Wim Pijbes over het vrolijkste schilderij dat hij kent

Niet elk werk kan op een pronkplek in het museum hangen. In de marge vind je de ‘voorbijgangers’. Wim Pijbes laat u elke maand stilstaan bij zo’n stille schat. Dit keer: een vrolijk stilleven.

Keukenstuk (bodegón), 1610 - 1625, Meester van de Amsterdamse Bodegón, Olieverf op doek, Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam, in bruikleen van het Rijksmuseum, Amsterdam. De afmeting van het schilderij is in werkelijkheid 100 x 122 cm.

Keukenstuk; maker onbekend. Het is een van de vrolijkste schilderijen die ik ken, afkomstig uit de collectie van het Amsterdamse Rijksmuseum, maar al sinds jaren te gast in het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen. Een vroeg zeventiende-eeuws Spaans keukenstuk of bodegón. De lachende keukenmeester staat met een grote kom in de handen achter een tafel waarop allerlei soorten etenswaren en pas gevangen dieren liggen uitgestald.

Met een tevreden lach staat hij te midden van een keur aan gevogelte, vis en spijs. Gek genoeg vormt de uitstalling van deze dode vogels en levenloze vissen een vrolijk tafereel. Taalkundig onjuist maar de omschrijving ‘tableau vivant’ zou hier op zijn plaats zijn. Italianen noemen een ‘stilleven’ een ‘nature morte’ en dat is hier een betere typering, zo lijkt me.

Grensoverschrijdende ambitie

De centraal geplaatste smulpaap lijkt zich in ieder geval te verheugen op al het lekkers en voor de toeschouwer is het overvloedige tafereel eveneens onweerstaanbaar. Alleen al vanwege de kwarteltjes, een eend, de kalkoenskop, de makrelen, kaas, pasteien, broodjes, citroenen, worsten, hammen, een duif, een rode zeebrasem en een varkenspoot. Wat zit er in de kom? Rode wijn wellicht?

De schilder van dit stuk is tegenwoordig onbekend en om die reden staat de vermeende maker te boek met een kunsthistorische noodnaam ‘De meester van de Amsterdamse Bodegón’. Toen in de jaren twintig van de vorige eeuw het Rijksmuseum grote ambities koesterde om, in aanvulling op de Hollandse Gouden Eeuw, ook buitenlandse kunst te verzamelen, werden met vereende krachten fondsen geworven die terstond werden uitgegeven voor nieuwe aankopen. Zo belandde een prachtige Goya in de Rijksmuseumcollectie.

Sevilla als bakermat voor de keukenstukken

Maar het ging ook wel eens mis en zo kwam het dat ons stuk naderhand niet de gehoopte Velázquez bleek, en ook niet een Alejandro de Loarte. Maar wie dan wel? Intussen gingen al meerdere namen rond, maar de maker is nog steeds onbekend. Dat het Spaans is, daar zijn de geleerden het over eens, Sevilla is de meest waarschijnlijke plaats van herkomst. Hier ontstonden dit soort keukenstukken, juist in de periode van hevige pest­epidemieën die duizenden slachtoffers eisten en zo ook voortijdig een einde maakten aan menig jong schilderstalent. Mogelijk is onze meester ook in de knop gebroken.

Evengoed vind ik dit stuk iedere keer als ik het zie aantrekkelijk, het nodigt uit tot kijken (en doet mij het water in de mond lopen). Schilderkunstig zit het prima in elkaar; een ondiepe tafel, daarachter een ondiepe donkere ruimte met centraal een man die de toeschouwer recht aankijkt met een guitig gezicht. Het vlak is gevuld met etenswaren. Op de tafelrand balanceert een stapel spelkaarten, daarnaast enkele geldstukken. Wat heeft dit te betekenen? Zijn al deze wereldlijke geneugten misschien te veel van het goede en verspeel ik mijn kansen wanneer ik er lustig op los leef? We weten het niet.

Onze vrolijke keukenmeester lijkt het niet te deren, die denkt hooguit hasta la vista!

Wim Pijbes is kunsthistoricus en directeur van het Rijksmuseum.

    • Wim Pijbes