Lianne La Havas: ‘Op het podium ben ik compleet naakt’

Lianne La Havas (27) staat in het voorprogramma van Coldplay en dit weekend op Pinkpop. Haar roem groeit, zonder dat die een te grote tol eist. ‘Succesvolle artiesten kunnen hun leven precies zo inrichten als ze zelf willen.’

Foto Frank Ruiter

‘Knock, knock.” De deur kiert open, hoofd om het hoekje, heldere stem. Vergeten is het lange wachten op haar komst in een klein kamertje op het hoofdkantoor van platenmaatschappij Warner, in Londen. De deur zwaait open. Zilveren hotpants, gouden plateausandalen. Frèle, vrolijk, fris. Hier is Lianne La Havas, 26 jaar, singer-songwriter. Ster in wording.

Ze staat in het voorprogramma van Coldplay, dit weekend is ze een van de hoofdacts op Pinkpop. Dus hoezo ster ‘in wording’? Haar albums – uit 2012 en 2015 – werden genomineerd voor grote prijzen als de Grammy, maar wonnen nét niet. Haar nummer Unstoppable is een hit, maar een echte megahit heeft ze nog niet gescoord. Ze staat op alle grote podia, maar lang niet iedereen kent haar naam.

Wie haar wel kent, roemt haar muzikaliteit, haar gitaarspel haar zang: jazzy als Sade, gekweld als Billie Holiday, soulvol als Erykah Badu en soms herken je iets van Amy Winehouse, jong bezweken aan een combinatie van drank-, drugs- en eetproblemen en de overweldigende roem.

Het lijkt alsof platenlabel Warner La Havas wil behoeden voor te veel roem ineens. Heel gedoseerd wordt ze aan de wereld gepresenteerd.

Uit haar rode boodschappentas pakt ze een paar sokken. Ze slaat een jas van blauwgroene velours om. „Comfy”, zegt ze. „I love to be comfy.”

In je eentje voor een zaal met 60.000 mensen is minder comfortabel.

„Op het podium ben ik compleet naakt. Geen band, geen achtergrondzangeressen. Alleen ik. Mijn gitaar en ik.”

Doodeng.

„Ik wil mijn optreden zo intiem mogelijk maken. Juist als de zaal zo groot is, zoek ik de menselijke maat. Het maakt niet uit hoe groot de zaal is, het zijn allemaal mensen die er staan. Met hen verbind ik me.”

Wel overweldigend.

„Nou ja, ik voel de adrenaline wel en natuurlijk is het heel, heel opwindend. Het is een soort natural high.”

Heeft iemand je van tevoren verteld hoe het zou zijn, zingen voor zoveel mensen?

Schorre lach: „Wie zou me op zoiets moeten voorbereiden? De jongens van Coldplay geloven dat ik dit kan.”

Maar hoe bereid je je dan voor?

„Haha. Ik ben gestopt met roken. Cold turkey. Niet dat ik zo veel rookte, eigenlijk alleen als ik uitging. Maar als ik mijn stem wil sparen, kan ik het beter helemaal laten. En drinken doe ik ook niet meer. Of liever, ik ben gestopt met bingedrinken. Begrijp me goed, ik hou van feestjes, van dansen, drinken, praten. Vroeger bedwong ik mijn zenuwen met een paar borrels. Maar nu, als ik weet dat ik de volgende dag een show heb, drink ik niet. Ik moet me focussen. Goed voor mezelf zorgen. Zelf zorgen dat ik niet gek word.”

Lianne Barnes, zo heet ze echt, is het enige kind van een Jamaicaanse postbode (haar moeder) en een Griekse buschauffeur (haar vader). Ze scheidden toen ze twee was. Lianne ontleent haar artiestennaam aan haar vaders achternaam Vlahavas.

„Als kind was ik verlegen. Dus nee, ze verwachtten het niet. Maar muziek was er altijd. Mijn vader speelt heel veel instrumenten, hij heeft me alles op de piano geleerd. Op mijn middelbare school zong ik in een koor. Pas op mijn zeventiende, ik zat in de zesde klas, mijn eindexamenjaar, heb ik mezelf gitaar leren spelen. Gewoon, met tutorials op internet. En ik had een oom die me alles op de gitaar leerde wat hij wist. Toen pas kwamen zang en muziek samen. Ik had mijn stem gevonden.”

Aan de teksten op haar eerste plaat merk je hoe jong ze was toen ze die schreef. Heel anders zijn de onderwerpen op Blood, haar tweede album. Daarop gaat het over afkomst, familie, identiteit. Ze is volwassener geworden, zegt ze. Kort voor ze die tweede plaat opnam, was ze op Jamaica. Met haar moeder. „Sinds die reis ben ik heel close met haar.”

Was jullie relatie daarvoor slecht?

