Het verslaan van IS kan een pyrrusoverwinning blijken

IS ligt zwaar onder vuur. Voor het eerst sinds 2014 lijkt een militaire nederlaag van het kalifaat voorstelbaar. Maar analisten waarschuwen dat IS niet werkelijk verslagen kan worden zonder iets te doen aan het gevoel van vernedering en achterstelling onder sunnieten, voedingsbodem van de groep.

De terreurgroep Islamitische Staat (IS) staat zwaar onder druk in Syrië en Irak. Het zelfverklaarde kalifaat wordt op de grond van alle kanten aangevallen. En de luchtaanvallen van de internationale coalitie treffen steeds vaker doel. De laatste tijd is een flink aantal leiders van IS gedood, onder wie de ‘minister van Oorlog’, een financiële topman en enkele gouverneurs.

Daarbij kampt IS ook met geldproblemen. De luchtaanvallen hebben niet alleen de inkomsten uit oliesmokkel sterk verminderd. Door het terreinverlies regeert IS nu over een kleinere bevolking: 6 in plaats van 9 miljoen. Volgens de veiligheidsfirma IHS heeft dit geleid tot een inkomensdaling. Van 80 miljoen dollar per maand in de zomer van 2015 tot 56 miljoen dollar in april 2016. Eén gevolg is dat IS steeds meer belastingen oplegt aan de bevolking die het controleert, aldus IHS.

Zo kunnen sommige overtredingen waarop vroeger lijfstraffen stonden nu afgekocht worden. Niet-sunnieten die elk jaar een ‘certificaat van boetedoening’ moesten kopen om ongemoeid gelaten te worden, moeten dat nu elke drie maanden doen. De taks die vrachtwagenchauffeurs moeten betalen is verdubbeld. Het kalifaat int zelfs verkeersboetes.

Er zijn meer tekenen dat IS onder druk staat. Honderden strijders, ook westerlingen, zijn gedeserteerd. En de groep executeert steeds meer vermeende spionnen in eigen rangen, wat wijst op toenemende paranoia bij de leiders. Ook in Libië is IS ernstig in het defensief gedrongen.

Voor het eerst sinds 2014 lijkt IS dusdanig in het nauw gebracht dat het kalifaat kan ophouden te bestaan. Maar experts waarschuwen dat IS niet werkelijk verslagen kan worden zonder iets te doen aan het gevoel van vernedering en achterstelling onder sunnieten waarin de groep gedijt.

De groepen die de strijd tegen IS voeren – het Syrische leger en geallieerde shi’itische milities, de Syrische en Iraakse Koerden, het Iraakse leger en geallieerde shi’itische milities – worden enorm gewantrouwd door de sunnitische bevolking in Syrië en Irak.

Eigen agenda

Het gevolg is de verdere fragmentatie van Syrië en Irak, want al die groepen hebben hun eigen agenda. Dit zorgt voor twee problemen: het maakt het moeilijker om van Syrië en Irak ooit nog een eenheid te maken, en draagt de kiem in zich voor nieuwe conflicten.

De contouren daarvan zijn te zien rond Mosul, waar het wantrouwen tussen Koerden en shi’ieten zo groot is dat het gezamenlijke offensief tegen IS nauwelijks van de grond komt. De shi’ieten denken dat de Koerden slechts uit zijn op het inlijven van oliestad Kirkuk en andere plaatsen om hun gebied te vergroten. Dat speelt ook in het noordoosten van Syrië waar de Syrische Koerden voorheen Arabisch terrein winnen op IS.

Het urgentste probleem is dat de sunnieten te weinig betrokken worden bij de strijd tegen IS, vooral in Irak. Wie wil weten waar dat toe kan leiden, moet zich verdiepen in de geschiedenis van Irak na de Amerikaanse invasie van 2003.

Twee catastrofale beslissingen – de ontbinding van het leger en het ontslaan van ambtenaren die lid waren van Saddam Husseins Ba’ath-partij – gaven sunnieten het gevoel dat er voor hen geen plek was in het nieuwe Irak. Dit vormde de voedingsbodem voor een sunnitische opstand, waarin Al-Qaeda-in-Irak (de voorloper van IS) een belangrijke rol ging spelen. De groep lanceerde een terreurcampagne tegen de shi'itische bevolking, die zo wreed was dat zelfs de top van Al-Qaeda in Pakistan ervan schrok.

Maar in 2008 was Al-Qaeda-in-Irak, inmiddels omgedoopt tot Islamitische Staat in Irak, zo goed als uitgeschakeld. De Verenigde Staten hadden duizenden extra militairen naar Irak gestuurd om de opstand in te dammen. Daarbij wisten ze sunnitische stammen in de provincie Anbar te rekruteren. Zij verenigden zich in de Sahwa (‘ontwaken’), een sunnitische militie die het tegen Al-Qaeda opnam.

De stammen deden dit in ruil voor geld en wapens, maar ook omdat ze de extreme methodes van de jihadisten zat waren. De terreur richtte zich ook tegen de stamhoofden, en de groep had hun de lucratieve smokkel afhandig gemaakt.

De Sahwa had kunnen leiden tot een verzoening tussen sunnieten en shi’ieten in Irak. Maar toen president Obama in 2010 de laatste Amerikaanse militairen terugtrok, stopte de Iraakse premier Maliki met het betalen van de Sahwa. Hij ontsloeg sunnitische officieren en liet sunnitische politici arresteren. Toen gefrustreerde sunnieten in 2013 een protestbeweging begonnen, stuurde Maliki het leger op hen af. In die context kreeg IS, inmiddels onder Abu Bakr al-Baghdadi, opnieuw voet aan de grond in Irak. De groep was toen al actief in Syrië, waar de burgeroorlog ook steeds sektarischer werd.

Sektarische haat

De huidige Iraakse premier Abadi belooft een einde te maken aan het sektarisch beleid van Maliki. Maar intussen zijn shi’itische milities, in 2014 opgericht om Bagdad te verdedigen tegen IS, een machtsblok geworden. En zij luisteren eerder naar Iran dan naar Abadi. De prominente rol die de shi’itische milities spelen bij de herovering van sunnitische steden op IS voedt de sektarische haat die Irak heeft verscheurd. Want sommige milities doen qua wreedheid niet onder voor IS. Afgelopen week werden bij Falluja 600 sunnitische jongens en mannen vrijgelaten, die dagenlang waren gemarteld door een militie.

Het sektarisme in Irak en Syrië wordt ook gevoed door de machtsstrijd tussen het sunnitische Saoedi-Arabië en het shi’itische Iran. Saoedi-Arabië heeft het gevoel dat sunnieten het afleggen tegen Iraans expansionisme. De nucleaire deal met Iran heeft dat nog versterkt. Daarom steunt Saoedi-Arabië sunnitische rebellen in Syrië tegen Irans bondgenoot Assad. En de slag om Falluja wordt door Saoedische media afgeschilderd als een sektarische strijd waarbij Iraanse milities sunnieten vermoorden.

Op de pan-Arabische zender al-Arabiya waarschuwt analist Hisham Melhem dat het uitschakelen van IS zo een pyrrusoverwinning dreigt te worden. Het ontbreken van een sunnitische component, zegt Melhem, „garandeert bijna dat een nederlaag van IS in de komende jaren zal leiden tot een nieuwe vorm van sunnitisch radicalisme”.

    • Gert Van Langendonck
    • Toon Beemsterboer