Alles begint bij Luka Modric

Luka Modric, de regisseur van Real Madrid en Kroatië, helpt zijn land met een prachtige volley aan de overwinning.

Luka Modric viert zijn doelpunt voor Kroatië in de wedstrijd tegen Turkije. Foto John Sibley / REUTERS

Het vlagvertoon en gezang was bij het metrostation Porte de Saint-Cloud zondagmiddag aanstekelijk. Het nationalisme droop ervan af, fanatiek maar niet extremistisch. De Turken in een kring op straat met een groot doek gespannen, de Kroaten zingend vanuit een café – maar er was onderling respect en de politie kon werkeloos toekijken.

In het nabije stadion Parc des Princes, aan de buitenkant een groezelig bouwwerk om te zien, trapten Turkije en Kroatië zondagmiddag hun Europees kampioenschap af en daarvan werd wat verwacht. Gezien de gevoelens die beide teams bij hun aanhang losmaken. Gezien alleszins aardige prestaties op grote eindtoernooien in het verleden. Gezien de spelers die opgesteld stonden: Luka Modric, Ivan Rakitic bij Kroatië, Arda Turan bij Turkije.

Gezien ook die kwartfinale op het EK van 2008, waarin dezelfde Rakitic en Modric hun penalty misten, kort na een enerverende verlenging waarin beide teams in de 120ste minuut scoorden. En de Turken gingen door.

Dat kon, acht jaar later, eigenlijk vooral tegenvallen. De wedstrijd Turkije-Kroatië (0-1) in groep D beloofde strijd, dat minimaal, maar werd, vooral door de onmacht van het Turkse elftal, weinig memorabel. Verheven alleen door Modric’ doelpunt en diens allround optreden, in wat het begin geweest kan zijn van een campagne richting eeuwige roem voor het begaafde Kroatische duo Modric-Rakitic.

Bij aanvaller Ivan Perisic is in zijn kapsel Kroatië geschoren, dat wil zeggen de buitengrenzen van het land, en dat tekent wel zo’n beetje de trots om uit te komen voor de natie die twintig jaar geleden voor het eerst als onafhankelijk land meedeed aan een EK. Vedran Corluka’s hoofd bloedde al vroeg in de eerste helft, hij speelde met steeds nieuwe tulbanden van gaas het duel uit.

En in het midden van dat strijdgewoel houdt dan de Kroatische nummer tien, Modric, het hoofd koel. Hij bepaalt wie de bal krijgt, wie niet. Bepaalt wat het ritme is, een metronoom op het middenveld. Dwingt met de voeten, stuurt met de armen. Hij posteert zich diep achter de aanvallende middenvelders, vandaaruit bestrijkt hij gebieden waar vandaan de aanval begint. Vanzelfsprekend met 89 procent aan geslaagde passes de meest accurate distributeur in zijn elftal.

Johan Cruijff, met wie de Kroaat – de jonge Cruijff dan – een zekere gelijkenis heeft, stelde dat Modric meer vrijheid moest krijgen. Dat was in de tijd dat coach José Mourinho bij Real Madrid de Kroaat met een takenpakket het veld instuurde in dat hermetische elftal, in een weinig overtuigend debuutseizoen bij de Koninklijke waarin Modric als miskoop richting uitgang afdreef.

Maar het seizoen daarop, onder Carlo Ancelotti, won Modric met Real Madrid de Champions League. En in 2016 opnieuw, met Zinedine Zidane, over wie Modric zei dat „ieder woord poedergoud is”.

De Kroaat was beide seizoenen onomstreden op het Real-middenveld, met zijn timmermansoog voor de vrije ruimte. In de schaduw van Cristiano Ronaldo’s zelfverheerlijking en de valse streken van Pepe en Sergio Ramos, doet Modric zijn werk zonder veel fanfare.

Iedereen houdt van Luka Modric, zei oud-bondscoach Niko Kovac. Na zijn volley tegen Turkije, waar doelman Volkan Babacan de hand niet tegen kreeg, werd Modric gekust door een supporter die het gras op geklommen was. Een uiting van liefde, snel afgekapt door aanstormende steward.

De jongensachtige verschijning van Modric, dertig jaar inmiddels, bezit het venijn dat hoort bij zijn leidersrol in de Kroatisch ploeg. Waar nodig een stevige blocktackle op de tegenvallende Turk Arda Turan, die verbaasd leek dat de Kroatische spelmaker zich kennelijk ook bezighoudt met het vuilere werk. Hij speelt piano, doet ook de afwas – zo’n type. „We hebben het juiste ritme laten zien vandaag, dat moeten we vasthouden”, zei Modric na afloop. Het ritme dat hij, in grote mate, bepaalt.

    • Bart Hinke