Opinie

Pak die mobiel af. Dat heet opvoeden

Docenten en ouders hebben de strijd tegen de mobiel opgegeven. Maar hoe kunnen kinderen zich ooit nog concentreren, vraagt Ingrid Schouten zich af.

Op mijn huiswerkinstituut krijg ik regelmatig een smartphone in mijn handen geduwd met foto's van aantekeningen op het bord. Of ik die misschien nog even kan uitleggen?

In Zweden waarschuwen verkeersborden tegenwoordig voor ‘Smombies’, mensen die niet op of om kijken van hun smartphone. In Nederland vinden wij het normaal dat kinderen al append op hun fiets zitten. We halen onze schouders erover op en bekijken de eigen smartphone maar weer eens.

Docenten lijken de strijd tegen de mobiele telefoon in het klaslokaal te hebben opgegeven. Weliswaar is het ding op veel scholen verboden, maar hij zit wel in de broekzak. Tenslotte is hij óók agenda, rekenmachine, encyclopedie en woordenboek, en een foto van aantekeningen op het bord is zoveel sneller dan overschrijven. Menig leraar staat dus ambivalent tegenover een verbod.

Toch, hoe kunnen leerlingen zich ooit nog goed concentreren op een moeilijk wiskundig probleem of op het formuleren van een mooie zin als het getril in hun broekzak hun permanent uit de concentratie haalt? Per dag ontvangen leerlingen soms honderden berichten, onder meer omdat ze deel uitmaken van zogenoemde groepapps.

Hoewel we inmiddels weten dat we niet onbeperkt kunnen multitasken – het gaat ten koste van ons geheugen, onze energie, onze resultaten en het leidt tot stress – nemen we de mobiele telefoon voor lief. Vroeger maakte je aantekeningen, dat hield je bij de les en dwong je bewust te selecteren waardoor je meer onthield. Maar wat heb je eigenlijk aan al dat snelle opzoeken en het onmiddellijk weer vergeten van feitjes?

Niemand wil zich tegenwoordig nog een moment vervelen. Maar de verveling van vroeger zette tenminste aan tot reflectie – daar kwam veel goeds uit voort.

„Ik pak de telefoon meteen af en dan ligt hij tot half vijf bij de conrector”, hoor ik vaak van leraren. Helaas zien zij maar een fractie van wat er gebeurt, of ze doen alsof ze het niet zien. Ze draaien zich even om naar het bord, helpen een leerling of zijn zelf op hun mobiele telefoon bezig en de leerling haalt zijn smartphone uit z’n broekzak en bekijkt hem onder tafel. App je kind maar eens tijdens schooltijd. Je krijgt onmiddellijk antwoord.

En dan alle discussies en al het gedoe als een leraar de mobiel afpakt. Alle tijd die daarin gaat zitten.

’s Nachts appen de leerlingen gewoon door. En het is niet alleen leuk sociaal verkeer, het zijn ook pesterijen en sexting, naast gamen en series kijken. Geen wonder dat ze ’s morgens niet uit bed te krijgen zijn. Er wordt zelfs overwogen de school later te laten beginnen, want de biologische klok van de kinderen zou hierom vragen.

Maar het zijn niet altijd de kinderen. In New York probeerde oud-burgemeester Bloomberg mobiele telefoons uit de school te weren. De ouders waren tegen: hun kind moest permanent bereikbaar zijn. De Blasio, de huidige burgemeester, liet het gebruik weer toe.

Uit een recent artikel in Vrij Nederland blijkt dat eenderde van de jonge docenten voor hun dertigste het onderwijs verlaat. Als belangrijkste reden noemen ze de werkdruk. Maar zou de onmogelijkheid om de aandacht van kinderen vast te houden niet ook een belangrijke rol spelen? Je hebt je best gedaan om een goede les voor te bereiden maar moet het afleggen tegen dat onzichtbare, onhoorbare, trillende ding. Nergens in de wereld zijn leerlingen zo ongedisciplineerd en ongemotiveerd als in Nederland, zo maakte de OESO onlangs bekend.

Zijn er oplossingen? iPads waarop alleen voor school relevante zaken worden gedaan zouden een oplossing kunnen zijn. Of zullen we de mobiele telefoons toch maar helemaal verbieden?

De Raad van Europa beveelt een totaal verbod aan – Frankrijk kent zo’n verbod sinds 2010, al is het om een andere reden, namelijk stralingsgevaar. In Silicon Valley sturen ouders hun kinderen naar wifi-vrije scholen. Weten zij dingen die wij niet (willen) weten?

Met een 4G-abonnement heb je trouwens niet eens wifi nodig.

Ouders en scholen kunnen dit probleem niet langer negeren. Ouders moeten ervoor zorgen dat hun kinderen een gezonde nachtrust hebben. Dat betekent gewoon dat ze ’s avonds de telefoon moeten afpakken. Je moet dus de strijd aangaan met je kinderen, zoals je dat op zoveel terreinen moet. Dat heet opvoeden.

En ook in de klas zullen leraren, gesteund door de schoolleiding, de strijd moeten aangaan. Zij kunnen immers goed uitleggen waarom ze dat doen, en daar zijn kinderen best ontvankelijk voor.

Het wordt hoog tijd dat Nederland dit acute probleem onder ogen ziet. Iedereen is verantwoordelijk.