Klimmen zonder handen

Illustratie Irene Goede Illustratie Irene Goede

Jij kan iets bijzonders. Toen je heel klein was kon je het nog niet, maar nu doe je het zonder erover na te denken. Als je ’s morgens opstaat begin je ermee en als je ’s avonds weer in bed ligt hou je er pas mee op. Weet je al wat het is?

Rechtop lopen.

Huh? Is rechtop lopen zo knap? Wel voor een aap. De meeste apen lopen voorover gebogen, op armen én benen. Ze gebruiken hun lange apenarmen als wandelstokken. Mensenarmpjes zijn daarvoor te kort. Probeer het maar eens: zet je knokkels op de grond en probeer dan snel naar voren te lopen zónder om te vallen. Moeilijk hè?

Voor apen kost rechtop lopen bijna net zo veel moeite als armwandelen voor ons. Ze kúnnen wel op twee benen lopen, maar meestal komen niet verder dan een paar meter.

Als rechtoplopende aap ben jij dus best bijzonder. Maar nu hebben biologen een aapje ontdekt dat nóg iets vreemders kan: rechtop omhoog lopen. Ze lopen zo een boom in. Of ze wandelen een steile rotswand omhoog. Op twee benen én zonder hun handen te gebruiken.

De omhooglopers zijn kapucijnapen. Ze leven niet in het wild, maar in een natuurpark in Brazilië. Daar krijgen ze elke dag maïskorrels, stukjes banaan en pompoen te eten. Dat is leuk voor toeristen die komen kijken.

De aapjes hebben maar één doel als het voedertijd is: zo veel mogelijk voer verzamelen. Maar hoe vinden ze nu snel een rustig plekje, met die volgepropte armen?

Op twee benen natuurlijk. De apen lopen en rennen rechtop over de grond, met armenvol maïs. Net mensen. Maar heel ónmenselijk is hoe de apen de boom inhupsen. Als ze aan de voet van een boom staan, springen ze zo tegen de stam op, zonder hun armen te gebruiken. Zonder takken vast te grijpen springen en lopen de apen omhoog.

Soms rusten de apen even uit op de weg naar boven. Ze hebben sterke grijpvoeten. En héél af en toe gebruiken ze hun staart als steun. Omhooglopen is zwaar. Een beetje smokkelen mag best.

    • Lucas Brouwers