Opinie

    • Youp van ’t Hek

Opname

‘U moet het me nog een keer rustig uitleggen”, zei de aardige psychiater op zachte toon tegen de verwarde patiënt, „nu haalt u te veel zaken door elkaar.”

De man stak van wal: „Het is heel simpel dokter. Er was een minister en die ging in debat met de Kamer, het parlement dus. En dat debat ging over een brief die de voorganger van die minister naar de Kamer had gestuurd. Maar die brief had hij niet zelf geschreven. Die had hij in elkaar geflanst met een Kamerlid. Het Kamerlid stuurde dus eigenlijk een brief aan zichzelf. Dan wist de minister wat het Kamerlid zou gaan vragen en het Kamerlid hielp hem met wat hij moest antwoorden.

U denkt dat dit tegen de democratische basisregels is, maar er zijn verzachtende omstandigheden. De minister was op leeftijd en inmiddels heel erg vergeetachtig en het Kamerlid was een sneue brekebeen met een overvloed aan ambitie. De hele affaire ging allemaal over een bonnetje dat een bedrag vertegenwoordigde van meer dan 4 miljoen euro. Dat bonnetje was zoek. Zoek is een beetje groot woord in dit geval. Het was niet zoek, maar het mocht niet gevonden worden. Dus er werd gewoon niet naar gezocht. Dat heet zoek. Dat had weer te maken met de rechterhand van de minister: de staatssecretaris om precies te zijn. Hij moest verdoezelen wat een officier van justitie lang geleden geregeld had met een stevige drugscrimineel.

Sappig detail: de staatssecretaris en de officier van justitie waren dezelfde persoon. De officier van justitie was inmiddels namelijk de staatssecretaris.

De hele zaak liep niet goed af. Het bonnetje werd gevonden omdat het gewoon niet zoek was en de liegende minister en de jokkende staatssecretaris konden opzouten. De minister ging naar een tehuis voor oude, vergeetachtige ministers en de staatssecretaris werd weer Kamerlid. De brekebeen met te veel ambitie die de minister had geholpen met de brief werd de opvolger van de oude minister. Dat vond hij uiteraard geweldig. Maar nu kwam er een probleem. Op een dag werd bekend dat de zaak ingewikkeld in elkaar stak. De vergeetachtige minister had gekonkeld met het Kamerlid en daar moest zijn opvolger verantwoording voor afleggen. In de Tweede Kamer uiteraard. Maar de opvolger van de minister was dus ook dat Kamerlid dat de zacht dementerende minister toen had geholpen met zijn brief. Hoe kwam hij daar uit?

Dat ging heel simpel. Het voormalige Kamerlid, de huidige minister dus, zocht vorige week contact met de fractie van zijn liberale partij en overlegde hoe ze dit in de Kamer zouden behandelen. De Kamerleden zouden zeggen dat dit volstrekt normaal is in een democratie. Een van die Kamerleden was trouwens de ex-staatssecretaris, die eerder in deze klucht de dienstdoende officier van justitie was. De officier van het bonnetje dat niet zoek was, maar niet gevonden mocht worden en daarom dus zoek was.

Inmiddels heeft de minister gezegd dat hij als Kamerlid te ver is gegaan door namens de toenmalige minister een brief aan zichzelf te sturen en de Kamer heeft zijn excuses deze week aanvaard. Dat is een routineklusje voor de Kamer omdat de minister om het uur sorry zegt.

Dat de Kamer de excuses van de minister heeft aanvaard was trouwens afgesproken in het vooroverleg tussen de minister en de fractie. Ook de ex-staatssecretaris en vroegere officier van justitie kon zich hier helemaal in vinden. De coalitiegenoot van de partij van de minister had al beloofd geen amok te maken. Best wel ingewikkeld omdat die partij vroeger principieel en links was. En graag een behoorlijk grote muil mocht opzetten tegen landen waar zaken niet deugden. Dat lieten ze nu even zo. Maar u hoort dokter, het verhaal is eigenlijk heel simpel.”

De psychiater keek de man lang aan en zei toen zacht: „U bent inderdaad behoorlijk in de war. Ik vrees dat we u moeten opnemen!”

„Dat hoeft niet dokter”, lachte de patiënt, „ik heb het gesprek al opgenomen. Met mijn iPhone om precies te zijn. Dat willen eigenlijk alle patiënten weet u dat? En dit gesprek zet ik op internet of het wordt een stukje in de NRC.”

De dokter keek verdrietig voor zich uit en mompelde: „Ik geloof dat ik patiënt ben!”

Waarop de patiënt zei: „Dan kunt u zo de politiek in!”

    • Youp van ’t Hek