Opinie

    • Paulien Cornelisse

Nee joh geeft niet

Wie mag tegen wie ‘geeft niet’ zeggen? Je zou denken: iemand heeft iets fout gedaan, biedt zijn excuses aan, en de ander, vanuit de goedheid van zijn hart, zegt: „Nee joh, geeft niet.” Een duidelijke interactie.

De laatste tijd heb ik echter een aantal keer achter elkaar te maken gehad met een ‘onterechte geeft niet’, zoals ik het noem omdat er geloof ik geen officiële term voor is. Een voorbeeld. Ik was in gesprek met een fietsverhuurder over een fiets die er zou zijn maar er niet was.

Hij: „Nee, die fiets is er nu niet. Die moest gerepareerd worden in het andere filiaal, dat had ik gezegd.”

Ik: „Nee hoor, dat heb je niet gezegd, maargoed, maakt niet uit.”

Hij: „Ja, ik zei nog, ze komen hem om twee uur halen, en dan brengen ze hem naar het andere filiaal.”

Ik: „Nou, dat heb ik dan totaal niet begrepen.”

Hij: „Geeft niet hoor!”

Je hebt natuurlijk de verplichting de medemens met mededogen te bezien en het beste van de situatie te maken, maar als iemand mij mijn ‘geeft niet’ afneemt door zelf eerder ‘geeft niet’ te zeggen, dan wordt het toch wel heel moeilijk.

Waarschijnlijk ligt de fout bij mij doordat ik de zin „dat heb ik dan totaal niet begrepen” heb gebruikt. Ik bedoelde dat puur aanvallend, zo van ‘dat heb je totaal niet over weten te brengen’. Maar het kwam over als ‘ik heb niet goed opgelet’.

En dan gaat iemand ‘geeft niet’ zeggen.

Dit zou nog niet zo erg zijn, als niet de ‘geeft niet’-zegger automatisch in de ‘top dog-positie’ zou komen (zie figuur 1). Iemand die vergeeft is de landheer die de horige zijn gratie verleent. De horige, op haar beurt, is helemaal niet in de positie om iemand iets te vergeven.

De les die we hieruit trekken is: zeg zo snel mogelijk ‘geeft niet’, in welk gesprek dan ook. Vergiffenis is een groot goed, vooral voor je eigen gemoedsrust.

    • Paulien Cornelisse