Opinie

    • Ron Rijghard

Cabaret over macht, racisme en rechtsstaat (Erdogan en Keulen)

Wat moet het toch heerlijk zijn om over beeldende kunst te mogen schrijven. Niemand die opkijkt van zinnen als: „Zijn werk is een zoektocht langs vraagstukken als macht, racisme en rechtsstaat.” Met zo’n opmerking garandeer je in een klap de status en relevantie van de besproken kunst en niet te vergeten (juf Bourdieu kijkt mee) je eigen positie als criticus.

Dat moet in het cabaret ook kunnen. Want dit seizoen ging het in het cabaret voortdurend over macht, racisme en rechtsstaat: vaak over vluchtelingen. Daar is veel over te zeggen, maar exemplarisch was de moeizame meningsvorming na de aanrandingen tijdens Nieuwjaar in Keulen. Net als andere beschouwers worstelden cabaretiers met het onderwerp.

De eerste reactie kwam half januari, van Ali B. Proberen ze eindelijk eens te integreren, grapte hij. Toen de zaal niet reageerde, voegde hij eraan toe: „Nee? Te vroeg?” Daarna kwam Lebbis die aanranden in Keulen gelijk stelde aan Feyenoord-supporters die in een Romeinse fontein pissen. Twee keer te snel, te onvoldragen.

Eind januari noemde Emilio Guzman ‘Keulen’ een verschrikkelijk verhaal. Zijn angst: dat de daarmoeteenpiemelin-mensen gelijk krijgen. Guzman vond het beter om de afkomst van de daders te vermelden, anders dan ‘linkse mensen’ zouden willen. „Als massa-aanrandingen iets typisch westers zouden zijn, dan zou je het van mij niet hoeven benoemen.”

De Vlaamse cabaretier Bert Gabriels was het ernst. Hij ergerde zich aan het idee dat de aanrandingen een cultureel probleem waren van een groep. „Er is nergens een cultuur in de wereld waar men probeert zoveel mogelijk billen en borsten vast te pakken.” Hij zag de aanrandingen als racisme, tegenover westerse, minderwaardig geachte vrouwen. Dat racisme moest de daders worden afgeleerd. Maar hun zeggen dat we in Europa niet racistisch zijn, is niet eenvoudig, stelde Gabriels. „Want dan moeten we over onszelf nadenken.”

Het geval Apart speelt André Manuel al twee jaar, maar tijdens een voorstelling in mei bleek hij een stukje te hebben ingelast over de strijd tussen satirici en Erdogan. Manuel vond het maar raar dat satirici wordt gevraagd de toon te matigen. En hij vond het raar om te denken dat als de grappen stoppen ook het geweld stopt. Manuel: „Er was in Keulen ook niet iemand de hele avond cartoons aan het maken.”

Het is bijna alsof de zoektocht van cabaretiers wel moest uitkomen bij deze prachtige, dubbel geladen grap.

    • Ron Rijghard