hij een 15.000 woorden tellend artikel, voorzien van 92 voetnoten plus een indrukwekkende literatuurlijst.

Titel van zijn monumentale bijdrage: Tien vuistregels voor een realistisch buitenlands beleid. De boodschap: de wereld zoals die werkelijk ís moet het uitgangspunt van ons buitenlands beleid zijn, niet de wereld zoals die zou moeten zijn. Daar kan verontwaardigd tegen gestreden worden – een houding die hij ziet bij links en populistisch rechts – of er kan worden gekozen voor de meest effectieve benadering, die soms leidt tot vuile handen.

U ziet de ruimte voor realpolitik verminderen?

„Ja. Ook in de Tweede Kamer. De identiteitscrisis waarin Nederland zich bevindt, lijkt zich nu ook in te vreten in het buitenlandbeleid. Daar maak ik me zorgen over.”

Dat is al een heel oud verwijt van rechts aan links.

„Nee, het wordt erger. Dat is ook de reden voor het artikel dat ik geschreven heb. Het maakbaarheidsdenken, het opgeheven vingertje, komt niet langer alleen van links, maar ook van populistisch rechts.

„Het strekt zich zelfs uit tot het CDA. Die partij probeert zich krampachtig een stevig defensieprofiel aan te meten en dan komt fractievoorzitter Buma met een volstrekt bizar plan om safe zones in Syrië te creëren. Zonder zich maar één moment rekenschap te geven van de militaire haalbaarheid. Diezelfde Buma wil niet eens afspraken maken met Erdogan over vluchtelingenopvang in eigen land. Kijk, dat heeft weinig meer met realistische buitenlandse politiek te maken. Daar heb ik kritiek op.”

Je kan ook denken dat het tegengeluid hoort bij de rol van de oppositie.

„Maar voor getuigenispolitiek is Nederland net iets te groot. Je ontneemt jezelf daardoor invloed en handelingsvermogen.

„Mijn probleem is dat het wensenlijstje van de Tweede Kamer heel groot is, maar het resultaat vaak heel beperkt. Neem het vriendschapsjaar met Rusland in 2013. Dat moest vanwege het vastzetten van een paar Greenpeace-activisten halverwege worden stopgezet, vond men.

„Collega Sjoerdsma van D66 pleitte hiervoor, terwijl je toch zou denken: die jongen is opgeleid tot diplomaat. Hij zou moeten weten dat we de laatste contacten die er nog zijn misschien kunnen gebruiken om nog een paar dingen voor elkaar te krijgen. Gelukkig ging het vriendschapsjaar door en zijn die lui van Greenpeace vrij.”

Blijft de vraag hoe nieuw uw verwijt is.

„Minister Koenders is, voordat hij minister van Buitenlandse Zaken werd, vijf jaar weggeweest uit Nederland. Soms bekruipt mij het gevoel dat het vijftien jaar was, als ik zijn vaak terechte ergernis zie over een Tweede Kamer die hem opzadelt met verlanglijstjes en bizarre wensen om overal op de wereld iets te veranderen.

„Ik zocht bijvoorbeeld uit hoeveel moties, Kamervragen en wensen de Tweede Kamer aan de regering voorlegde inzake Saoedi-Arabië, de afgelopen vier jaar. Dat bleek een opsomming van meer dan vijftig opdrachten aan de Nederlandse regering, inclusief een motie om vrouwen achter het stuur te krijgen in Riad.

„Onze handelsrelaties met dit fundamentalistische koninkrijk zijn zeer bescheiden, onze wapenleveranties totaal irrelevant, en dan wel van links tot rechts oproepen tot boycots en tegelijkertijd invloed willen uitoefen op vrouwenemancipatie, de vrijlating van bloggers of de wijze waarop oorlog in Jemen wordt gevoerd. Mijn punt is dat er een toenemend aantal politici is dat liever een Nederland met schone handen ziet dan een welvarend Nederland dat bovengemiddeld invloed heeft. Daarvoor moet je keuzen maken en zelfs bereid zijn vuile handen te maken.”

Zoals u zelf, toen u in 2012 als gezant getracht heeft te bemiddelen om Israël en de Palestijnen aan tafel te krijgen? Over die zaak wordt nog altijd zeer geheimzinnig gedaan.

