De kust moet leeg blijven – maar niet bij ons

Er is aan de kust genoeg overnachtingscapaciteit, het aantal bezoekers stijgt al jaren niet meer. Toch zijn er plannen voor 30.000 extra bedden. Iedereen vindt het een taak van zijn buren om minder te bouwen.

‘Ik hou van de kust zoals die is: mooi en leeg,” zei minister Melanie Schultz (infrastructuur, VVD) begin januari. „Ik zie heel veel onrust en mensen die denken dat er eindeloos flats langs de kust zullen verschijnen. Dat is absoluut niet de bedoeling.”

Bedoeling of niet, feit is dat de Nederlandse kuststreek van het puntje van Zeeuws-Vlaanderen tot de kop van Noord-Holland steeds dichter bebouwd raakt. Luxe strandhuisjes, rietgedekte duinbungalows, hotelappartementen met zeezicht of villa’s op opgespoten eilanden: elke kustgemeente kent in het oog springende nieuwe recreatieprojecten, en evenzoveel ambitieuze bouwplannen.

Dat blijkt uit data van Natuurmonumenten over de bouwontwikkelingen langs de Noordzeekust van Zeeland, Noord- en Zuid-Holland, die vandaag worden gepresenteerd. Onderzoeker Gert-Jan Buth turfde in de kuststrook zo’n 7 duizend nieuwe „recreatie-eenheden” en circa duizend nieuwe ligplaatsen voor boten. Tot 2013 werd er nauwelijks gebouwd, maar het tempo neemt toe: 1700 nieuwe „eenheden” de afgelopen drie jaar, 1500 in aanbouw, en 4 duizend de komende drie jaar.

Met een gemiddelde capaciteit van ruim vier slaapplekken per bungalow, strandhuis of villa komt dat neer op zo’n 30 duizend extra bedden langs de Nederlandse kust. En dat terwijl banken, recreatieondernemers en overheden de markt voor recreatievastgoed aan de kust karakteriseren als „verzadigd”.

Vooral Zeeland en het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee zijn in trek bij bouwers. Daar is nog relatief veel ruimte, en staan de lokale overheden welwillend tegenover nieuwbouwprojecten en vakantieparken. Tussen Den Haag en Callantsoog draait de discussie vooral om strandslaaphuisjes. Die zijn populair bij projectontwikkelaars en bij mensen die een nachtje op het strand willen logeren, maar ze zijn veel wandelaars en badgasten een doorn in het oog.

Nieuwe kustaccommodaties zijn bovendien aanzienlijk groter, luxer en duurder dan de oude, calvinistische vakantiebungalowtjes. Drie ton is een normale prijs voor een nieuw optrekje aan de kust, zeker als het ook in de verhuur kan – en daarmee fungeert het als vastgoedbelegging.

Vogeleilanden als goedmakertje

Zie daar de ironie van de oprukkende kustbebouwing: vriend en vijand zijn het erover eens dat er voldoende capaciteit is en dat de ongereptheid juist toeristen en dagjesmensen trekt. Het aantal overnachtingen langs de kust is bovendien al jaren redelijk stabiel. En toch weten projectontwikkelaars, wethouders en recreatieconcerns extra bedden te regelen op of vlakbij het strand.

Zelfs op beschermde plekken wordt gebouwd, vaak met het excuus van ‘natuurcompensatie’ elders. Zo zijn op het Sophiastrand bij Noord-Beveland, formeel beschermd Natura 2000-gebied, vorig jaar twintig strandhuisjes neergezet. Als goedmakertje werden elders „vogeleilanden” aangelegd.

Eén verklaring is dat niemand meer landelijke bouwtrends in de gaten houdt. De ruimtelijke ordening is gedecentraliseerd, en lokale overheden moeten zich bekommeren om hun eigen stukje kust. Het gevolg is afschuifgedrag: iedereen vindt het in de eerste plaats een taak van zijn buren om minder te bouwen.

Dat blijkt ook uit het enthousiasme onder recreatieondernemers en bouwers voor de recente campagne van Natuurmonumenten tegen het volbouwen van de kust. Projectontwikkelaars zijn vaak de grootste voorstanders van het leeg houden van de kust, totdat hun eigen project in beeld komt.

NRC schreef dit voorjaar over vakantiegigant Roompot, die er ondanks lokaal verzet in slaagde om in het Noord-Hollandse Groote Keeten een camping uit te breiden met tientallen dicht op elkaar staande ‘Duynchalets’, die in het landschap detoneren. De vele reacties op dit stuk vormden het vertrekpunt voor een zoektocht naar feiten in het door emotie gedomineerde debat over kustbebouwing. Natuurmonumenten verschaft nu als eerste een inzicht in de recente bouwontwikkelingen langs de kust.

Melanie Schultz zelf was onbedoeld de aanjager van de actie van Natuurmonumenten. In december vorig jaar stelde zij een verruiming voor van de ‘Beleidslijn Kust’, die de bebouwing op het strand regelt. Volgens haar waren provincies en gemeenten prima in staat de kust te vrijwaren van excessieve bebouwing, en was de klassieke sturing vanuit Den Haag overbodig.

De plannen van Schultz kwamen de natuurbeweging goed uit. Die was kort daarvoor de actie ‘Bescherm de Kust’ gestart, bedoeld om een brede groep mensen op moderne wijze te betrekken bij het behoud van natuur en landschap. Sympathisanten konden zich via de sociale media melden als ‘Baywatcher’, oftewel kustbeschermer.

Mede dankzij Schultz werd de actie een groot succes. Meer dan honderdduizend mensen ondertekenden de petitie van Natuurmonumenten, en de minister slikte haar plannen voor een liberaler bouwbeleid in. Als jullie dat zo graag willen, blijven wij opletten – zo was de boodschap vanuit het ministerie.

Om de opwinding verder te beteugelen wil het ministerie op korte termijn een ‘Kustpact’ sluiten – afspraken met ondernemers, gemeenten en natuurorganisaties waarin alle belangen worden meegenomen.

Onderzoeker Buth is er niet gerust op: „Er werd tot zo’n drie jaar terug weinig gebouwd langs de kust. Dat komt niet door actief beleid vanuit het ministerie, maar door de recessie. Nu de economie aantrekt laten de cijfers een inhaalslag zien: bouwplannen die door de crisis op de plank van gemeenten en ontwikkelaars waren beland, worden nu snel gerealiseerd.”

Belegging voor ouderen

Ontwikkelaars zetten de accommodaties als belegging in de markt, en beloven rendementen van vijf tot zeven procent per jaar, zegt Buth. „Ouderen hebben geld over, zien hun spaargeld op de bank verdampen door de lage rente en vinden aandelen eng. Zo komen ze uit bij vakantiehuisjes.”

Ook ontstaat er een pijplijn van bouwprojecten die de komende vijf tot tien jaar gerealiseerd moeten worden. Bijvoorbeeld in Zeeuws- Vlaanderen waar het Belgische vastgoedbedrijf Compagnie het Zoute, dat eerder veel bouwde in het Vlaamse Knokke, tientallen miljoenen wil investeren in kustplaatsjes vlakbij de grens zoals Cadzand-Bad en Nieuwvliet-Bad.

Dat kritische aandacht voor de kustbebouwing werkt, bleek deze week in Groote Keeten in Noord-Holland. Het Roompot-park waarover NRC eerder schreef is niet meer terug te draaien, maar de gemeenteraad nam wel een motie aan waarin staat dat er voorlopig geen strandhuisjes komen in het badplaatsje, ook al waren die eerder wel ingetekend.

    • Merijn Rengers en Doortje Smithuijsen