Tandarts kan versleten gebit restaureren

Tanden en kiezen slijten in de loop van het leven heel verschillend. Bij sommige mensen kan de tandarts de oorspronkelijke tand of kies beter restaureren, omdat hij anders verloren dreigt te gaan.

De Amsterdamse tandarts Peter Wetselaar promoveert op 1 juli aan de UvA in Amsterdam op een scorelijst waarmee een tandarts snel kan vaststellen hoe ernstig de gebitsslijtage bij een patiënt is, en of behandeling al nodig is. In zijn onderzoek zag Wetselaar dat de milde vorm van gebitsslijtage bij 13% van de mensen voorkomt, de matige vorm bij 80% en de zeer ernstige vorm bij 6%.

Wetselaars scorelijst geeft het verloop van het slijtageproces aan en wijst de vermoedelijke oorzaak aan. Dat gebeurt op grond van de plaats en de aard van de slijtplekken. De scorelijst helpt om te beslissen over een behandeling. Steeds meer tandartsen kunnen overmatig gesleten tanden of kiezen restaureren.

Gebitsslijtage leidt tot verlies van glazuur en tandbeen van tanden en kiezen. Het komt steeds vaker voor, is bekend uit eerder onderzoek in Nederland en andere West-Europese landen. De slijtage heeft fysische of chemische oorzaken. Tandenknarsen (vaak in de slaap) en overmatig poetsen zijn belangrijke fysische oorzaken. Wie veel op pennen of nagels bijt loopt ook een specifieke slijtage op. Als iemand vaak frisdrank en vruchtensap (beide zuur én zoet) drinkt, lossen het glazuur en tandbeen chemisch op.

Ook bij jonge mensen die lijden aan obsessieve eetstoornissen, zoals boulimia of anorexia, ziet men deze vorm van gebitsslijtage voorkomen, doordat sommigen van hen expres overgeven om gegeten voedsel niet te verteren. Het maagzuur tast dan het tandglazuur aan.

    • Michiel Eijkman