Familiebedrijf is vaste burcht

Familiebedrijven zijn de hoeksteen van de economie. Aan de effectenbeurs genoteerde ondernemingen trekken weliswaar veel publiciteit, maar in het bedrijfsleven vormen zij getalsmatig een piepkleine minderheid. Minder dan 200 bedrijven hebben een beursnotering. Terwijl Nederland begin dit jaar maar liefst 1.777.183 bedrijven telde. Daarvan is meer de helft zelfstandig zonder personeel. Verder zijn er 422.265 ondernemingen met 2 tot en met 249 werknemers. Dat laatste aantal is het criterium voor een onderneming in het mkb, het midden- en kleinbedrijf.

Bij de bulk van mkb-bedrijven zijn de leden van een en dezelfde familie zowel eigenaar als ondernemer. Sommige van de grootste familiebedrijven in Nederland, zoals SHV (energie, vee- en visvoer en participatiemaatschappij), industrieel concern VDL en detailhandelsgigant Blokker, zouden gezien hun omvang met gemak een beursnotering kunnen hebben.

Het recente exposé in NRC over het verval van Blokker Holding, de eigenaar van een reeks winkel- en speelgoedketens, illustreert hoe hun kracht in gespierd ondernemerschap steekt. Maar daar zit ook hun zwakte. De ondernemer wordt niet gecorrigeerd als hij foute beslissingen neemt en bij zijn vertrek ontstaat intense onrust. Moet zijn opvolger uit de familie komen? Of kan het een buitenstaander zijn? Zakelijke overwegingen en emoties kunnen de interne verhoudingen gemakkelijk ontwrichten. Overigens: ook bij niet-familiebedrijven kunnen topmanagers een verkeerde keuze blijken te zijn en ook zij kunnen hun hand overspelen, bijvoorbeeld met risicovolle overnames.

Bij Blokker Holding ontstond na de dood van Jaap Blokker medio 2011 een vacuüm en een machtsstrijd in de top, juist op het moment dat de detailhandel in een existentiële crisis terecht is gekomen door de economische neergang en de verschuiving van de klandizie naar internet. Een nieuwe directie moet reorganiseren en zien te overleven.

De familie-aandeelhouders stortten dit jaar 130 miljoen euro extra kapitaal in hun bedrijf. Dat vertrouwenssignaal onderstreept dat zulke aandeelhouders doorgaans een warmere band met hun bedrijf hebben dan de beleggers in een beursgenoteerd bedrijf. Dat geeft familiebedrijven een stevige financiële basis.

De afgelopen jaren brachten familiebedrijven als industrieel concern VDL, baggerbedrijf Van Oord en supermarktketen Jumbo dat ook in de praktijk. Zij kochten bedrijven of activiteiten die failliet waren of failliet dreigden te gaan. Zo redden zij banen en bewezen zij zich als stille kracht van de economie.