„Ik ga daar niets over zeggen. Wat ik wel kan zeggen, is dat men in het Midden-Oosten heel goed weet wat vriendschappen waard zijn. Als wij in Nederland te veel onze oren laten hangen naar Midden-Oosten-spookrijderspolitiek zoals boycots, dan word je een soort Zweden. Als je je daar goed bij voelt, prima, maar vergeet dan dat je nog op enig moment invloed kan uitoefenen. De eersten die daarover zullen gaan klagen zijn niet de Israëliërs, maar de Palestijnen. Maar als we daar realpolitik willen bedrijven, kunnen we heel ver komen. Dat is een waarneming die ik ook enkele keren ter plekke heb mogen doen. Dat is het enige wat ik er nu over wil zeggen.”

Wanneer trekt u zelf de streep en stopt u met realpolitik?

„Op het moment dat we de Nederlandse eigenheid moeten loslaten. Er wordt voor mij absoluut een grens overschreden als een Turks consulaat in Nederland de sektarische spanningen uit eigen land naar hier overbrengt. Of wanneer Turkije vluchtelingen aan de grens gaat doodschieten. De deal met Turkije over vluchtelingen hadden we natuurlijk beter veel eerder kunnen sluiten. Sterker, we zullen soortgelijke deals met Egypte, Libanon en Tunesië moeten sluiten, uit bittere noodzaak.”

En dus dient Nederland zich telkens aan te passen.

„Dat de invloed van Turkije hier als ongemakkelijk wordt ervaren, begrijp ik – dat heb ik zelf ook. Het buitenland komt immers in toenemende mate en ook zelfbewust naar binnen. Maar: we kunnen ons wel terugtrekken uit het buitenland, het buitenland trekt zich niet terug uit ons.

„Realisme betekent niet dat je opportunistisch wordt! Dat is de verwarring in Nederland. Integendeel, voor realisme heb je juist een ijzeren ruggegraat nodig. Je moet de waan van de dag durven weerstaan, vuile handen durven maken en resultaten boeken in het belang van je vrijheid, welvaart of veiligheid. Het is natuurlijk veel gemakkelijker de overige landen dit beleid te laten voeren en zelf toe te kijken vanaf de morele hoogvlakte, maar die luxe hebben we niet meer. Niet nu Obama de Verenigde Staten aan het terugtrekken is uit de wereld. In zekere zin deed hij al wat Trump nu bepleit.”

Stel dat Donald Trump straks in het Witte Huis zit…

„Ik denk niet dat dit zal gebeuren, maar als dat wel zo is, zijn wij hier in Europa nog lang niet zo ver dat we onze eigen broek kunnen ophouden, noch qua veiligheidspolitiek noch qua omgang met onze directe omgeving. Mijn artikel is ook een concrete oproep om op dat terrein Europees te versnellen en te versimpelen. Buitenlandbeleid moet eerst maar eens buitengrenzenbeleid worden.”

Baart Trumps succes u zorgen?

„Ik ben heel erg bezorgd omdat hij een manifestatie is van hetzelfde ongenoegen dat je overal ziet. Hij is volledig onvoorspelbaar. Ik heb zijn toespraak over buitenlands beleid gelezen. Voor zover er al een touw aan viel vast te knopen, zat die vol tegenstrijdigheden. Als Trump aan de macht komt, zal men in een aantal hoofdsteden in de opkomende, vooral autoritair ingestelde wereld niet meer bijkomen van het lachen. Er gaan leemtes ontstaan. Het nadeel van vacua in de internationale politiek is dat deze direct gevuld worden. En meestal door degenen die toch al tegen de bestaande hegemonie aan het drukken waren. Allemaal niet in het belang van Nederland. We zullen het straks zelf moeten doen, en dan kom je pas echt in vuilehandenproblematiek. Wie dan geen binnenlandse steun voor realistische buitenlandse politiek weet te verwerven, wordt een speelbal van populisten in eigen land en de Poetins van het buitenland.”

Wilt u straks minister worden om de realpolitik ten uitvoer te brengen?

„Ik ga er heel erg mijn best voor doen het uitgevoerd te krijgen. En ik ben beschikbaar voor de Tweede Kamer. Als de sleet erin komt, moet ik weg. Zie ik dat zelf niet, dan moet een ander dat tegen mij zeggen. Voor mensen die zich met buitenlandse politiek bezighouden is dat risico dat overigens niet groot. Het bijzondere is dat deze portefeuille zichzelf ververst.”

    • Mark Kranenburg