Stewardess verleidt Chinese fijnschilder

De tweejaarlijkse tentoonstelling Manifesta vindt vanaf vandaag plaats in ‘werkstad’ Zürich. Kunstenaars werken samen met stedelingen met diverse beroepen, zoals een topkok en een specialist. Het levert unieke, onnavolgbare kunstwerken op.

Is Michel Houellebecq OK?.Scans van het hoofd van de schrijver. Foto’s Wolfgang Traeger/ Manifesta

De stank op de tweede verdieping van Löwenbräukunst, de cultuurtempel van Zürich, is onbeschrijfelijk. Bezoekers lopen met dichtgeknepen neuzen rond, een enkeling vlucht kokhalzend naar buiten. Op de vloer liggen kubusvormige brokken aarde, zo lijkt het. Het tekstbordje geeft meer duidelijkheid. Dit is de opbrengst uit het riool van Zürich: de dagelijkse hoeveelheid stront die de 400.000 inwoners van de Zwitserse stad produceren. De Amerikaanse kunstenaar Mike Bouchet heeft de 80.000 kilo drab op 24 maart van dit jaar verzameld in de lokale waterzuiveringsinstallatie. Het kunstwerk, zo zegt Bouchet, is een samenwerking met de gehele stad. Iedereen die op 24 maart het toilet gebruikte, heeft immers een bijdrage geleverd.

Om samenwerkingen draait het dit jaar op Manifesta, de Europese kunstbiënnale die iedere twee jaar in een andere stad wordt gehouden en deze zomer is neergestreken in Zürich. Deze elfde editie heeft als ondertitel What People Do For Money: Some Joint Ventures. De Duitse samensteller Christian Jankowski, zelf beeldend kunstenaar, vroeg dertig collega’s om een project te bedenken met iemand die in Zürich werkzaam is: een horlogemaker of een pastoor, een operazanger of een topkok. „Zürich is een echte werkstad”, zei Jankowski donderdag op de persconferentie. „Ik heb geprobeerd een tentoonstelling te maken waar ik zelf ook graag voor zou zijn uitgenodigd. Mijn voorbeelden zijn curatoren als Jan Hoet en Kasper König, die kunst tentoonstelden bij mensen thuis of in de etalages van winkels.”

Manifesta, in 1996 in Nederland opgericht door Hedwig Fijen (die nog altijd directeur is), was altijd al een maatschappelijk geëngageerde biënnale. De eerste editie in Rotterdam speelde zich af in een tijd dat het communisme op zijn retour was en het neoliberalisme opkwam, latere edities vonden plaats in beladen grensgebieden als Baskenland, Slovenië en Trentino. Maar deze elfde editie is misschien wel de meest maatschappelijk betrokken aflevering ooit. Kunst staat niet los van de samenleving, zo bewijst deze Manifesta, ze staat er middenin.

De ‘joint ventures’ tussen kunstenaars en werklieden zijn op verschillende plekken in de stad te zien: op de twee hoofdlocaties in het Löwenbräukunst-complex en het Helmhaus, maar ook op de werkplekken van de arbeiders zelf. Dat maakt deze tentoonstelling tot een spannende speurtocht die langs onder meer een brandweerkazerne, een boksschool, een politiebureau, een begraafplaats en zelfs een medisch centrum leidt. Die laatste plek, de Hirslanden Klinik, werd bezocht door een verrassende deelnemer aan Manifesta: de Franse auteur Michel Houellebecq. Hij ging een samenwerking aan met de Zwitserse specialist dr. Gaël Amzalag en liet zijn lichaam in kaart brengen. In een steriele witte ruimte van het Helmhaus hangen nu hun gezamenlijke ‘kunstwerken’: de scans van het hoofd, de rechterhand, het hart en de longen van de Grote Schrijver.

Diner van Haile Selassie

Het originele tentoonstellingsconcept levert unieke en onnavolgbare kunstwerken op. De ‘hosts’, zoals de Zwitserse gastheren en -vrouwen genoemd worden, dragen echt inhoudelijk bij aan de gezamenlijke productie – de inspiratie is wederzijds. Zo ontwikkelde de Amerikaanse kunstenaar John Arnold samen met de Zwitserse topkok Fabian Spiquel een reeks betaalbare gerechten voor de vele eetkiosken in de stad, die hij baseerde op de receptuur van staatsbanketten. Zo kan het dat er in zo’n volkse Imbiss opeens het diner op tafel staat dat de Ethiopische keizer Haile Selassie in 1954 bij zijn staatsbezoek aan Zürich te eten kreeg. Dat is pas democratisch.

En wat krijg je als je een Chinese fijnschilder koppelt aan een stewardess van Helvetic Airways? Yin Xunzhi, een kunstenaar die nog nooit in Zwitserland was geweest, werd op sleeptouw genomen door de blonde Délia Eberle. Zij werd zijn muze. Wat resulteerde in een serie prachtige portretten, geschilderd in de stijl van westerse meesters als Modigliani, Renoir en Warhol.

Een van de opmerkelijkste bijdragen aan deze Manifesta is afkomstig van Maurizio Cattelan, de Italiaanse kunstenaar die vijf jaar geleden aankondigde te stoppen met kunst maken maar die hier in Zürich toch weer zijn rentree maakt. Hij had een visioen, zo verklaart hij zijn performancewerk, van een rolstoel die over het wateroppervlak van de Zürichsee zou rijden. En wie kon dat beter doen dan de Zwitserse para-Olympische sporter Edith Wolf-Hunkeler? De komende dagen zal de wereldkampioene op onverwachte momenten in haar rolstoel voorbijdrijven op het meer. Wie haar bij toeval ziet, zal denken te hallucineren.

Een derde laag in deze toch al zo rijke tentoonstelling is afkomstig van de scholieren en studenten uit Zürich. Zij hebben de dertig deelnemende kunstenaars gefilmd tijdens het maken van hun werk en tonen hun documentaires iedere avond in een drijvend houten paviljoen op het meer van Zürich. Overdag fungeert dit Pavillon of Reflections als badhuis – met een bar, kleedhokjes en een kikkerbadje – waar geluierd kan worden, ’s avonds is er tijd voor reflectie onder de sterrenhemel.

En dan is er nog de historische tentoonstelling met bestaand werk van nog eens honderd kunstenaars, die dieper ingaat op het thema arbeid. Steeds weer weet Jankowski je te verrassen met raak gekozen voorbeelden uit de recente kunstgeschiedenis. Het hoofdstuk ‘Beroepen in de performancekunst’ bijvoorbeeld, laat zien hoe de Franse Sophie Calle zich liet schaduwen door een privédetective. En in de sectie ‘Portretten van beroepen’ hangen de foto’s die August Sander begin twintigste eeuw maakte van nonnen, smeden en metselaars naast de meer recente portretten van het norse personeel in de metro van Moskou, in 2007 gemaakt door Olga Chernysheva.

Zo zit deze heerlijke tentoonstelling vol rode draden, dwarsverbanden, historische referenties en nieuwe ontdekkingen. Het is een expositie die diepgravend is en toegankelijk tegelijk. Daarmee laat Manifesta zien dat er een toekomst is voor dergelijke grootschalige biënnales. Door een verbond te smeden tussen de kunst, de stad en zijn inwoners weet Jankowski door te dringen tot de haarvaten van Zürich, en onderweg iedereen in zijn enthousiasme mee te trekken.

    • Sandra Smallenburg