Machtig, sexy en dominant

Helmut Newton liet vrouwen paraderen in jarretelles of met een paardenzadel op de rug rondkruipen. Daar kun je van alles van vinden. Hoe dan ook is de modefotografie van nu schatplichtig aan Newton.

Krachtige vrouwen op stilettohakken, de billen hoog, de borsten ferm vooruit. Machtig, intimiderend, dominant en sexy. Dat zijn de vrouwen van Helmut Newton. Vanaf het moment dat de Duits-Australische fotograaf zich in de jaren zestig van de vorige eeuw in modecentrum Parijs vestigde, begon zijn werk voor bladen als Vogue erotisch en ondeugend te worden.

Hij liet vrouwen paraderen in jarretelles en minieme slipjes, poseren in mannenkleding in donkere steegjes, elkaar op de billen slaan in chique hotelkamers of over een bed kruipen met een paardenzadel op de rug. En uiteindelijk had hij zijn modellen het liefst helemaal naakt, balancerend op hoge hakken. Het resultaat was losjes, erotisch en ondeugend. Dat werd niet altijd gewaardeerd. Tegenstanders verweten hem voyeurisme en seksisme. Voorstanders bewonderden zijn vrije, vernieuwende stijl. Newton kon er alleen maar om lachen. Zijn foto’s waren bedoeld om te verleiden. En de vrouw? Die speelde slechts met de man. Zíj had de macht.

Is de vrouw nog zo machtig?

Nu fotografiemuseum Foam in Amsterdam deze zomer opent met een grote overzichtstentoonstelling van Newton, dringt de vraag zich op: hoe actueel is het werk van deze pionier van de modefotografie? Hoe kijken fotografen uit de mode- en kunstwereld nu tegen het controversiële werk van Newton aan? Is die vrouw nog steeds zo machtig?

„De vrouwen van Newton waren godinnen – onbereikbare, heroïsche wezens. Als post-puber vond ik dat indrukwekkend”, zegt fotograaf Viviane Sassen (43). In de jaren negentig, toen Sassen studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, keek ze geregeld naar het werk van Newton. „Hij was een van de eerste fotografen die ik echt bewonderde. Ik vond dat hij iets mysterieus opriep, beelden die krachtig en poëtisch waren.” Wel stelde ze vragen bij Newtons obsessie voor een bepaald soort sterke vrouwen. „Zijn beelden gaan over macht, seks, dood, en humor. Daar zit veel in, maar het is soms ook eendimensionaal. Als jonge vrouw voel je je er niet echt door gesterkt. Hoe zit het met de zachtere kant van de vrouw? Die zal je bij Newton niet terugvinden.”

„Ik was anti-glamour en anti-uberfrau”, zegt Anuschka Blommers (46) van fotografenduo Blommers & Schumm. Terwijl Newton een inspiratiebron was voor velen, was zij kort na haar afstuderen aan de Rietveld Academie in 1996 niet met modefotografie bezig. „Ik had niks met het werk van Newton. Zijn foto’s waren van die esthetische glamourbeelden van blote, perfecte vrouwen.”

Meinke ten Have (28), van fotografenduo Meinke Klein, noemt de foto’s van Newton ‘ouderwets’, maar spreekt ook vol lof over zijn werk. „Als je aan vrouwelijk naakt denkt, denk je nog steeds aan zijn foto’s. Zoals Newton de vrouw als femme fatale heeft neergezet, gebeurt dat nog steeds in de modefotografie. Newton heeft een patent op die stijl. Modefotografen nemen daar nu meer afstand van, maar die begeerlijkheid is nog steeds wat mensen willen zien.”

„Je kunt niet om zijn werk heen”, meent ook Kees de Klein (27). „Zijn foto’s beschouwen we nu misschien als een cliché, maar destijds was zijn glamourfotografie baanbrekend.”

De Klein en Ten Have zijn slechts indirect door Newton geïnspireerd. „Onze modellen hebben veel meer een eigen identiteit”, zegt De Klein. „Voor ons heeft het geen zin om die superafstandelijke vrouw terug te brengen in de modefotografie. Die stijl is nu te bekend, maar in die nog vrij conservatieve tijd was het interessant dat Newton dat soort foto’s kon maken.”

Preutse periode

„Vanaf de jaren negentig werd het beeld van de vrouw eigenzinniger”, meent ook Sassen. „Het begon steeds meer om het individu te draaien.” Het uitdagende van Newton verdween niet uit de modefotografie en werd zelfs normaal – niemand kijkt tegenwoordig meer op van een miniem gekleed Sapph-model of een powerpose van Beyoncé – maar volgens Sassen is de modewereld recent weer in een preutse periode beland. „Als je nu kijkt naar bladen als Dazed of i-D, is de androgyne look weer terug. Er wordt gefotografeerd met zacht licht. Een andere kant van het vrouw-zijn wordt benadrukt.”

Ze kan zich voorstellen dat vrouwen Newtons werk destijds seksistisch vonden. „Je kunt hem een male chauvinist pig vinden, maar hij was volgens mij echt een liefhebber van vrouwen. Hij beschouwde ze als objecten, je kunt zeggen dat hij ze soms visueel ‘verkrachtte’, maar hij had ook ontzag voor hun kracht. Hij leek me eerder een levensgenieter met een goed gevoel voor humor.”

Ten Have noemt het werk van Newton eveneens ‘humoristisch’, iets waar ook Blommers zich in kan vinden. „Als ik nu naar zijn werk kijk, heb ik er toch wel bewondering voor. Newton heeft telkens maar weer de kracht gehad om die vrouwen op dezelfde manier voor hem te laten poseren. Daarin schuilt ook ironie. Hij heeft bijvoorbeeld een foto gemaakt van een ballerina die wordt opgegeten door een krokodil. Van haar zijn alleen de billen en benen nog zichtbaar.”

Niels Schumm noemt Newtons foto’s om een andere reden ‘verfrissend’. „Ze komen uit het analoge tijdperk, voordat Photoshop bestond. Zijn beelden zijn daardoor minder perfect dan de modefoto’s van nu. Het zit in subtiele dingen. Sommige vrouwen hebben wallen onder hun ogen, soms hangen de borsten een beetje of zit er een bepaalde schaduw in het gezicht. Dat zoiets bestaat, vergeet je in deze tijd.” Die losheid en tegelijkertijd die perfectie, is ook wat Blommers aantrekt: „Er schuilt een zekere rauwheid in zijn beelden. Vaak is de achtergrond niet perfect. Bij ons zit er ook wel eens een deuk in de achtergrondrol, maar dat is dan een bewuste keuze.”

    • Rosan Hollak