Toezichthouders UvA waren weinig alert

Universiteit en Hogeschool Toezichthouder Nicolaï lag met iedereen overhoop, maar nooit ging bij hem een licht op.

Foto ANP

Foto ANP

Erg gevoelig voor hints is Atzo Nicolaï niet. Hij negeerde de afgelopen maanden vaker een rood stoplicht voor hij gisteren noodgedwongen opstapte, samen met zijn drie collega’s van de raad van toezicht van de Universiteit van Amsterdam.

Neem zijn recente herbenoeming voor vier jaar door onderwijsminister Jet Bussemaker (PvdA). Een besluit dat voor de medezeggenschapsraden van zowel de UvA als de Hogeschool van Amsterdam – waar Nicolaï ook voorman van de toezichthouders is – als een verrassing kwam. Prompt kwamen ze (weer) in verzet. De HvA’ers waren tegen de verlenging. Ze vonden Nicolaï (56) niet de man die „de broodnodige rust” kon brengen.

Voor menig bestuurder zou het een hint zijn geweest om aan zijn houdbaarheid te gaan twijfelen. Niet Atzo Nicolaï. Dat de gesprekken van zijn raad van toezicht met de studentenraad van de UvA nog uitsluitend onder leiding van een mediator konden plaatsvinden, deed evenmin het alarm afgaan.

Maar zelfs toen de bemiddeling van deze professionele intermediair was mislukt en de studenten mét de ondernemingsraad van de UvA dreigden het vertrouwen in de toezichthouders op te zeggen, was Nicolaïs grens nog niet bereikt. Integendeel. Hij polste bij Bussemaker of ze de motie van wantrouwen zou willen negeren.

Pas toen de bewindsvrouw daar donderdag weigerde aan mee te werken, beseften Nicolaï en zijn collega’s dat hun lot was bezegeld.

DSM

Staatssecretaris van onderwijs Halbe Zijlstra (VVD) verrast menigeen als hij in 2012 zijn partijgenoot Nicolaï benoemt bij de UvA. Op de groslijst die op het ministerie in Den Haag circuleert, prijkte zijn naam niet.

De oud-minister is dan net een jaar president van DSM Nederland. Naast zijn dagelijkse werkzaamheden in Zuid-Limburg en bezigheden bij de UvA is hij onder meer bestuurslid van werkgeversorganisatie VNO-NCW.

Nicolaï moet, net als zijn collega-toezichthouders, woekeren met zijn tijd. Hij is namelijk óók voorzitter van de raad van toezicht van de Hogeschool van Amsterdam, waarmee de UvA dan al jaren een samenwerkingsverband heeft. Samen vormen ze een onderwijsmoloch van 85.000 studenten en 10.000 medewerkers.

Het is helemaal schipperen met de tijd als de top van de UvA begin 2015 wordt overvallen door aanhoudende protesten. Een bonte verzameling van studenten, medewerkers en ‘fulltime’ actievoerders ageren tegen „het rendementsdenken”. Wat opvalt: de critici zijn behendig in het bespelen van de pers door de inzet van social media. Instrumenten die de mensen in de top van de universiteit amper beheersen.

Wanneer collegevoorzitter Louise Gunning in april 2015 het veld ruimt, houden de toezichthouders zich bewust afzijdig. Ze willen in de luwte werken aan een duurzame oplossing.

De onvrede bij de UvA, van oudsher een ‘activistisch bolwerk’, gaat dan inmiddels ook over de vruchteloze samenwerking met de HvA. De toezichthouders werken zich een slag in de rondte om de onvrede in alle lagen te sussen. Maar Nicolaïs stijl om te praten zonder iets (toe) te zeggen, leidt bij verschillende betrokkenen tot twijfels over de ware intenties van de toezichthouders.

Chaos

Dat wantrouwen wordt gevoed als in maart 2016 via NRC uitlekt dat de twee jaar eerder aangetreden bestuurder Hans Amman alweer vertrekt, na een hoogoplopend dispuut met Nicolaï. Amman vindt de bestuurlijke „span of control” van de organisatie onverantwoord en wil af van de bestuurlijke samenwerking met de HvA. Nicolaï (nog) niet.

Vanaf dat moment richt de onvrede zich steeds meer op de toezichthouders zelf. Het nieuws dat onderwijsminister Jet Bussemaker de termijn van Nicolaï ondertussen met vier jaar heeft verlengd („van belang voor de continuïteit”) jaagt de medezeggenschapsraden van de UvA én HvA in de gordijnen. Ze zijn niet gekend in het omstreden besluit.

Met de nodige druk weet Nicolaï de HvA’ers te bewerken. In ruil voor de toezegging dat hij zijn taak als voorzitter van hún raad van toezicht voorlopig neerlegt, spreken zij voor de buitenwacht hun steun uit aan de geplaagde voorzitter. Het doorzichtige opzetje („Wij hebben onverminderd vertrouwen in de manier waarop de heer Nicolaï zijn taken invult”) doet de medezeggenschapsraden van de UvA niet van mening veranderen.

Bussemaker, zelf mede debet aan de bestuurlijke chaos in Amsterdam door in 2012 als rector na anderhalf jaar de HvA te verlaten om minister te worden, weet dan genoeg: het is einde oefening voor de toezichthouders.

Zo verlaat Nicolaï, nog vóór diens tweede termijn van vier jaar officieel zou ingaan op 1 juli, gehavend het Amsterdamse toneel, waarop Bussemaker zo’n opmerkelijke bijrol speelt.

    • Hugo Logtenberg