Vervoersmiddelen

New York, zaterdagmiddag.

Er is een interactieve toneelvoorstelling voor Nederlandstalige kleuters.

Een acteur vertelt in het stuk dat hij van heel ver is gekomen. Daarbij heeft hij gebruikgemaakt van verschillende vervoersmiddelen: „Ik heb in het vliegtuig gezeten, op de fiets, op de boot, in de auto. En ook in zo’n lange auto met veel wielen waar je achter elkaar zit. Dat heet…”

„Een limousine”, roept de kinderschaar eenstemmig.

„Nee, kinderen”, antwoordt de uit België overgevlogen acteur. „Nee, ik bedoel: een bus…”

    • een onzer redacteuren