Recensie

Clinton, Obama’s olievrouw

De opvattingen over Amerika’s rol in de wereld van Hillary Clinton en Barack Obama verschillen drastisch van elkaar. Uit dit boek rijst een beeld op van de realist versus de voorzichtige idealist.

Obama’s ‘doctrine’ voor zijn buitenlandbeleid is vaak samengevat door zijn informele uitspraak ‘Don't do stupid shit’, aan te halen – doe geen stomme dingen. Minder bekend is de reactie hierop van de vrouw die sinds deze week definitief een van zijn kandidaat-opvolgers is: Obama’s voormalig minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton. ‘Grootse naties hebben ordenende principes nodig, en „Doe geen stomme dingen” is geen ordenend principe’, zei Clinton in 2014 toen Obama’s woorden in de pers kwamen.

Al neemt hij Clintons uitspraak niet op, je kunt zeggen dat Mark Landler, Witte Huis-correspondent voor The New York Times, zijn Alter Ego’s aan deze twee uitspraken ophangt. In het boek probeert hij, kennelijk vooral om plottechnische redenen, een scherp contrast aan te brengen tussen de opvattingen over Amerika’s rol in de wereld van de gaande en de wellicht komende president.

Landler zet Clinton neer als ‘realistische havik’, een noeste netwerker met een vast geloof in de leidende rol van de VS in de wereld. Obama schildert hij als terughoudende idealist die ook de keerzijdes ziet van de Amerikaanse inmenging en die niet automatisch de Washingtonse spelregels volgt.

Verschillende accenten

Steeds blijken de zaken niet zo zwart-wit te liggen. Standpunten evolueerden, en bovendien bleken verschillende accenten van de president en zijn minister diplomatiek heel nuttig. Landlers schema valt dus in het water. ‘Het is te simpel om te zeggen dat zij van Mars komt en hij van Venus’, geeft hij zelf toe.

Maar een groot bezwaar is dat niet, want als gedetailleerd overzicht van acht jaar Amerikaanse buitenlandpolitiek is dit boek heel interessant. Het biedt een goed overzicht van de diplomatieke schaakborden en slagvelden die de nieuwe president(e?) zal erven. Het laat ook veel zien van de werking van de regering Obama, die zich vooral verlaat op zijn kleine kring getrouwen, zodat BuZa en Defensie om invloed moeten vechten.

Soms lijkt het verschil tussen de twee niet zozeer een kwestie van inzicht, als wel van karakter, voortkomend uit hun jeugd. Hillary Clinton groeide op in een conservatief gezin in Chicago, als dochter van een onderofficier van de marine. Haar jeugd viel in de naoorlogse, gouden decennia van de VS. Barack Obama is de zoon van een Amerikaanse moeder en een Keniaanse vader, en bracht als ‘product van het kolonialisme’ zijn kinderjaren door in Indonesië. Zijn jeugd (hij is van 1961) viel middenin de nationale ontgoocheling over Vietnam. Dit alles bezorgde hem een diepe scepsis over Amerikaanse overzeese voortvarendheid.

Clinton werd door Obama benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken na een bittere strijd tussen de twee in de voorverkiezingen. Het duurde tot hun geïmproviseerde, gezamenlijke optreden op de klimaattop in Kopenhagen in 2009, waar ze op het nippertje een akkoord uit het vuur sleepten, voor ze een goede werkrelatie vonden. Tot Clintons voortdurende onrust bleek de president iemand die een sterke greep hield op cruciale dossiers als Rusland, Iran en Irak. Het vergde tijd voordat de ambitieuze, maar ook loyale en ijverige Clinton zich verzoende met een rol als olievrouwtje, adjudant, boodschapper, en verkenner.

Niet Syrië, maar Libië komt uit Landlers boek naar voren als het grootste hoofdpijndossier voor beiden. Clinton, schrijft Landler, droeg uit de jaren negentig, toen ze First Lady was, de trauma’s van het late Amerikaanse ingrijpen in de Joegoslavië-oorlogen met zich mee. Ze vond dat de VS een humanitaire ramp in Libië moesten voorkomen. Obama wilde juist geen herhaling van de erfenis waarmee Bush hem had opgezadeld: langdurige Amerikaanse aanwezigheid in de wespennesten Irak en Afghanistan.

Clinton haalde Obama over militair in te grijpen. Maar wat met de dood van Gaddafi een snelle, succesvolle interventie leek, werd juist een nieuwe, gevaarlijke brandhaard. In de chaos werden tijdens een aanval op het Amerikaanse consulaat in Benghazi in 2012 vier Amerikanen gedood, onder wie de door Clinton benoemde ambassadeur Chris Stevens.

Hillary Clinton wordt nog altijd achtervolgd door dit dieptepunt uit haar loopbaan. De email-affaire over het gebruik van haar privéserver komt voort uit een van de vele onderzoeken naar Benghazi die de Republikeinen lieten instellen.

Vertrouwde rollen

Obama’s grootste diplomatieke erfenis is naast de dooi met Cuba het nucleair akkoord met Iran. Clinton en Obama vonden beiden dat een breed akkoord de beste manier was om te voorkomen dat Iran kernwapens ontwikkelde. In de nadagen van Clintons ministerschap speelden de twee met overtuiging hun inmiddels vertrouwde rollen. Obama deed de openbare handreikingen, Clinton stelde zich achter de schermen harder op en deed het noeste voorwerk door, onvermoeibaar rondreizend, de coalitie te smeden die Iran uiteindelijk aan tafel kreeg.

Clinton heeft twee zielen in de borst: de verdedigster van vrouwen- en kinderrechten en de geharde vrouw die graag borrels drinkt met generaals en Amerika’s militaire overmacht beschouwt als het fundament van haar diplomatieke arsenaal. Een vrouw die zeker weet dat Amerikaanse tussenkomst immer bijdraagt aan een gunstige uitkomst.

Obama wil geen stomme dingen doen. Clinton wil vaak heel graag iets doen, ook al beseft ook zij, zoals uit dit boek blijkt, dat zelfs een Amerikaanse president maar beperkte invloed heeft op de loop der dingen.

    • Maartje Somers