‘We gaan kanker beter begrijpen dankzij data’

Jeroen Tas, topman data-tak Philips Philips wil, nu het af is van zijn verlichtingsdivisie, veel meer een IT-bedrijf worden. Jeroen Tas moet laten zien welke kant het opgaat met de onderneming. „De rol van artsen gaat sterk veranderen.”

Foto Olivier Middendorp

‘Veel mensen zeggen: maar je komt helemaal niet uit de medische wereld. Dan zeg ik: denk je dat de baas van Uber vroeger taxi-chauffeur was? Of dat de oprichter van Airbnb vroeger een bed-and-breakfast runde?”

Jeroen Tas is sinds begin dit jaar topman van het nieuwe Philips-onderdeel, officieel Connected Care & Health Informatics geheten, de data-tak. Nu algoritmes, robots, data-analyse, kunstmatige intelligentie en andere technologieën hun intrede doen in de zorg, is het een kwestie van tijd voordat er ook in ziekenhuizen een omwenteling komt; Tas denkt dat de zorg behoorlijk zal worden opgeschud. „Net zoals in veel andere markten al aan de gang is.” Sinds Philips eind mei zijn verlichtingsdivisie naar de beurs bracht, kan het bedrijf zich helemaal op medische technologie concentreren.

Het cv van Tas toont wat het nieuwe Philips moet worden: het verandert steeds meer van een productiebedrijf in een IT-bedrijf.

Tas werkt nu vijf jaar in diverse IT-functies bij Philips. Daarvoor richtte hij de Amerikaans-Indiase IT-onderneming Mphasis mede op en in de jaren 90 werkte hij bij de Amerikaanse Citigroup, waar hij een systeem opzette voor internetbankieren. De data-tak die hij leidt is nu goed voor ongeveer 3 miljard van de 16 miljard euro omzet van Philips, maar dat aandeel moet de komende jaren snel groeien. Tas profileert zich veel in de buitenwereld, onder meer met een blog op de Amerikaanse site Huffington Post, en vele optredens op internationale bijeenkomsten over zorgtechnologie.

Algoritmes en diagnoses

Hij vindt het zelf volstrekt logisch dat hij met een banken- en IT-achtergrond nu bij een zorgbedrijf werkt: „Net zoals de rol van medewerkers in de financiële sector is veranderd, gaat ook de rol van artsen sterk veranderen. Kijk naar aandelenhandelaren, die 20 jaar geleden nog massaal schreeuwend op de beursvloer stonden. Nu gebeurt 95 procent van de beurshandel door algoritmes. Algoritmes gaan ook een steeds grotere rol spelen bij medische diagnoses.”

Hoe gaat die verandering in de zorg er volgens hem uitzien? Philips maakt bijvoorbeeld tandenborstels met sensoren, maar ook polsbandjes om de hartslag te meten en scanners en monitorsystemen om vitale functies van patiënten in de gaten te houden. De rode draad door al die diensten en producten: de data die ze produceren.

„Data en algoritmes gaan de boel aan elkaar knopen”, zegt Tas. Zijn bedrijfsonderdeel moet de lijm zijn tussen alle Philips-producten en -diensten. De verzamelde digitale gegevens moeten helpen bij bijvoorbeeld het automatisch stellen van diagnoses, het vroeger opsporen van ziektes, het ontdekken van patronen bij chronische aandoeningen en bij het beter in de gaten houden van patiënten op afstand.

Neem cardiologie. Daarvoor kunnen hartslagmetingen van polsbandjes handig zijn, maar ook hartmonitoren in het ziekenhuis, informatie uit medische scans en zelfs informatie over lichaamsbeweging. „Al die informatie moet samenkomen en goed geanalyseerd worden.”

Voordat die veranderingen daadwerkelijk in ziekenhuizen te merken zijn, moet Tas nog wel een hele strijd voeren. Philips is zeker niet het enige bedrijf dat zich de laatste tijd richt op gezondheidsdata en -diensten. Ook Microsoft, IBM, Apple en Alphabet (het moederbedrijf van Google) doen dat bijvoorbeeld. Dat zijn bedrijven die een veel sterkere traditie hebben in IT, data en software. Daarom sloot Tas grote deals met Amerikaanse technologiebedrijven, waaronder Amazon en Salesforce. Die leveren onder meer de servers en de software om alle data goed te verzamelen, veilig op te slaan en te analyseren.

„Samenwerken met dat soort bedrijven is gewoon hoe de wereld nu werkt. Je kunt allang niet meer alles zelf doen. We gaan zelf geen enorme datacenters bouwen als Amazon dat beter kan. We gaan geen honderden miljoenen investeren in het ontwikkelen van kunstmatige intelligentie als je ziet dat daarin veel open source beschikbaar is.”

