‘Veiligheid en justitie niet splitsen’

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft veel problemen. Omdat het te groot is vindt de oppositie. Op het ministerie zelf denken ze daar heel anders over. „Het zou jammer zijn om dit niet te handhaven.”

Ministerie Binnenandse Zaken en Koninkrijksrelaties en ministerie van Veilgheid en Justitie. Foto LEX VAN LIESHOUT/ANP

Het ministerie van Veiligheid en Justitie struikelt al jaren van incident naar incident. Logisch, zeggen Tweede Kamerleden: het departement is veel te groot. Een ‘superministerie’ noemden SP-Tweede Kamerlid Michiel van Nispen en ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers het afgelopen week in het debat over de Teeven-deal met minister Ard van der Steur (VVD).

Maar is splitsen dan de oplossing? En waarom? Of waarom juist niet? Een rondgang langs politici, hoge ambtenaren en oud-betrokkenen.

De politie verhuisde in 2010, bij het begin van het kabinet-Rutte I, van Binnenlandse Zaken naar Justitie. Het ministerie werd Veiligheid en Justitie en de bedoeling was dat de politie beter zou kunnen samenwerken met het Openbaar Ministerie. Het was een diepe wens van VVD en PVV, op zoek naar een imago van ‘law and order’.

VVD, PVV en CDA vinden nog steeds dat het zo moet blijven: opsporen, vervolgen en straffen onder één minister. Maar je hoort ze nu bijna niet. Er is gewoon te veel misgegaan bij Veiligheid en Justitie. Als je VVD-Tweede Kamerlid Foort van Oosten nu vraagt wat hij van een splitsing vindt, komt hij met een voorzichtig antwoord: „Het is ook wel waardevol als je de hele strafrechtketen in één hand houdt.”

Wie je nu het hardst hoort zijn de voorstanders van een splitsing: PvdA, SP, ChristenUnie en GroenLinks. Zij willen dat de politie na de volgende verkiezingen weer teruggaat naar Binnenlandse Zaken. Na elk incident hoor je hen luider.

Op het ministerie van Veiligheid en Justitie zelf moeten ze er niet aan denken om de politie kwijt te raken. De samenwerking tussen politie en OM gaat nog niet perfect, zegt de hoogste ambtenaar, secretaris-generaal Siebe Riedstra. Maar het wordt volgens hem zeker niet beter als je die twee weer uit elkaar haalt. „Het zou jammer zijn om dit niet te handhaven”, zegt Riedstra.

„Als je de politie meer laat doen aan contraterrorisme en je investeert daarin, dan moet je dat ook bij het Openbaar Ministerie doen. Verbeteringen moeten altijd in de hele strafrechtketen plaatsvinden.” Zijn punt is: dat is ingewikkelder als twee ministers daarover moeten beslissen.

Of neem de bestrijding van zware drugscriminaliteit in Brabant, zegt Riedstra. „Als het kabinet daar meer tegen wil doen, kunnen de commissaris van de koning en de burgemeesters van Brabant nu in gesprek gaan met één minister, die de knoop doorhakt. Dat is winst.”

Of het voor burgemeesters echt zo handig is? Burgemeester Jozias van Aartsen (VVD) van Den Haag is er niet van overtuigd. Bij de bestrijding van Brabantse drugscriminaliteit, zegt hij, is ook de Belastingdienst betrokken. „Hoort die dan ook onder Justitie? Dat is onzin.”

Crisisbestrijding en brandweer

Niet alleen de politie is van Binnenlandse Zaken naar Justitie gegaan. Ook vreemdelingenzaken, crisisbestrijding en de brandweer kwamen erbij. Het ministerie is groot: er werken ongeveer honderdduizend mensen onder verantwoordelijkheid van minister Van der Steur en staatssecretaris Klaas Dijkhoff (VVD). Maar is het ministerie ook te groot?

Riedstra noemt dat „niet relevant”. Natuurlijk, de minister en staatssecretaris krijgen de hele dag door nota’s en memo’s van hun ambtenaren. En ja, hoe meer memo’s je moet lezen, hoe minder tijd je hebt per onderwerp. Maar vergeleken met Riedstra’s vorige departement, Infrastructuur en Milieu, is het aantal ambtelijke stukken „niet extreem veel meer”, zegt hij.

