Opinie

    • Arnon Grunberg

U scheldt. Wilt u erover praten?

Benader verbale agressie met een therapeutische houding, schrijft Arnon Grunberg. Stel vragen. Wat is het slaappatroon van de agressor? Hoe staat het met het seksleven van de agressor? Voorwaarde is wel dat men echt luistert naar de antwoorden.

Er bestaat zoals bekend wenselijk en onwenselijk gedrag. Wat wenselijk is, is plaatsgebonden. Een soldaat in een oorlogsgebied zal tijdens gevechtshandelingen ander gedrag moeten vertonen dan diezelfde soldaat als hij weer thuis met vrouw en kinderen aan tafel zit.

Wat voor gedrag geldt, geldt net zo goed voor uitlatingen. Een medewerkster van een supermarkt aanspreken met de vraag ‘hé kankerwijf, waar vind ik hier de pepernoten?’ is een voorbeeld van een onwenselijke uitlating, wat ook meteen aangeeft dat het juridisch strafbare niet noodzakelijkerwijs hetzelfde is als het sociaal onwenselijke.

Vrijwel niemand zou in een samenleving terecht willen komen waarin burgers worden aangeklaagd omdat ze een supermarktmedewerkster met ‘kankerwijf’ hebben aangesproken. Dergelijk schelden valt onder de vrijheid van meningsuiting, wat niet wegneemt dat de medewerkster volledig in haar recht zou staan als ze de scheldende klant zou negeren.

Dit voorbeeld illustreert ook meteen dat wat valt onder vrijheid van meningsuiting niet automatisch waardevol hoeft te zijn; het gebruikmaken van bepaalde vrijheden is niet altijd een deugd, vaak niet zelfs.

Zoals eveneens bekend zit het leven vol kleine en grote frustraties en de menselijke impuls is om daar met agressie op te reageren. Het beschavingsproces heeft ons geleerd dergelijke impulsen te onderdrukken. Hoe succesvol het beschavingsproces is en of wij echt zoveel beschaafder zijn dan onze voorgangers, daarover zijn historici het oneens, maar zeker is dat fysiek geweld in onze cultuur nauwelijks meer wordt gewaardeerd. De krijger, als prototype van man en mannelijkheid, is in Nederland al een tijd in ongerede geraakt, voor zover de krijger in Nederland überhaupt een al dan niet symbolische rol speelde.

Wie aan sociaal opwaartse mobiliteit wil doen, doet er goed aan zo min mogelijk mensen in elkaar te slaan. Uitzonderingen zijn allicht criminele bendes, en onder strikte voorwaarden kan het gebruik van geweld binnen het leger kansen op een carrière doen toenemen.

Wij hebben geleerd agressie te sublimeren. Iedereen zal nog met enige regelmaat de archaïsche behoefte voelen te schelden en te slaan, maar vervolgens sublimeren wij die behoefte en schrijven een gedicht, gaan in de tuin werken, haasten ons naar de sportschool of spelen een game. Mogelijkheden tot sublimatie te over.

Maar zo eenduidig als wij staan tegenover fysieke agressie, zo tweeslachtig staan wij nog altijd tegenover verbale agressie. Dat zal ermee te maken hebben dat taal per definitie ambigu is. Fysiek geweld is nu eenmaal, juist ook juridisch gezien, veel duidelijker te definiëren.

Geen redelijk mens zal beweren een handdruk niet van een vuistslag te kunnen onderscheiden, maar waar het uiten van meningen ophoudt en haat zaaien begint, daarover is ellenlange discussie mogelijk. Eens te meer reden om deze discussie uit de juridische sfeer te halen. Er zijn uiteraard nog andere redenen: wij moeten geen martelaren van het vrije woord willen creëren en het is onverstandig mensen die evident kinderachtige uitlatingen doen – het uitschelden van een winkeljuffrouw voor ‘kankerwijf’ bijvoorbeeld – onnodig op een voetstuk te plaatsen door die mensen in een eerbiedwaardige rechtszaal aan te klagen voor dergelijke uitlatingen. Verder brengen wij bepaalde vrijheden in gevaar als wij schelden juridisch gaan aanpakken, maar dat spreekt vanzelf.

Mensen die snel gaan schelden worden mensen ‘met een kort lontje’ genoemd, maar dat is veel te verbloemend. Het gaat om mensen die hun instincten niet kunnen en wensen te controleren, oftewel gebrekkige tot zeer gebrekkige zelfbeheersing.