Is de afhankelijkheid van grote Amerikaanse bedrijven en open source-projecten (projecten die openbaar zijn maar soms wel door concurrenten zoals IBM worden beheerd) geen probleem voor Philips? „Ja, je maakt jezelf misschien afhankelijk van anderen, maar de tijd dat je als groot bedrijf de hele keten beheerste is voorbij.”

Vliegtuigen

Onder bestuursvoorzitter Frans van Houten maakt Philips sowieso een grote verandering door, ook qua personele bezetting. Naast Tas is begin dit jaar nog iemand uit een totaal andere sector in de Philips-top gekomen. De nieuwe innovatiedirecteur, is de Fransman Jean Botti. Hij komt van vliegtuigbouwer Airbus.

„Dat laat ook wel zien waar het heengaat met Philips”, zegt Tas. „Internet of things, data-analyse, dat is cruciaal in de vliegtuigindustrie, en straks ook in de zorg.” In vliegtuigen is het al langer van levensbelang om data uit allerlei sensoren in het toestel goed te interpreteren, en er wordt steeds meer gebruikgemaakt van voorspellende software.

„Jean en ik zitten regelmatig samen als bezetenen op een whiteboard ideeën op te schrijven. Met wie gaan we samenwerken? Hoe krijgen we veel sneller ons onderzoek in concrete producten?”

Een ander medisch vakgebied waar Tas van deze technologieën veel verwacht is oncologie, de kankerbestrijding. „Eenderde van de mensen krijgt in zijn leven kanker. Maar we gaan kanker steeds beter begrijpen. Elke kanker is individueel. Informatie uit digitaal weefselonderzoek, nieuwe bloedtesten, nieuwe data over genetica van patiënten: dat begint nu allemaal te komen.” Dat soort gegevens combineren, analyseren, en dan ook nog artsen zover krijgen dat ze de technieken juist toepassen: daar is volgens hem voor Philips goed aan te verdienen.

Maar naast de technische uitdagingen, de moeilijke vragen rond samenwerkingen met concurrenten en de grote interne veranderingen waar Philips voor staat , moet het hele zorgstelsel anders worden ingericht als Tas zijn zin wil krijgen.

Veel van de diensten die Philips aanbiedt zijn bedoeld om ziekte te voorkomen: apparaatjes voor het monitoren van patiënten thuis, wearables, pillendoosjes die bijhouden of iemand zijn medicijnen slikt, sensoren die meten hoe iemand beweegt en of iemand gevoelig is voor vallen bijvoorbeeld. Op dat soort preventie is de bekostiging van de zorg in Nederland niet altijd even goed ingericht: hier krijgen artsen eigenlijk vaak pas betaald als iemand al ziek is.

„Het systeem is nu helemáál niet ingericht op preventie, zou ik zeggen.” In Amerika is dat anders. Daar krijgen artsen soms als patiënten binnen dertig dagen weer terug moeten naar het ziekenhuis, een nieuwe behandeling niet vergoed, vertelt Tas. „Dus dan ga je nadenken: het is waarschijnlijk goedkoper om iemand thuis te monitoren dan om het risico te nemen dat hij zo ziek wordt dat hij terug moet komen.” Tas wijst ook op het zorgsysteem in het Verenigd Koninkrijk, dat volgens hem beter is ingericht op het betaald krijgen en stimuleren van preventieve technologieën.

Omslagpunt

Philips experimenteert zelf al wel met nieuwe modellen voor de zorg in Nederland. Deze week kondigde het bijvoorbeeld samenwerking aan met thuiszorgorganisatie Cordaan om de gezondheid en het gedrag van chronisch zieken in hun eigen huis te volgen en zorgverleners een seintje te geven als er iets mis is of dreigt te gaan. „En er zit nog wel meer aan te komen. We zijn in vergaande gesprekken met drie grote verzekeraars. We werken nauw samen met academische ziekenhuizen. Philips zou ook zelf misschien een rol kunnen spelen in andere financieringsmodellen. Maar er zijn daarnaast grote systeemveranderingen nodig, het liefst op EU-niveau.”

Tas is daarover optimistisch. Bij de banken waren nieuwe technologieën ook niet altijd even vanzelfsprekend en waren de systemen er ook niet zomaar op ingericht. „Neem alleen al geldautomaten. Eerst had elke bank een eigen systeem, toen werd het na veel moeite een netwerk per stad, toen een landelijk netwerk, en pas na heel veel weerstand en het aanpassen van systemen werd dat wereldwijd. In de zorg zijn we denk ik nu nog niet bij het echte omslagpunt. Maar geef het nog een jaar, en we gaan echt grote veranderingen zien.”

    • Wouter van Noort