Ernst Hirsch Ballin (CDA) is het met Riedstra eens. Hij was minister van Justitie tijdens Lubbers III (1989-1994) en Balkenende III en IV (2006-2010). „Kijk maar eens naar grotere landen, daar werken vanzelfsprekend meer mensen op een ministerie. Anders zou je moeten zeggen: arme Fransen, die kunnen nooit een ministerie aansturen.”

De ‘splitsers’ hebben nog een ander, principiëler punt. De politie moet twee dingen doen: strafrechtelijke feiten vervolgen, onder leiding van het OM, en de openbare orde en veiligheid bewaken, onder gezag van de burgemeester. Die openbare orde en veiligheid krijgt nu te weinig aandacht, zeggen zij.

Vroeger was het nog in balans. Omdat er twee ministers waren, die allebei opkwamen voor hun eigen belang: justitie was er voor het opsporen van strafbare feiten en Binnenlandse Zaken voor de openbare orde.

Kijk naar de wijkagenten, zegt Van Aartsen, die zelf in de jaren tachtig en begin jaren negentig topambtenaar was bij Binnenlandse Zaken. „Die zijn verweven in de samenleving. Opsporing begint vaak bij de wijkagent, ook die van zware criminaliteit. Op lokaal niveau snappen en voelen we dat. Ik weet niet of dat bij Justitie net zo gevoeld en beleefd wordt.”

De politie moet regionaler aangestuurd worden, vindt ook Hirsch Ballin. Maar daarvoor is geen verhuizing naar Binnenlandse Zaken nodig, zegt hij. „Departementale herindelingen zijn niet het antwoord op het inhoudelijke probleem.”

Het probleem, volgens Hirsch Ballin: het veiligheidsbeleid is te landelijk geworden. Dat politie-auto’s landelijk worden ingekocht noemt hij „nodig en goed”. Maar over het veiligheidsbeleid moet de gemeenteraad meer kunnen beslissen. Nu wordt Van der Steur nog naar de Tweede Kamer geroepen voor allerlei lokale politie-incidenten. „Daar moet je de lokale democratie in haar waarde laten”, vindt Hirsch Ballin. „Nationaal kun je het dan over typische Justitietaken hebben, zoals internationale criminaliteit en terrorisme.”

Hoeder van de rechtsstaat

Veel voorstanders van een splitsing zeggen dat ministers van het ‘oude Justitie’ het rechtsstatelijke geweten van de ministerraad waren: Ernst Hirsch Ballin, Piet Hein Donner. Vroeger kwam de minister van Binnenlandse Zaken op voor de veiligheid, en de minister van Justitie voor de rechtsstaat. Zo waren er ‘checks and balances’.

De Raad van State waarschuwde in april in zijn jaarverslag dat het rechtsstatelijke denken in het gedrang raakt. Daardoor dreigt een krachtmeting te ontstaan tussen de politiek en de rechter, die soms moet oordelen dat bepaalde besluiten helemaal niet mogen volgens de wet.

Toch vindt juist Hirsch Ballin dat een splitsing van het ministerie dit niet oplost. „Alle ministers moeten opkomen voor de rechtsstaat.”

Hij ziet wel dat de rechtsstaat sinds 2010 verder onder druk is komen te staan. Maar dat komt volgens hem meer door politieke beslissingen dan door de indeling van ministeries. En misschien ook door de naam. „Die zet Justitie, de rechtsstaat, op de tweede plaats.”

Riedstra schetst nog een mogelijkheid om ‘veiligheid’ en ‘justitie’ weer allebei een even grote stem te geven in het kabinet. „Want dat dilemma zie ik ook wel. Dat wordt niet ontkend.”

Een volgend kabinet kan bijvoorbeeld ook op één ministerie twee ministers aanstellen: een minister van Justitie en een minister voor Politie en Migratie. Riedstra: „Er zijn meerdere antwoorden mogelijk op verschillende dilemma’s. Dit is een discussiepunt.”

Riedstra noemt als voorbeeld weer zijn vorige ministerie van Infrastructuur en Milieu. „Daar is een klassieke tegenstelling tussen milieu en mobiliteit – asfalt en duurzaamheid. Daarom is er een staatssecretaris die milieu doet en een minister voor mobiliteit. Dan heb je ook checks and balances.”

Met zijn voorstel heb je twee ministers, maar nog steeds één organisatie. Er is volgens hem geen tegenstelling tussen ‘checks and balances’ en effectiviteit. „Zo kun je beide behouden.”

    • Christiaan Pelgrim