Fiscus mag vasthouden aan 4 pct geschat rendement

Een man die zijn tweede huis níet verhuurde, moet toch belasting over het 'rendement' betalen, oordeelt de Hoge Raad.

Foto iStock

De Belastingdienst hoeft de heffing op vermogen, zoals spaargeld, aandelen of een tweede woning, niet te wijzigen. De fiscus mag vasthouden aan een geschat rendement van 4 procent, zolang dit op langere termijn haalbaar blijft. Dat heeft de Hoge Raad, de hoogste rechter van het land, vrijdag bepaald.

De zaak was aangespannen door een man die in Noorwegen woont, maar nog een huis en een verhuurd appartement in Nederland had. In 2011 had de man een belastbaar inkomen van ruim 13.500 over de twee woningen, gebaseerd op 4 procent van de totale WOZ-waarde. Een „buitensporig hoge last”, vond de man, omdat het huis niet verhuurd werd en dus geen rendement opleverde.

Willekeur

De advocaat-generaal van de Hoge Raad, René Niessen, noemde het geschatte rendement in februari in strijd met het eigendomsrecht. Het leidt tot willekeur, omdat mensen met verschillende rendementen hetzelfde percentage belasting moeten betalen, schreef hij in een advies. Bij mensen die 4 procent niet halen, bijvoorbeeld omdat de spaarrente zeer laag is, is de heffing „oneigenlijk”.

Maar net als de rechtbank en het Gerechtshof in Den Haag ziet de Hoge Raad geen belemmeringen in deze zaak. De Belastingdienst heft over de 4 procent fictieve opbrengst 30 procent belasting. Per saldo bedraagt de vermogensrendementsheffing hiermee 1,2 procent, wat geen buitensporig tarief is, zo oordeelt de Raad.

Maar als blijkt dat 4 procent rendement over langere tijd niet haalbaar is voor vermogende particulieren, dan zou de wetgever de schatting moeten aanpassen, waarschuwt de Raad.

Staatssecretaris Wiebes (VVD, Financiën) heeft bij het nieuwe belastingplan al aangekondigd de vermogensrendementsheffing in 2017 te hervormen om beter aan te sluiten bij de praktijk. Net als bij de inkomstenbelasting komen er drie belastingschrijven. Het geschatte rendement over vermogens tot 125.000 euro wordt 2,9 procent, bij de tweede schijf tot één miljoen euro wordt het 4,7 procent en daarboven 5,5 procent.

Met deze hervorming wil Wiebes een onderscheid maken tussen kleine spaartegoeden en hogere vermogens, die ook uit aandelen en obligaties bestaan. Voor de lange termijn wil de staatssecretaris naar een heffing die gebaseerd is op het daadwerkelijk behaalde rendement op vermogen.

Als de Raad de man in Noorwegen in het gelijk had gesteld, had de Belastingdienst overigens geen massale claims hoeven te verwachten. Alleen belastingplichtigen die direct bezwaar hadden aangetekend, zouden waarschijnlijk in aanmerking komen.

    • Eppo König