Opinie

    • Rosanne Hertzberger

We roeien uit, maar we leren er wel van

De mens maakt de wereld kapot. Zoveel is duidelijk. U leest de berichten dagelijks: er is altijd weer een dag/week/maand/jaar/eeuw de warmste ooit gemeten, er is altijd weer een gletsjer in recordtempo aan het smelten, ergens is de biodiversiteit weer onherstelbaar vernield of blijkt dat die ‘duurzaam gevangen’ vis die vorige week nog gefrituurd op uw bordje lag, toch zo de laatste van zijn soort kan zijn geweest.

Nieuws van vrijdag: UNEP, de milieu-organisatie van de VN, publiceert een nieuw rapport, een nieuwe noodkreet over de toestand van onze planeet, met allemaal oude conclusies. We zijn met te veel, we eten te veel vlees, we produceren te veel mest, we putten de aarde uit.

Was de Floresmens nou maar nooit uitgestorven. De Floresmens, dat is dat mini-mensje of, oneerbiediger, die hobbit die honderdduizenden jaren lang op het Indonesisch eiland Flores rondbanjerde. Deze week verscheen er opnieuw bewijs van het bestaan van deze mensachtige die zo klein was dat hij net zou moeten bukken om onder uw eettafel door te kunnen lopen. Moet u zich eens voorstellen hoe dat rapport van de UNEP eruit zou zien als er 7,4 miljard van dat soort minimensjes op aarde hadden gewoond in plaats van 7,4 miljard exemplaren homo sapiens. Kleine mensjes rijden in kleinere autootjes met kleinere brandstoftankjes, eten kleinere biefstukjes, wonen in kleinere steden. Dan was de planeet er zeker beter aan toe geweest.

Maar de Floresmens overleefde niet. Wat er precies met hem gebeurde, is niet helemaal duidelijk maar er zijn wel vermoedens. Vooral het tijdperk waarin hij waarschijnlijk verdween, is een aanwijzing voor de oorzaak ervan. Dat was namelijk toevallig nét toen de moderne mens, homo sapiens, in de buurt kwam wonen.

Eenzelfde lot was de neanderthaler beschoren. Ook toevallig net toen de moderne mens in Europa zijn intrede deed, verdween die plotsklaps. En dat plotselinge uitsterven zodra homo sapiens ergens verschijnt, komt nog veel vaker voor. Op het Amerikaans continent liep ooit een vijf ton zware zes meter hoge luiaard rond. Tot de mens er arriveerde. In Australië liepen hagedissen rond zo groot als een gemiddelde sedan. Tot de mens arriveerde. Ooit bestonden er buideldieren zo groot als bestelbussen. Er waren mammoeten, reusachtige wolharige neushoorns en een enorme diversiteit aan uit de kluiten gewassen loopvogels. Maar al die dieren verdwenen op magische wijze zodra de eerste homo sapiens in de buurt kwam wonen.

Wetenschappers houden uiteraard dertig slagen om de arm voordat ze deze twee gebeurtenissen aan elkaar verbinden. Maar de meest aannemelijke uitleg van het wegkwijnen van die bijzondere dieren is dat de mens toen al deed wat we nu nog steeds doen: doorjagen tot het allerlaatste exemplaar van onze prooi verdwenen is en de omgeving daarbij dusdanig verzieken dat er nog maar één soort kan overleven. Wijzelf.

Zo zijn wij. Wij leven niet in vrede met andere soorten samen. Wij roeien uit, en dat doen we al 200.000 jaar. Dat de oermensen wel in gezellig evenwicht leefden met de natuur is een leugen. Ook de oude volken, de Aboriginals, Maori en de Amerikaanse indianen lieten niets heel van hun omgeving. Ook zij waren kampioen in het laten uitsterven van hun prooien en concurrenten.

Hetzelfde lot van de Floresmens dreigt nu voor de honingbij, de tonijn, de neushoorn. Het zit diep gebakken in ons wezen. Destructie is onze natuur.

Gek genoeg leidt dat besef ertoe dat ik zo’n rapport van UNEP over de uitputting van de aarde positiever lees. Als je je realiseert hoe die paar honderdduizend exemplaren van homo sapiens in de oertijd het al voor elkaar kregen om zoveel verwoesting te veroorzaken, is het eigenlijk een wonder dat er überhaupt nog ander leven bestaat nu we bijna met tienduizend keer zoveel zijn.

En we leren. We luiden de noodklok, we organiseren klimaatconferenties, vooral in de ontwikkelde westerse wereld zijn we steeds vaker doordrongen van het feit dat het niet langer zo kan doorgaan. Dat is revolutionair, een overwinning op onze kwaadaardige natuur. Elke keer als we ons voornemen om minder vlees te eten, minder CO2 uit te stoten, minder vis uit de zee te halen, is dat een breuk met 200.000 jaar geschiedenis van de moderne verwoestende mens. Homo sapiens leert. Wie weet veranderen we onszelf net op tijd in een soort die wél in evenwicht met de rest kan leven.

    • Rosanne Hertzberger