Van kinderen weten wij bovendien hoe aanlokkelijk het is op een negatieve manier om aandacht te vragen. Verbale agressie is meer dan alleen gebrekkige beheersing, het vermoeden lijkt me gerechtvaardigd, zeker als het om verbale agressie gaat die zich door middel van een toetsenbord verspreidt, dat het om mensen gaat die gezien en gehoord willen worden en die kennelijk geen andere methoden tot hun beschikking hebben dan ietwat infantiele scheldpartijen.

Wie weleens voor een klas heeft gestaan weet dat negeren het beste is. De negatieve roep om aandacht dient juist niet beloond te worden met aandacht. Tegelijkertijd is het ook duidelijk dat deze negatieve roep een opzwepend karakter kan hebben. Anderen kunnen door verbale agressie worden opgezweept, waarna een massa ontstaat waardoor negeren niet langer tot de mogelijkheden behoort. Denk in dit verband aan voetbalsupporters die behoorlijk agressieve liederen kunnen zingen; of ze weten wat ze zingen, daarover kan onzekerheid bestaan, maar dat ze opgezweept worden door wat ze zingen, daaraan hoeft niemand te twijfelen.

Natuurlijk is sommige agressie meer dan schelden en hebben wij te maken met evident racistische en antisemitische uitlatingen, maar zijn deze uitlatingen echt zoveel meer dan primitieve en infantiele agressie?

Juist als het gaat om verbale agressie zou ik willen pleiten voor de therapeutische levenshouding. Er is geen reden de agressie van de ander persoonlijk te nemen, de ander projecteert iets op jou of de bevolkingsgroep waartoe hij meent dat je behoort. Die projecties zeggen niets of nauwelijks iets over degene op wie ze worden geprojecteerd, maar van alles over degene die aan het projecteren is geslagen.

Er zijn ook zeker maatschappelijke oorzaken aan te wijzen voor agressie, maar aangezien ik geen marxist ben, meen ik dat juist in Nederland, een nogal welvarend en veilig land, agressie veelal een hoogst persoonlijk probleem is dat wordt vermomd als maatschappelijk probleem en maatschappelijke ziekte.

Waar mogelijk is het, als gezegd, het beste agressie te negeren. Waar dat echt niet anders kan is het verstandig de agressor met vriendelijke maar concrete vragen te benaderen. Wat zijn de woon- en werkomstandigheden van de agressor? Gebruikt de agressor drugs? Hoe staat het met het seksleven van de agressor? Heeft de agressor last van minderwaardigheidsgevoelens? Wat is het slaappatroon van de agressor? Voorwaarde is wel dat men echt luistert naar de antwoorden en oprecht geïnteresseerd is in de woon- en werkomstandigheden en het seksleven van de agressor.

Dit vereist enige zelfbeheersing, maar het kan niet vaak genoeg worden benadrukt: het beschavingsproces is weinig anders dan zelfbeheersing. Ironisch genoeg is juist ook het effectief gebruik maken van fysiek geweld, bijvoorbeeld in de context van een leger, een kwestie van uiterste zelfbeheersing.

Agressie heeft zeker ook zijn nut maar juist in extreme beleefdheid kan men op een voor alle partijen betrekkelijk aangename manier heel veel venijn kwijt. En natuurlijk zijn onder sommige omstandigheden agressieve uitingen moreel gezien toelaatbaar, zoals ook geweld tegen de staat in uiterste gevallen moreel gezien wenselijk is, maar in Nederland is de verbale agressie van doel tot middel verworden.

Waar ongewenst gedrag en ongewenste uitlatingen echt niet meer genegeerd kunnen worden, zijn er twee mogelijkheden: criminaliseren of medicaliseren.

Medicaliseren zou de voorkeur moeten hebben.

Of herhaaldelijke uitbarstingen van verbale en andere agressie nu op een agressiestoornis wijzen of niet is niet zo belangrijk, het gaat erom dat ze wijzen op gebrekkige zelfbeheersing. En daaraan kan allicht iets worden gedaan. Medicatie is dus een mogelijkheid, maar eerst therapie proberen wellicht. Wij hebben de Alcoholics Anonymous en die schijnen succesvol te zijn. Waarom geen Anonieme Agressoren?

Of deze therapie door de verzekering zal worden vergoed is mij niet bekend, maar ik ben bereid de kosten voor de eerste twee jaar voor de heer Wilders en de zijnen op mij te nemen.

    • Arnon Grunberg