„De relatie was niet slecht, hij was er niet.” Na de scheiding ging Lianne bij haar grootouders wonen, de ouders van haar moeder. „Eerst heette het logeren, maar het werd wonen. Mijn opa bracht me naar school, mijn oma bracht me naar bed. Ik zag mijn moeder wel, hoor. Ze woonde om de hoek. Ze had veel tijd nodig voor haar eigen leven. De laatste keer dat zij op Jamaica was, was kort voor mijn geboorte. Voor haar voelde het nu als thuiskomen. Gek genoeg voor mij ook. Ik was er nooit geweest, maar ik herkende alles. De mensen, het eten, de taal. Mijn hele jeugd heb ik, in onze flat in Croydon, in een soort klein-Jamaica geleefd. Ik verstond het Patois [Creools dialect] dat mijn grootouders spraken en praatte zelf mijn nette Queens’ English tegen ze terug. De muziek, de kleuren, de geuren, de smaken. De gekookte yams die mijn oma maakte, haar dumplings, de gefrituurde vis met Pasen.”

Waren je grootouders gelovig?

„Mijn oma was een diepreligieuze vrouw, maar heel vrijzinnig. Ze ging wel naar de kerk, maar ik hoefde nooit mee. De beleving van het geloof speelt zich thuis af. Ze was een geweldige vrouw. Gehandicapt, blind, een zwakke gezondheid. Maar ze kon alles zelf. Als ze naar buiten ging, had ze een stok. Of mijn grootvader.”

„Ze is overleden toen ik 13 jaar was. Ze is 69 geworden. Haar dood is de ergste pijn die ik ooit gevoeld heb. Mijn overgrootmoeder, de moeder van mijn opa, woonde ook bij ons. Zij nam de zorg over. Ik denk dat ik door de dood van mijn oma jong zelfstandig ben geworden. Op mijn zeventiende ging ik uit huis. Ik mocht in het huis van mijn moeders vriend, als ik beloofde het netjes te houden.” Ze lacht hard. „Daar heb ik mijn opruimtic aan overgehouden.”

Over je grootmoeder heb je nooit een nummer geschreven.

„Nee. Misschien komt dat ooit nog.” Wel heeft ze haar gitaar vernoemd naar haar. De vintage gitaar, een Harmony Alden Stratotone uit 1964, waarmee ze altijd solo optreedt, heet Connie.

Ben jij gelovig?

„Eerder bijgelovig. Vooral voor optredens. Dan moest ik precies dat jurkje aan, drie keer ergens op kloppen, of een schietgebedje. Nu niet meer. Ik ben logischer gaan nadenken. Het heeft ook iets arrogants om te denken dat de wereld zich zal voegen naar hoe jij je kopje op tafel neerzet. Het is magisch denken. Zo wil ik niet meer denken.”

Hoe komt dat?

„Door mijn vorige vriendje. Hij was erg geïnteresseerd in wetenschap. Hij zei: er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat bijgeloof helpt. Hij had een telescoop thuis, samen observeerden we planeten. We luisterden naar wetenschappelijke debatten en podcasts.”

Niet roken, niet drinken, geen drugs, geen dieren…

„Stuk voor stuk rationele besluiten. Ik wil succes, ik wil zingen, ik wil die carrière. Dus moet ik zorgen dat ik gezond blijf en inmiddels weet ik wat ik moet doen om me goed te voelen. Tegenwoordig word ik uit mezelf vroeg wakker en zie ik de dingen helder. Dat wil ik ook, want…”

Anders word je gek, getikt, verslaafd?

Verbaasd: „Echt niet alle artiesten zijn zo, hoor. Ik heb een paar heel bekende mensen leren kennen die hard werken en supersuccesvol zijn en met wie niks geks aan de hand is.” Ze somt op: Chris Martin en de anderen van Coldplay, Adele…

Maar is de prijs voor succes niet te hoog?

Weer verbaasd: „Hoezo?”

Hoe bekender je wordt, hoe meer vrijheid je inlevert.

„Het voordeel van succesvolle artiesten is juist dat ze hun leven precies zo kunnen inrichten als ze zelf willen. Juist door bekende mensen van zo dichtbij te leren kennen, is mijn perspectief op muziek en mijn carrière veranderd. Ineens zijn er beroemde mensen die mij kennen. Jill Scott! Ik ben met haar muziek opgegroeid, ik adoreerde haar. Nu krijg ik tweets van haar dat ze mijn muziek zo goed vindt. Nu meer dan ooit wil ik dat iedereen mij hoort. En als ik negentig ben, wil ik nog steeds doen wat ik nu doe. Optreden en albums maken.”

In augustus word je 27. Gevaarlijke leeftijd voor een artiest.

Ze lacht en somt namen op van artiesten die op hun 27ste overleden.

Maar dat gaat jou niet gebeuren…

„Nee. Het moment van make or break is nu. Ik ben geen kind meer. Ja, alles overweldigt me nog en ja, ik vind het spannend wat me allemaal overkomt. Maar ik ga moedig door. Het allerergste wat me kan gebeuren is dat ik niet meer kan zingen. En daarna dat ik mijn handen verlies of dat ik doof word. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat ik hou wat ik heb. Ik weet wat me te doen staat.”