Tuinparadijs: ieder zijn smaak, maar gezamenlijke grasmaaier

In heel Rotterdam staan dit weekend negentig bijzondere tuinen open voor bezoekers. Gesprek met de beheerster van zo’n „lustoordje” in Blijdorp.

„Ik ben in de tuin”, laat het borduurwerkje achter het raam in de voordeur weten. „Dat heeft Wijnie Muller voor me geborduurd”, zegt HenneH de Ruijter nadat ze me heeft binnengelaten. ,,Ze had een kleinkind gekregen en zat toch te borduren. Het is niet omdat ik in de tuin de bel niet hoor, maar om te zeggen dat het iets langer duurt voordat ik opendoe.’’

Wijnie Muller en HenneH de Ruijter zijn actief in de organisatie van Verborgen Tuinen. In heel Rotterdam staan dit weekend negentig tuinen open voor bezoekers — tuinen die, zoals de naam al zegt, gewoonlijk verborgen blijven omdat ze schuilgaan achter huizenblokken.

Zoals die van HenneH de Ruijter en zes van haar buren in de stille Van der Meydestraat in Blijdorp: zeven in elkaar overlopende tuinen die bij elkaar een waar „lustoordje” vormen. De Ruijter („bijna 75”) spreekt ook wel van „paradijsje”. Vorig jaar verwelkomde ze in het weekend van Verborgen Tuinen zo’n vierhonderd bezoekers. Niet alleen Rotterdammers, ook Fransen, Duitsers, zelfs Canadezen.

„Zitten doe ik nooit in de tuin”, zegt De Ruijter, „ik ben altijd bezig. Dan zie ik die zaaddozen in de papavers. Als je die niet in de gaten houdt, staat het hier straks helemaal vol met klaprozen.” Om haar woorden te onderstrepen ligt op een tafeltje een tuinschaar gereed.

De tuin van De Ruijter, in een vroeger leven maatschappelijk werkster, bestaat uit een verhoogd terrasgedeelte, een trapje naar beneden, grint, een waterpartij en tegels achterin. Aan weerszijden zijn doorgangen naar de tuinen van de buren. „Toen ik hier kwam, had je overal heggen: een saaie boel.” Ze laat een foto uit 1997 zien van een versleten grasveldje. „Met de buurvrouw ben ik een jaar later begonnen. Heggen eruit, planten erin. Langzamerhand sloten andere buren zich erbij aan. Ieder heeft zijn eigen smaak, maar we hebben gezamenlijk tuingereedschap en een grasmaaier. Je hebt een vertrouwensband.”

In de tuin groeien rozen, uienbollen, Zeeuws knoopje, vingerhoedskruid, lupine, monnikskap, lissen, schout-bij-nacht, korenbloemen en irissen. In de hoek van het vijvertje staat schildblad. „Daar komt in het voorjaar een stengel met bloemetjes uit. Het blad vangt regen op en kiept het door het gewicht in de vijver.”

HenneH de Ruijter maakt een weids gebaar: „Je ziet dat ik veel van groen houd. Ik heb meer groen dan bloemen. Vroeger heb ik in de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie gezeten. Daar komt mijn liefde voor bloemen en planten vandaan.”

In de vijver zitten geen vissen, maar wel kikkers en salamanders. „Twee jaar geleden heb ik 140 kikkers uitgezet in het Vroesenpark. Af en toe zit hier een reiger, maar die jaag ik weg, want ik ben bang dat hij met zijn snavel door de folie van de bodem heengaat.”

Andere vogels mogen wel blijven: Vlaamse gaaien, zwaluwen, koolmezen, een roodborstje, een pimpelmeesje. Die zijn kennelijk niet bang voor de achttien katten die in de tuinen achter de Van der Meydestraat scharrelen.

In een kweekbakje verzamelt De Ruijter stekjes. „Om uit te delen.”

    • Frank van Dijl