Hoe oprecht zijn die politie-excuses?

Etnisch profileren De beleidsbepalers zijn er zelf voor verantwoordelijk dat de politie aan etnisch profileren doet, zegt een politieonderzoeker.

North_Sea_Jazz_23_Typhoon_01_Andreas_Terlaak3

„Gelijk hebben ze”, zegt politieonderzoeker Sinan Çankaya. „Ik zou ook verontwaardigd zijn.” De agenten die op het intranet van de politie hun beklag doen over de excuses van de politie en minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) na de staandehouding van rapper Typhoon vorige week, hebben een punt, zegt hij. „Agenten worden van bovenaf aangemoedigd om op deze wijze te werken.”

Antropoloog Çankaya deed vijf jaar onderzoek bij de Nederlandse politie naar hoe agenten selecteren wie ze staande houden voor controle. Hij schreef er een boek over, De controle van marsmannetjes en ander schorriemorrie. Zijn conclusie: etnisch profileren is een structurele praktijk.

Afgelopen weekend publiceerde NRC uit gelekte reacties van agenten die op het besloten intranet van de Nationale Politie reageerden op de staandehouding van Typhoon. Daar was sprake geweest van etnische profilering: de rapper werd gecontroleerd omdat de auto waar hij in reed, een grote witte Mitsubishi, niet zou passen bij zijn leeftijd en huidskleur. Minister en politie maakten excuses: dit was een onfortuinlijk incident. Maar het beeld dat uit het intranetlek opdoemt: volgens veel agenten is dit een gebruikelijke, volstrekt geoorloofde werkwijze. Reacties als: „Ik begrijp de excuses niet.” En: „Dit is dagdagelijkse praktijk.”

„Ik ben totaal niet verbaasd”, zegt Çankaya. „Etnisch profileren hangt samen met het politiebeleid van de afgelopen jaren.” Er is sprake van een kloof tussen de verklaring van de politietop en de manier waarop agenten te werk gaan. Agenten op intranet beroepen zich op de zogenaamde „patseraanpak”: het controleren van jonge mannen in dure auto’s. „Dat is het beleid. Dan begrijp ik de verwarring van agenten heel goed als ze vervolgens daarvoor excuses in de media lezen.”

De schuld voor dit soort gebeurtenissen ligt niet bij de straatagent, zegt Çankaya. Na het lek verkondigde de politie gesprekken te zullen voeren met agenten die op het intranet over de scheef gingen. „Op zich niets mis mee, maar mijn vraag is juist: hoe zit het met de leiding?” Het zouden volgens hem juist de „management cops” moeten zijn die de verantwoordelijkheid moeten dragen: zij bepalen het beleid. De organisatie moet van bovenaf veranderen, niet alleen van onderaf. „Zij zijn het die de beslissingen van agenten voordefiniëren.”

De politie beroept zich volgens Çankaya te veel op het incidentele. „Bijvoorbeeld: een agent moet in een momentopname beslissen en maakt soms een verkeerde keuze.” Dat is het ontduiken van de verantwoordelijkheid, zegt Çankaya. „Voertuigcontroles zijn alledaags, banaal politiewerk. De agent heeft genoeg beslismomenten om af te zien van een controle als hij reageert op een onbewust stereotype. Het probleem is dat deze manier van werken structureel is. Dat bleek uit mijn onderzoek – ik deed 59 diepte-interviews met agenten – en dat bevestigen die gesprekken op intranet maar weer. Dan kun je niet zeggen: agenten maken soms een verkeerde inschatting. Het is tijd dat de politie een paar grote stappen gaat maken.”

http://www.vpro.nl/buitenhof/speel.POMS_AVRO_4165262.html

    • Thomas Rueb