Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Waarom de waarheid steeds sneller zoek raakt in Den Haag

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Ard van der Steur en de zoekrakende waarheid in Den Haag.

Ofwel: wie écht meer dualisme wil, moet het bestel aan durven pakken.

Tekst Tom-Jan Meeus Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Altijd fijn als alle partijen het goede standpunt innemen. De zon scheen deze week uitbundig in Den Haag, en iedereen was enorm vóór het dualisme.

Het dualisme: de Omo-reclame van de politiek. Wast door en door schoon, niet duur.

Onbegrijpelijk als partijen tegen dualisme zijn: een gezonde afstand tussen Kamer en kabinet is even zuiverend voor de democratie als een goed wasmiddel voor het witgoed.

Ongemak krijg je pas als partijen regeren en er spanningen ontstaan. Dan willen partijleiders zaken afstemmen, en blijkt de hang naar dualisme minder groot. Alle partijleiders van alle regeringspartijen hebben hier last van.

Dus pleiten voor dualisme is, inderdaad, het goedkoopste reclamepraatje dat Den Haag in voorraad heeft: politici zijn allemaal voor – totdat ze tegen zijn.

Evengoed is duidelijk dat er met dit thema iets moet gebeuren. Het loopt uit de hand. De reacties op de tekstsuggesties die toenmalig Kamerlid Ard van der Steur (nu minister van Veiligheid en Justitie) aanleverde voor een concept-Kamerbrief van zijn voorganger waren niet mals. Logisch.

En parlementariërs slaagden er niet eens in de ware omvang van de praktijk bloot te leggen.

Als ze het rapport van de tweede commissie-Oosting grondig hadden gelezen (tot en met pagina 149), zouden ze ook hebben gevraagd naar tekstsuggesties die Kamerlid Van der Steur aanleverde voor Kamervragen die 9 maart vorig jaar werden beantwoord.

En nu niemand dit deed, bleef onbekend dat Van der Steur zelfs teksten aanleverde voor antwoorden op Kamervragen die hij onder meer zelf had gesteld. Ja, dit leest u goed.

Nu moet ik erbij zeggen dat de hele situatie destijds hoogst uitzonderlijk was. De VVD-top had Van der Steur verzocht zijn verzwakte voorganger Opstelten te ondersteunen, en de setting was onwerkelijk.

Anticiperend op een tussentijds vertrek van Opstelten waren zowel Van der Steur als staatssecretaris Teeven in de markt voor de opvolging.

Dus dit ging lang niet alleen om die stokoude Teevendeal zelf, dit was, zoals een toehoorder me destijds uitlegde, een Shakespeariaans drama: Kings of War.

Maar denk niet dat Van der Steur onder Rutte II de enige parlementariër was die meeschreef met Kamerbrieven. Nog deze week kreeg ik toegelicht dat een bewindsman tot voor zéér kort tekstuele input van een bevriend Kamerlid vroeg.

Partijen kunnen hier tegen zijn – maar dan moeten ze misschien ook meedenken over veranderingen van ons parlementaire stelsel: juist de snel wisselende meerderheden in Tweede en Eerste Kamer creëren dat kabinetten groeiende behoefte aan monisme hebben.

Wat dit betreft permitteert vooral het CDA zich een positie die grenst aan het absurde.

De partij die het achterkamertjesoverleg zo’n beetje uitvond, transformeerde zich onder Rutte II tot de meest dualistische fractie in de Tweede Kamer. Gevolg was dat de coalitie zich in de vreemdste bochten moest wringen voor meerderheden in Tweede en Eerste Kamer.

Het ergerde vooral de VVD-top, zodat de Eerste Kamer dit voorjaar na veel getalm het initiatief nam voor een staatscommissie die zich over ons tweekamerstelsel buigt.

Ter voorbereiding was – jawel – vooroverleg met de Tweede Kamer nodig, en het tekent de desinteresse dat het een half jaar kostte om één vergadering te beleggen.

Afgelopen dinsdag was het zover, waarna de deelnemer van het CDA, Tweede Kamerlid Jaco Geurts, volgens Trouw zei dat die hele staatscommissie van hem niet hoeft.

Een even cruciale als onbegrijpelijke blokkade: dit soort bestelwijzigingen vergt een tweederde meerderheid over twee regeerperiodes, dus je hebt de steun van alle traditionele partijen nodig om überhaupt iets te bereiken.

