Bankier moet nu ook gaan helpen met zoeken naar jihadisten

Via een omweg krijgt de politie soms toch bankgegevens van vermoedelijke jihadisten. De dienst die de gegevens opvraagt zegt dat dit „rechtmatig” is.

Illustratie Roel Venderbosch

De bankier wordt steeds meer een buitengewoon opsporingsambtenaar. De afgelopen jaren is de druk op banken om mee te helpen in de strijd tegen terrorismefinanciering, corruptie, witwassen en belastingfraude fors toegenomen. Als iets ook maar riekt naar dit soort praktijken, moeten zij dat onmiddellijk melden bij de Financial Intelligence Unit (FIU), het landelijke meldpunt voor ongebruikelijke transacties.

Deze instantie, organisatorisch ondergebracht bij de politie, maar volgens haar wettelijke mandaat volledig onafhankelijk, doet dan vervolgonderzoek en bekijkt of een transactie ook echt verdacht is. Zo ja, dan worden de opsporingsdiensten of inlichtingdienst erbij gehaald, waaronder de politie. De FIU zit ertussen als een soort ‘buffer’ om de privacy van burgers te beschermen. Een ongebruikelijke transactie maakt iemand immers nog niet meteen een verdachte. Dat soort informatie mag dus ook niet zomaar bij de politie terechtkomen. De politie mag zelf ook niet zomaar bankgegevens opvragen bij banken: dat mag alleen als iemand officieel als verdachte is aangemerkt. Ook dat is wettelijk zo geregeld met het oog op de privacy.

Voor de banken komt er nu een nieuwe taak bij. Vorige week maakte de FIU bekend dat het banken „sporadisch en in individuele gevallen” namen gaat toespelen van vermoedelijke jihadisten: personen die dus nog niet officieel als verdachte zijn aangemerkt en van wie nog niet duidelijk is of ze iets strafbaars hebben gedaan. Het gaat om de vier grote banken: ABN Amro, Rabobank, ING en SNS Bank. Zij moeten de transactiegegevens van deze personen – en in sommige gevallen ook van hun familieleden en relaties – doorspitten. Zien ze bijvoorbeeld dat iemand eerst geld opneemt in Amsterdam, dan in Brussel en daarna in Oost-Turkije, dan zou het weleens om een Syriëganger kunnen gaan. Dit soort ‘ongebruikelijke’ transacties moeten weer gemeld worden bij de FIU.

Die stap is om meerdere redenen opvallend. Allereerst zou je zeggen dat banken dit soort transacties uit zichzelf al opsporen. Ze hebben enorme afdelingen opgetuigd die ongebruikelijke transacties moeten traceren. Missen ze iets, dan zijn de consequenties vaak groot: een bank die in verband gebracht wordt met witwassen of belastingontduiking lijdt grote reputatieschade. Denk recentelijk nog de ophef over financiële instellingen na de onthullingen via de Panama Papers. De Amerikaanse autoriteiten delen in dit soort zaken vaak ook graag hoge boetes uit.

Maar het is ook opvallend omdat de FIU de namen van de mogelijke jihadisten voor een groot deel baseert op politiegegevens. De politie zelf mag van deze mensen de bankgegevens niet opvragen, maar via een omweg langs het FIU lijken die toch bij de politie terecht te kunnen komen.

De vier banken zeggen allen graag mee te werken. Alles voor een integere financiële sector, is het idee. Ook zeggen zij een verantwoordelijkheid te voelen om terroristen te helpen pakken. Maar tegelijkertijd is er – voorzichtige – kritiek. Chris Buijink, de voorman van de lobbyvereniging van de sector, zei vorige week tegen de NOS dat het „geen hengelactie” mag worden. Bij banken groeit sowieso de onvrede over de stijgende kosten als gevolg van, onder andere, dit soort regelgeving. De bank als opsporingambtenaar straks, vrezen zij, maar dan wel onbezoldigd.

Alleen in „specifieke gevallen”

Robbert Springorum, plaatsvervangend hoofd van de FIU, zegt dat hij „kan begrijpen dat het als een omweg voelt”. Maar dat is het niet, benadrukt hij. Wat er gebeurt is strikt volgens de wet. Die staat toe dat de FIU in „heel specifieke gevallen” politiegegevens met derde partijen zoals banken mag delen. Het OM moet daarvoor bovendien toestemming geven, en die zou dat niet zomaar doen.

Daarbij zijn alle financiële gegevens van personen binnen de FIU afgeschermd voor de politie, vervolgt hij. Er zit een soort ‘Chinese muur’ om de computers. Alle informatie waarover de FIU beschikt, geldt bovendien als staatsgeheim, zegt Springorum. Zo moet ervoor gezorgd worden dat de politie geen gegevens te zien krijgt waar zij niet over mag beschikken.

Alleen als de FIU na eigen onderzoek concludeert dat transacties niet alleen ongebruikelijk zijn maar ook verdacht, wordt dit „doorgemeld” aan de politie. Volgens Springorum is het een vorm van dataverrijking: het vergaren van extra gegevens in een afgeschermde omgeving totdat er genoeg aanleiding is om verdere stappen te zetten. „Het is misschien wat onhandig, maar dit gebeurt op deze manier juist om de privacy van burgers te borgen.”

Een woordvoerder van ABN Amro zegt desgevraagd: „Wij gaan niet over hoe het OM en de politie hun onderzoek doen. Als er een vraag van hen bij ons komt en het gaat netjes volgens de regels, dan voeren wij het verzoek uit.” Een woordvoerder van de Autoriteit Persoonsgegevens laat weten dat die „nog geen onderzoek heeft gedaan” naar deze constructie en dus „geen commentaar kan geven”.

    • Chris Hensen