‘Disco Nel’ juicht nu voor de Belgen

Dit is de kans voor Nederland om iets terug te doen voor de Belgen, valt te horen in de grensstreek.

Op een groot scherm bij de Eiffeltoren konden fans de openingswedstrijd van het EK tussen Frankrijk en Roemenië volgen. Foto GEOFFROY VAN DER HASSELT / AFP

Echt enthousiast zijn de Belgen nog niet. Toeters en T-shirts worden in Baarle nauwelijks verkocht. Alleen als je héél goed om je heen kijkt, zie je ergens een vlag aan een ruit plakken. „Ik kijk op de televisie alle sporten behalve voetbal”, zegt een Vlaamse bij de ingang van een supermarkt in Baarle-Nassau. Haar vriendin weet te vertellen dat de Belgen maandag hun eerste wedstrijd spelen. „Tegen Italië.” Zelf kijkt ze niet. „Als er een doelpunt valt, hoor ik mijn man wel roepen.” Ook het personeel van een supermarkt in het Nederlands-Belgische dorp Baarle is het toernooi aarzelend begonnen. „We verkopen geen EK-artikelen maar we moeten misschien toch iets doen”, zegt assistent supermarktmanager Jolanda Siemons. „We hebben het er vanochtend toevallig juist over gehad.”

Nederlanders zitten er bij het EK sip bij. We willen in het café zingen met oranje petjes op. We willen straten versieren en uitslagen voorspellen. Juichen willen we. Maar voor wie? De afgelopen maanden is een gestage stroom bijdragen in de media uitgestort over de vraag voor welk land wij ons juichvermogen kunnen inzetten. En wetenschappelijk aangetoond is het niet, maar het lijkt er toch op dat we dat het liefst doen voor de ‘Rode Duivels’. „Dat Nederland zich niet heeft gekwalificeerd voor het toernooi, hebben we geaccepteerd”, stelt Wolter de Bes uit Arnhem. „We zijn nu klaar om een ander land te steunen.” Hij heeft een Arnhems café tijdelijk omgetoverd in een Belgische kroeg. De keuze ligt voor de hand. „We zitten hier dicht bij Duitsland. Maar Duitsland ligt voetbalhistorisch gevoelig. De Duitsers hebben de afgelopen jaren bovendien al genoeg gewonnen.” De Belgen hebben daarentegen jarenlang niets gepresteerd en toen het twee jaar geleden eindelijk de kans kreeg zich te bewijzen op het WK voetbal, zat het tegen. „De Belgen zijn bedeesd en kunnen een steuntje in de rug wel gebruiken. We willen de Belgen een herkansing geven.” En dus gaan maandagavond naar schatting „zeker honderd mensen” juichen in deze kroeg, kijkend naar de televisie met Belgisch commentaar, Belgisch bier drinkend, gestoken in de kleuren van de Belgische vlag, en luisterend naar de Nederlandse vertaling van het nummer Formidable van de Belgische artiest Stromae. Eerder maakten Nederlanders ook al een carnavalesk liedje: Wij zijn ff Bellug.

Nergens wonen Belgen en Nederlanders dichter op elkaar dan in Baarle, tussen Breda, Turnhout en Tilburg. Het Belgische Baarle-Hertog en het Nederlandse Baarle-Nassau vormen één dorp. De grens loopt dwars door wegen, huizen en gebouwen. „Als enige plaats in de wereld is hier de middeleeuwse gebiedsindeling in stand gebleven”, vermeldt een brochure van het toeristenbureau.

Nergens meer dan hier wordt duidelijk hoezeer de inwoners van de landen verschillen. Nederlanders zijn „praatgraag” en Belgen „bedeesd”, zegt Nel Jacobs-Peeters. ‘Disco Nel’ is 89 jaar oud en uitbater van café Nova, dat zij in 1953 samen met haar overleden echtgenoot begon in het Belgische Baarle-Hertog. „Ik doe het nog altijd graag.” Er is weinig veranderd aan het interieur, het eerste wat je ziet is een jukebox. Ze tapt bier van het merk Golding Campina, enkel nog in vaten verkrijgbaar. „Nederlanders zijn spraakzamer dan de Belgen”, vertelt ze. „Ze zijn enthousiast als ze met voetbal winnen. Belgen hebben dat veel minder. Belgen staan met twee voeten op de grond.”

We spreken zo’n twintig inwoners van het enclavedorp en daaruit valt op te maken dat Belgen afwachtender, beleefder en, jazeker, nuchterder zijn dan Nederlanders. Ze zijn bovendien zo beschaafd, dat ze altijd hebben gehoopt dat Nederland zou winnen tijdens een groot voetbaltoernooi waar de Belgen weer eens niet bij waren. En dat Nederland er nu niet bij is? „Daar hebben ze ons niet om uitgelachen”, zegt Louis van Tilborg, één van twee Nederlandse mannen die het dak van een patronaatsgebouw aan het repareren zijn. „Dat heeft met beleefdheid te maken”, zegt de ander, Frank Koyen. Dit is de kans voor Nederland om iets terug te doen. „Wij zijn voor de Belgen”, zeggen de twee.

De meeste jongeren in Baarle worden de komende weken verwacht in café Toermalet, op Belgische grond en in handen van een Nederlander. Ron Vermeulen hoopt op veel gasten bij wedstrijden van België, maar weet uit ervaring dat Belgen „minder uitbundig” feesten dan Nederlanders. „Bij een wedstrijd van Nederland zitten hier ruim honderd mensen, maar als België speelt zijn dat er vijftig.” Met moeite heeft hij vlaggen en sjaals van de Rode Duivels gevonden waarmee het café is versierd. De meeste versieringen kreeg hij van bierbrouwers. Via internet heeft hij gelukkig nog een grote tweedehands banier kunnen vinden, voor aan de gevel. „Die is eigenlijk nog van het vorige toernooi, maar met wat stickers is hij weer goed te gebruiken.”

    • Arjen Schreuder