Ziehier het moderne CDA: principieel dualistisch – maar ongeïnteresseerd de grondslagen van het groeiende monisme aan te pakken.

Deze week bleek trouwens ook hoe uitgerekend ditzelfde monisme veroorzaakt dat de werkelijkheid steeds gemakkelijker zoek raakt in Den Haag.

Het kwam in beeld rond een evaluatie van de zogenoemde verhuurdersheffing. Deze extra belasting op de winsten van woningcorporaties legde, mooie ironie, in de beginmaanden van Rutte II de basis onder het toverballenverbond (VVD, PvdA, D66, CU, SGP) waarmee de coalitie overeind bleef.

Het eerste voorstel voor de heffing sneuvelde eind december 2012 in de senaat. In informele gesprekken begin 2013 haakte het CDA in de Eerste Kamer opnieuw af, nu uit vrees dat de bouw door de heffing zou stagneren – waarna Rutte te elfder ure het toverballenverbond vormde.

Het interessante was dat het CDA korte tijd later steun kreeg uit onverwachte hoek: de destijds vers aangetreden PvdA-senator Adri Duivesteijn had globaal dezelfde bezwaren tegen de heffing. Maar een inhoudelijk gesprek bleek toen niet meer mogelijk: het vijfpartijenakkoord van het toverballenverbond was te breekbaar.

Hier zie je het echte manco van het monisme: het bevriest het denken.

Duivesteijn vocht door. In een crisisachtige sfeer dwong hij eind 2013 alsnog een evaluatie van de heffing af. Die wil het kabinet volgende week publiceren, dus belanghebbenden uit het veld bestelden een eigen studie, die ze deze week vrijgaven. Uitkomst: Duivesteijn en het CDA hadden destijds globaal gelijk.

Ik ving op dat het kabinet de omgekeerde bevinding zal brengen, en dit is het werkelijke probleem van regeren in gedwongen monisme.

Omdat partijen door de wisselende meerderheden in de Kamers zulke kwetsbare compromissen moeten sluiten, gaat de mentale flexibiliteit voor een open beleidsgesprek volledig verloren, en leggen alle betrokkenen zich vast op een geconstrueerd eigen gelijk: een onderzoekje hier, een onderzoekje daar, en naar de echte feiten blijft het raden.

Intussen schiet Ard van der Steur hier allemaal niets mee op. De zwakste schakel van Rutte II wacht volgende week alwéér een zwaar debat: in de oppositie voorzien ze dat hij het veel lastiger zal hebben dan afgelopen week.

Het gaat over geld: in moties legde de Tweede Kamer vorig jaar herfst vast dat het kabinet in de Voorjaarsnota extra middelen moest vrijmaken voor politie, OM en rechtbanken. De Eerste Kamer eiste in december bovendien dat Van der Steur in de Voorjaarsnota alle tekorten heeft weggewerkt.

Maar het kabinet reserveerde in de Voorjaarsnota alleen wat extra’s voor de politie (49 miljoen).

De oppositie in de Tweede Kamer stak daarna de koppen bij elkaar en liet een van de fractievoorzitters een inventarisatie maken: politie, OM en rechtbanken zouden nog 100 à 150 miljoen euro tekort te komen.

Aan Van der Steur nu de taak alle aanvallen uit de Kamer te pareren. En dat terwijl het probleem in de binnenkamer, op klassiek monistische wijze, al zo’n beetje door de coalitie is opgelost: volgens voorlopige becijferingen heeft het kabinet een meevaller van 1,2 miljard euro op de begroting van 2017, en VVD en PvdA mogen daarvan ieder de helft naar eigen voorkeur uitgeven.

De PvdA kiest dan, begreep ik, globaal voor 400 miljoen langdurige zorg en 200 miljoen onderwijs.

De VVD 300 miljoen naar Defensie en, inderdaad, 300 miljoen voor Veiligheid en Justitie.

Het zijn voorlopige cijfers, die formeel pas op Prinsjesdag naar buiten kunnen – in de tussentijd kan natuurlijk nog van alles (Brexit?) gebeuren.

Dus Van der Steur heeft volgende week vermoedelijk geen andere keuze dan alle aanvallen geduldig uit te zitten.

Ook al is in dit geval de werkelijkheid helemaal niet zoek: in dit geval moet de werkelijkheid gewoon nog even op de juiste datum wachten.

    • Tom-Jan Meeus