Weekendje Tel Aviv? Dit zijn de hotspots

In een vreemde stad wil je soms geruisloos opgaan in het lokale leven. Tripje naar Tel Aviv? Deze gids leert je leven als een Tel Aviviaan.

Weekendje Tel Aviv: hummus, Bauhausgebouwen en een prachtig busstation. Illustratie Martien ter Veen

In een vreemde stad wil je soms geruisloos opgaan in het lokale leven. ‘When in Rome, do as the Romans do.’ Aflevering 3 van deze gids leert je leven als een Tel Aviviaan.

Mislukte betonkolos

Omdat de stad pas een eeuw oud is, is er behalve het strand en de vele aardige Bauhausgebouwtjes niet veel van cultuurhistorische waarde te zien. Behalve natuurlijk in Jaffa, het eeuwenoude Arabische stadje dat in 1950 bij Tel Aviv werd gevoegd nadat Israël twee jaar eerder bijna alle inwoners ervan had verdreven.

Wat de één aanziet voor pittoreske straatjes, is voor de ander een toeristenfuik met klatergoud. Waag je liever aan een rondleiding in het Centrale Busstation: een onwaarschijnlijke betonkolos die model staat voor de mislukte maakbaarheidsvisioenen van de jaren zestig en zeventig. Na afloop van de rondleiding spoed je je naar Port Said, waar je bij een ondergaande zon alvast op straat een biertje drinkt terwijl je wacht op Israëlische tapas.

Vegan op het menu

De dag begint met een espressootje voor de vaste lage prijs van vijf shekel (1,16 euro) bij een van de vele Cofix-vestigingen die de laatste jaren uit de grond zijn geschoten. Voor de lunch eet je hummus. Dat kan bij de Palestijnen van Abu Hassan in Jaffa, maar – ook al is het voor sommigen onvoorstelbaar – de beste kikkererwtenpuree serveren ze toch echt bij het Joodse Eliyahu.

Israël staat al bekend om het hoge aantal veganisten, maar in Tel Aviv moet je helemaal flink je best doen om een menukaart zonder plantaardige opties te vinden. Doe als de Tel Aviviaan en eet pizza met cashewnotenmozzarella bij De Groene Kat of vegan shoarma bij de Georgiërs van Nanuchka.

Eclectische meubels

Iedereen met geld woont in het aangeharkte noorden van de stad. Juist daarom moet je in het zuiden zijn – en zeker als je de gayscene een warm hart toedraagt. Tel Aviv staat bekend om zijn jaarlijkse gay pride, waarvoor duizenden Europese en Amerikaanse homo’s invliegen. De Israëlische overheid steekt miljoenen shekels in de promotie van het land als een baken van vrijheid en tolerantie.

Van die commerciële toestanden moet de echte Tel Aviviaanse homo of lesbo niets weten. Die frequenteert veel liever een barretje waar de meubels niet helemaal goed bij elkaar passen, zoals Bata Ve Gariga. Of, nog beter: Albi. Dit tentje, de ultieme belichaming van Tel Aviv, is er speciaal voor transseksuele mizrahim, Joden uit de Arabische wereld. Vergeet er niet de veganistische shakshuka (een mediterraans tomatengerecht) te bestellen. Uitgaan doen homo’s in The Block, ook in het ruige zuiden.

Niet zelf trappen

In Tel Aviv heeft het geen enkele zin om je te verplaatsen per auto. Zeker nu er sinds vorig jaar aan een metro wordt gebouwd, staat de hele stad hopeloos vast. Het logische alternatief, de fiets, geniet slechts langs sommige straten het privilege van een eigen pad. Op verreweg de meeste plaatsen fiets je op de stoep. En meer dan de helft van de fietsen is elektrisch aangedreven. Dat is een rage: van steps tot futuristisch ogende ‘Segways zonder stuur’ (twee wielen met een plankje ertussen); in Tel Aviv trap je niet zelf.

In je pyjama

Tel Aviv is de plaats waar werkelijk iedere Israëlische creatieveling en start-upnerd zich lijkt te hebben genesteld, en de hoeveelheid koffiebarretjes steekt zelfs Amsterdam naar de kroon. Maar anders dan in Amsterdam, waar de hipsterkledij tot op detailniveau aan ongeschreven voorschriften lijkt te voldoen, is in Tel Aviv alles toegestaan.

Baarden, hooggesloten overhemden en racefietsen zie je hier ook, maar als je in pyjama de straat opgaat, dan zal niemand je daarop aanspreken. De Tel Aviviaanse hipster is geen modepopje, maar juist een alternatieveling met inkt op de huid die bovengemiddeld vaak op hetzelfde geslacht valt.

Tips

Tips Tel Aviv

    • Derk Walters