Opinie

    • Bas Heijne

Wilders als premier?

Hoe lekker het radicale simplisme van het ultrarechts populisme aanvoelt, merkte ik begin dit jaar bij Donald Trump in de zaal. Tegen duizenden aanhangers die een dik uur buiten in de sneeuw hadden staan wachten om hem te kunnen horen, zei hij: „They want us to talk about climate change. I say: look outside!”

Stormachtig gejoel.

Daar zit eigenlijk alles in. „They” - dat is de elite, die ons belerend wijs maakt dat de wereld hopeloos complex is, en ons opzadelt met een permanent schuldgevoel jegens de ander, de vluchteling, de minderheden, jegens het klimaat, de planeet, de toekomst. Die ons niet beschermt. Trump veegt dat allemaal met een gebaar van tafel.

„Listen to the experts!” smeekte de Britse premier Cameron afgelopen week zijn gehoor tijdens een vragenuurtje op tv. Ook daar zit alles in – maar dan van de andere kant. Vertrouw de mensen die er verstand van hebben. Maar de experts die tegen een Brexit zijn worden neergezet als lid van een sociale klasse die de heersende elite dient. En zich ook nog eens schuldig maakt aan bevoogdende bangmakerij. De classy actrice Emma Thompson is tegen een Brexit, de volkse stoeipoes Joan Collins fervent vóór – het is vooral een sociale strijd.

Die grenzeloze onredelijkheid van het rechtse populisme zorgt overal voor verontwaardiging en paniek – vooral bij het rechtse establishment. Overal zien parmantige conservatieven, die begin deze eeuw dachten dat de tijdgeest voorlopig stevig aan hun kant zou staan, zich gepasseerd door een brute parodie op hun eigen gedachtengoed. Hun zorg over het verzwakken van de natiestaat in tijden van globalisering wordt weggespoeld door een vloedgolf van theatraal nationalisme. Hun bedenkingen bij het al te blijmoedige multicultarisme van weleer wordt hardhandig opzij geduwd door een ongeremde haat tegen alles wat als vreemd en onaangepast geldt. Hun gewichtige scepsis jegens de naïeve welkomstcultuur van links – „gastvrijheid vraagt om grenzen!” - is nauwelijks meer verstaanbaar boven het geraas van de schreeuwende afwijzing van iedere vorm van medemenselijkheid over de eigen grens heen.

Een aantal van hen is inmiddels geradicaliseerd, uit overtuiging of uit opportunisme. Ook Geert Wilders. Aanvankelijk hield hij opzichtig afstand van extreemrechts in Europa. Inmiddels lijkt geen neofascist hem te min.

Overal zie je nu rechts tegen radicaal rechts - Cameron tegen Farage, Ryan tegen Trump, Rutte tegen Wilders – en Halbe Zijlstra daar ergens strategisch tussenin.

De Amerikaanse neoconservatieve denker Robert Kagan noemde Trump vorige week keihard een fascist. Je kunt zeggen: men wordt nu in de kuiten gebeten door een bloedhond die men als puppy innig heeft vertroeteld.

Eigen schuld wellicht. Maar nu de vraag: kan dit radicalisme ooit binnen een democratie zijn beslag krijgen? Hoe gemeend is die uitzinnige retoriek? Hoe kun je democratisch besturen als je voorstellen en ideeën alleen door een despoot zouden kunnen worden uitgevoerd? Om verkiesbaar te zijn, moet Trump nu zijn toon matigen. Soms doet hij dat – en dan weer niet. Afgelopen week ging Trump zich weer te buiten aan een racistische aanval op een rechter die zich over vermeende oplichterij van de Trump University moet buigen. De man heeft Mexicaanse roots en aangezien Trump Mexicanen in de VS voor verslaafden en verkrachters heeft uitgemaakt, zou die rechter niet meer onpartijdig kunnen zijn. Zijn afkomst zei genoeg.

Het is de omgekeerde wereld – maar steeds meer mensen voelen zich erin thuis.

De leider van de Republikeinen, Paul Ryan, had Trump nog maar net endorsed of hij moest hem alweer een racist noemen. Dus hij steunt een racist?

Het komende jaar wordt geschiedenis geschreven: het referendum in Groot-Brittannië, de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Last en least de verkiezingen in Nederland. Voor ons is het probleem niet minder groot.

Want Geert Wilders laat weten dat hij zichzelf als de komende minister-president ziet. De peilingen ondersteunen die ambitie.

Wilders als MP? Wie ziet het voor zich? Gelooft hij het zelf? Net als Trump heeft hij een ontzagwekkend instinct voor wat zijn aanhang wil horen. Maar alle wraakfantasieën van die aanhang ten spijt - hij zal ook door de rest van Nederland geaccepteerd moeten worden als minister-president. Opschuiven naar het midden is voor hem geen optie meer - teveel geroepen, teveel beschimpt, teveel gedreigd. Zelf voorspelt hij opstand als hij volgend jaar niet mag regeren. Misschien. Maar als hij premier van Nederland wordt, voorspel ik hetzelfde.

    • Bas Heijne