De leidraad voor ons denken en handelen

Allemaal waar. Maar waar zij ook op wijst, is dat emoties niet per se enkelvoudig zijn. Ook de schreeuwers bestaan wellicht niet louter uit vreugde, angst of woede.

Nuance is saai, vatte Xandra Schutte in De Groene het nationale en zelfs wereldwijde getoeter en geschreeuw samen. Niemand zit te wachten op nuances, noch op de sociale media, noch op de televisie. Emoties, daar zijn we op uit, schreef ze, en ‘we’ zijn dan ook ‘we van de media’, want emoties verkopen en houden lezers en kijkers in hun greep.

Nu ja, voor even misschien, in het heetst van de emotie.

Dus meneer A die alleen maar boos is, tegenover mevrouw B die alleen maar medelijden heeft, dat is flauwekul. Weten we ook. Ergens in die mensen moet ook een stukje redelijkheid schuilen. De ervaring met je eigen emoties zijn immers vaak complex. Vreugde is vaak niet onvermengd, door boosheid heen klinkt meestal ook een redelijke stem, en menigeen hoort zichzelf sowieso innerlijk wat argwanend toegesproken worden als men zogenaamd zo vol ‘emotie’ zit. Stel je niet zo aan.

Wie geen stijl heeft, moet keihard schreeuwen – iets anders rest er dan niet

We weten trouwens ook al lang, dankzij al die boeken van hersenonderzoekers, dat emoties nodig zijn om rationele beslissingen te nemen. Wie rijtjes met voors en tegens opstelt, of het nu gaat om een huis kopen of om asielzoekers toelaten, zal toch uiteindelijk moeten beslissen welke argumenten in de beide rijtjes het zwaarste wegen. En zonder emotie, dat wil zeggen een bepaalde verder niet te beredeneren voorkeur (ik heb liever een zonnige kamer, ik wil geen mensen in de straat die ik niet versta) valt er niets af te wegen.

Saai hoeft dat afwegen niet te zijn. De columns van Maxim Februari, om maar eens iemand te noemen, vind ik nooit saai, maar je kunt moeilijk volhouden dat de nuance daar ontbreekt. Ze zijn briljant en verrassend. Dat komt door de manier waarop ze verwoord zijn. Door stijl, taal, geest, opbouw. Dat soort dingen. Wie geen stijl heeft, moet keihard schreeuwen – iets anders rest er dan niet. Je kunt de aandacht trekken met iets bijzonders, of met een grote bek. Het laatste is het duidelijkst, zij het niet het meest aanbevelenswaardig.

Dat alles wil natuurlijk niet zeggen dat er geen uitersten bestaan. In het laatste nummer van Nexus stond een mooi en sterk stuk van de Israëlische schrijver Amos Oz. Hij zei daarin dat het kwaad bestaat, dat het niet alleen maar het gevolg is van slechte opvoeders en ongelukkige ervaringen. Maar ook als het over het kwaad gaat, is de nuance belangrijk. Niet om het kwaad weg te nuanceren, maar juist om onderscheid te maken in gradaties van kwaad: „De onderdrukking van vrouwen, minderheden en gekoloniseerde volkeren is erg. Genocide is erger.” Zo geeft hij nog een aantal voorbeelden. En hij meent dat veel Europese intellectuelen te lui lijken geworden om zulke onderscheidingen aan te brengen, waardoor ze alles op een hoop gooien.

Zulke nuances zijn niet saai. Ze dienen als leidraad voor denken en handelen: gebrek aan journalistieke vrijheid in Turkije is erg. Het verdrinken van vluchtelingen op zee is erger. Het viel enige tijd geleden nog te lezen in de indrukwekkende brief van hoogleraar Turkse talen Erik Jan Zürcher. Hij vond de ontwikkelingen in Turkije alle aanleiding om zijn Turkse onderscheiding terug te sturen. Turkije kan geen lid worden van de EU, schreef hij. Maar dat betekent niet dat we geen zaken moeten doen met zo’n land. Want het kwaad dat daaruit voortvloeit is erger.

Toegegeven, dit lijkt niet op een emotionele reactie. Maar eigenlijk is het dat wel.